ReportageVolwassen legoliefde

‘Lego is voor mij een manier om mijn hoofd even leeg te maken en om te gaan met stress’

De vriend van redacteur Esma Linnemann kwam pas laat bij haar uit de kast als legomaniak. Hij is lang niet de enige volwassene die zijn zakgeld besteedt aan uitgebreide legosets, en in lockdowntijd kreeg de legomania een extra impuls. Waarin schuilt de magie van de kleine blokjes? 

Beeld Henk Wildschut

Het is vroeg in de ochtend op een zaterdag in april, als mijn vriend mij wakker aait, langs mijn wang, over mijn beslapen haren. Een waterig zonnetje schijnt door het schuine zolderraam, en verlicht onze slaapkamer. Ik open mijn ogen en kijk recht in de zijne. Ze fonkelen van verlangen.

‘Lieverd’, fluistert hij.

‘Ja?,’ vraag ik.

‘Ik denk dat ik vandaag naar Zuid-Beijerland rijd, voor een nieuwe set.’

De ‘set’ waarvoor mijn vriend bereid is ruim tweehonderd kilometer af te leggen is de ‘Apocalypsstad’, afkomstig uit de Lego Movie 2-lijn. Het bouwwerk – een neergestreken vrijheidsbeeld, dat doet doet denken aan de dystopische eindscène uit The Planet of the Apes, en waar omheen allerlei hutjes zijn gebouwd – bestaat uit drieduizend onderdelen. De leeftijdsclassificatie op de doos: 16+.

Als de schemer reeds heeft ingezet, en ik de lampen in de huiskamer aan knip, zit mijn vriend noest te bouwen. ‘Mooi hè?’, zegt hij. In een moordend tempo klikt hij de steentjes aan elkaar, bladzijde na bladzijde van de handleiding, totdat het werk even voor twaalven is volbracht.

Dit is de derde set sinds het coronavirus het publieke leven en dat van ons platlegde. Mijn vriend kocht eerder de Lego Ideas-boomhut, met verwisselbare sets van blaadjes in groen en geelbruin. Daarvoor was het de Lego Stranger Things 75810 The Upside Down – een plastic versie van de sinistere omgedraaide wereld uit de Netflix-hit Stranger Things, die hij samen met zijn dochters optrok.

De bouwwerken staan geëtaleerd op planken, bovenop kasten. Met de komst van een achtbaan uit de Lego Creator-lijn eind februari verdreef mijn vriend zichzelf uit zijn werkkamer: op zijn bureaublad is nu nauwelijks ruimte voor een laptop.

Op gestolen momenten ga ik in zijn kamer zitten, en overdenk ik mijn leven, terwijl ik de karretjes met poppetjes via de kettinglift, tik-tik-tik, over de rails laat kletteren. Ik luister naar het zoevende geluid, en geniet van de snelheid waarmee karretjes de bochten door vliegen.

Afgunst

‘Meet the Lego widows!’, kopt The Daily Mail januari dit jaar boven een artikel waarin vrouwen worden geportretteerd, wiens mannen behoren tot het fanatieke smaldeel van AFOL’s, ofwel: Adult Fans of Lego. Vrouwen zoals Rheanne Silver (41) die in het stuk vertelt dat ze met haar kersverse echtgenoot Dan op huwelijksreis naar Edinburgh ging. Daar eenmaal aangekomen bleek echter dat er geen legowinkel was, en eiste haar man dat ze per trein zouden doorreizen naar Glasgow. Daar kocht Dan het Zweinsteinkasteel uit de Lego Harry Potter-lijn. Tijd om rond te kijken in Glasgow was er niet, Dan wilde direct terug naar het appartement, om daar de set te bouwen. Zonder hulp van Rheanne – zij mocht de steentjes niet aanraken, slechts de handleiding voorlezen. Ze had zich haar huwelijksreis anders voorgesteld.

Rheanne en Dan zijn gefotografeerd te midden van de pronkstukken uit zijn verzameling. Ik herken de Lego-sets op de foto: de Amerikaanse diner, de legobioscoop, met een poster van het romantische drama Forever Sorting: die staan ook bij ons thuis. Maar ik voel me geen legoweduwe, ook al ben ik mijn vriend soms uren kwijt aan steentjes, en aan video-instructies op YouTube. Niemand hoeft presentator John Williams op ons huis af te sturen, om de ontwrichtende omvang van dit tijdverdrijf aan de kaak te stellen, de man des huizes tot de orde te roepen (‘Je vriendin staat hier te huilen, maar jij geeft alleen maar om steentjes! Waar ben je mee bezig, man?!’). Ik heb geen last van de lego van mijn vriend. De enige negatieve emotie die de hobby van mijn vriend oproept is afgunst.

Want als hij een legoset bouwt, plooit een kalm soort vrolijkheid zijn gelaat. Hij komt tot rust en lijkt zich tegelijkertijd op te laden aan de onschuldige, kleurrijke wereld waaraan hij bouwt. Er is geen doel, geen deadline, geen target of ambitie. Er zijn slechts steentjes, in verschillende plastic zakjes, die op elkaar dienen te worden geklikt. Soms hoor ik hem ’s avonds vanuit mijn bed graaien in een kom legosteentjes. Hij trekt er een biertje bij open, en ik denk: dit is het geluid van iemand die werkelijk ontspant.

Ik weet sinds kort dat hij lang niet alleen is in zijn constructiedrift; de wereld van volwassen legobouwers is – ook in Nederland – een universum dat gestaag uitdijt. Als ik een oproepje plaats op Twitter, omdat ik voor dit artikel wil spreken met legofans, word ik overspoeld door reacties, van zowel mannen als vrouwen. Sommigen zijn recentelijk begeesterd door de RTL4-show Lego Masters, waarin deelnemers strijden voor de titel ‘beste legobouwer’. Anderen grijpen de coronacrisis aan om hun legosteentjes op zolder af te stoffen. Dan zijn er nog wat handige jongens en meisjes, die beleggen in lego, door dubbele sets in te kopen, en tegen een hogere prijs te verkopen als ze niet langer verkrijgbaar zijn via officiële kanalen. En weer anderen bouwen MOC’s , de afkorting voor My Own Creation, eigen ontwerpen dus. Ze sluiten zich aan bij zogenoemde LUG’s, Lego User Groups, of bij Nederlandse Vereniging De Bouwsteen, met zevenhonderd leden een van de grootste AFOL-gemeenschappen ter wereld.

Spel

Wat drijft al die volwassenen – mensen met hypotheken en functioneringsgesprekken, met kinderen op middelbare scholen, en ouders in verpleeghuizen – om in hun vrije tijd plastic steentjes op elkaar te klikken?

In 1938 publiceert de Nederlandse historicus Johan Huizinga het boek Homo Ludens; proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. In deze invloedrijke cultuurhistorische analyse – de provo’s van de jaren zestig zouden ermee weglopen – stelt Huizinga dat spelen onlosmakelijk verbonden is met cultuur. Pas als we ons kunnen ontworstelen aan zorgen over primaire behoeften als eten en drinken, pas als we ons kunnen bezighouden met tijdverdrijf dat zich niet direct verhoudt tot overleven, dan pas kunnen we een zinvol leven leiden. In het spel, zo stelt Huizinga, vinden we onze vrijheid terug, omdat een spel een doel in zichzelf draagt, en zich afspeelt ‘buiten en boven de sfeer van het nuchtere leven van nooddruft en ernst’.

Dat is waar legobouwers zich bevinden, als zij de instructies van een nieuwe set doorbladeren, of een nieuwe creatie uitdenken: ver weg van de ‘nooddruft en ernst’. Ze verliezen zichzelf in het spel, en daarmee in het moment. En daar is helemaal niets mis mee, stelt hoogleraar wijsgerige antropologie aan de Erasmus Universiteit Jos de Mul.

De Mul is groot bewonderaar van het werk van Huizinga, en schreef een hoofdstuk in een boek over de homo ludens, getiteld: Playful Identities. De hoogleraar ziet in toenemende mate een ‘ludificering van de samenleving’, waarvan de groeiende groep legofans een voorbeeld vormen. ‘We leven in zeer speelse tijden, de technologie – met name de online omgeving – heeft daaraan bijgedragen.’

Het is allemaal onschuldig, gezond zelfs, meent De Mul. ‘Spelen zorgt voor gemeenschapszin, dat zie je aan de vele legogroepen. Ik ben het wel eens met Huizinga, die stelde dat ernstige zaken en spel niet te veel door elkaar moeten lopen. Bijvoorbeeld het gokken op de beurs, waardoor de mondiale economie in 2008 instortte. Spel en ernst lopen ook gevaarlijk door elkaar als spelen een verslaving wordt.’ Maar jezelf verliezen in gitaarspel, in schilderen of in lego bouwen: dat is een vorm van plezier dat juist betekenis geeft aan ons bestaan.

Diverse doelgroep

En geen ander bedrijf ter wereld heeft zo creatief vormgegeven aan dat plezier als de Deense Lego Group. De geschiedenis van lego – en de wederopstanding na een bijna-faillissement in de jaren negentig – is opgetekend door David Robertson en Bill Breen in de bestseller Brick by Brick (2013). Daarin stellen de auteurs dat terwijl de meeste mensen weliswaar Apple of Google associëren met vernieuwing, lego feitelijk de meest innovatieve krachten in zich bundelt.

Het familiebedrijf, dat officieel in 1934 werd opgericht, kenmerkt zich door een gedisciplineerde toewijding aan kernwaarden als creativiteit, speelsheid en educatie. Het was overgrootvader, timmerman Ole Kirk Christiansen, die begin vorige eeuw in de Deense stad Billund een houtbewerkingsfabriek kocht waarin hij kinderspeelgoed liet bouwen; trekpoppen, spaarpotten, auto’s en vrachtwagens van hout. Ole en zijn zoon Godtfred maakten eind jaren veertig een rigoureuze beslissing: ze stapten over op plastic. Iedereen verklaarde de Christiansens voor gek: plastic zou de ondergang van lego zijn, want kinderen spelen nou eenmaal liever met houten speelgoed. Maar vader en zoon zetten door, en wisten zo een imperium op te bouwen door de verkoop van een creatief kliksysteem van steentjes. Eerst nog van belabberd materiaal, maar vanaf de jaren zestig van het stevige acrylonitril-butadieen-styreen (ABS), de kunststof die nog steeds wordt gebruikt.

Eind jaren zeventig wilde lego haar marktpositie verstevigen, door tieners aan zich te binden met technische, complexere sets. De tieners lieten lego echter links liggen, maar onverwacht sloegen volwassen mannen er wel op aan.

Inmiddels is de groep volwassen legospelers een stuk diverser, stelt Lego Brands & eventsmanager voor de Benelux, Marloes Zwagerman: ‘We zien een toename onder onze consumenten van vrouwen en ouderen.’ Een van de grootste hits onder die volwassen gebruikers is de Lego Central Perk-bouwset, het café uit de de immens populaire serie Friends. ‘Maar ook de meer complexe bouwwerken, zoals de Millennium Falcon, het Star Wars-schip met 7500 onderdelen, worden enorm gewaardeerd door volwassenen. De serie Lego Masters heeft ook bijgedragen aan de groei van volwassen legobouwers.’ En dan zorgde de coronaperiode ook voor een opleving van lego. Zwagerman: ‘Veel mensen ervaren lego bouwen als een ideale manier om te ontspannen.’

Op dat idee, van lego als ontspanningstechniek, zet het bedrijf al langer in. In 2018 verscheen in het Verenigd Koninkrijk de eerste lego-reclame die volledig gericht is op volwassen gebruikers, waarin een vrouw na een frustrerende yogales met veel te lastige poses, helemaal tot rust komt als ze in haar huis een legoschip bouwt. De voice-over zegt: ‘Het is zen, in de vorm van een steentje.’

Het mindful hier-en-nu-karakter van lego staat ook centraal in het boek Build Yourself Happy: The Joy Of Lego Play uit 2019, dat de Engelse auteur van psychologieboeken Abbie Headon schreef in opdracht van Lego. Als voorbereiding op dat boek stuurde Lego de auteur een collectie steentjes waarmee ze ging bouwen. ‘Kijk, deze narcis heb ik zelf gebouwd’, laat Headon trots zien via een Zoom-verbinding vanuit haar werkkamer in Portsmouth, een havenstad in het zuiden van Engeland. ‘Ik merk dat er een onweerstaanbare aantrekkingskracht zit aan lego: het voert je terug naar je kinderjaren, een prettig soort nostalgie. Het is heel ontspannend om je te laten leiden door de instructies, en niet zelf te hoeven beslissen. En gaat het fout, dan kun je gewoon een stap teruggaan. De steentjes zijn erg vergevingsgezind.’

Headon, inmiddels ook devoot Afol, kreeg op de dag dat de Engelse lockdown begon van haar broer de lego-skyline van Tokio cadeau. ‘Als je onder zoveel druk staat, zoals tijdens deze pandemie, dan is zo’n set met duizenden stukjes en een dik instructieboekje de perfecte manier om jezelf even te verliezen. Daarbij zeggen veel spelers dat ze genieten van de sensaties: de klikgeluiden geven veel gebruikers een zogenoemde autonomous sensory meridian response, ASMR, een licht tintelende sensatie.’

Gêne

Zo veel plezier, dat zo makkelijk is op te roepen. Toch duurde het een tijdje eer mijn vriend tegenover mij ‘uit de kast’ kwam als legobouwer. In het eerste huis waar wij samenwoonden stonden de dozen met op kleur gestorteerde steentjes lange tijd onaangeraakt in de hoek.

‘Ik dacht dat je erop zou afknappen’,  zegt hij nu die schroom volledig is weggevaagd, en ons huis vol staat met bouwwerken. Meer legospelers die ik spreek reppen over aanvankelijke gêne. Theatermaker Katinka Polderman kon zich pas overgeven aan haar legoverlangens na een gesprek met haar decorbouwer Simon. ‘Hij vertelde mij hoe lekker hij aan het bouwen was. En toen ik zei dat ik dat ook wel zou willen, zei hij: gewoon doen joh! Koop zo’n huisje. Dat voelde alsof ik toestemming kreeg om het hek van de dam te gooien, ik ben toen meteen lid geworden van  het Lego-vipprogramma, ik begon ook met punten sparen, en plannen smeden om naar Legoland te gaan.’

Een contactschuwe betaman die nooit volwassen is geworden, en net zo lief met modeltreintjes speelt: dat was lange tijd het stereotype beeld van de oudere legobouwer. Maar dat beeld klopt niet, zelfs niet als het gaat om diehard legofans, ontdekte de Amerikaanse hoogleraar Nancy Jennings, die onderzoek deed naar Afols . Jennings sprak met leden van verschillende Lego User Groups, en bezocht populaire evenementen als ‘Brick Universe’, waar fans samenkomen om te bouwen, en hun creaties tentoonstellen. ‘Aan het begin van dit onderzoek dacht ik: wie zijn deze lui? Zijn ze hun jeugd wel ontgroeid, vraagt ze zich af vanuit haar werkkamer in Cincinnati. Maar ik weet nu dat Afols geen kinderachtige mensen zijn. Bouwen met lego geeft volwassen mannen en vrouwen vooral mogelijkheid om de façade van volwassenheid even los te laten en het beste uit hun jeugd naar boven te halen.’ Ook viel op hoe sociaal de legofans waren. ‘Ze zijn erg op de gemeenschap gericht: delen graag ideeën, of lenen hun steentjes uit.’

Jennings is vol lof over de speelgoedfabrikant: ‘Ik denk dat bij Lego speelsheid echt centraal staat. Het zit ook in de naam: lego is afgeleid van de Deense woorden leg, dat ‘speel’ betekent, en godt: goed. Het is nog steeds een familiebedrijf dat zich heeft gecommitteerd aan de sociale en creatieve aspecten van zijn producten, ik kan daar enorm veel waardering voor opbrengen.’ Lego weet volgens Jennings ook vast te houden aan zijn kernwaarden, doordat het geen hebberige aandeelhouders in de nek heeft hijgen: het bedrijf is volledig in handen van de familie Christiansen.

De enige kanttekening: de relatie tussen Lego en haar fans is soms wat uit balans. ‘Zoals bij de Lego Idea-lijn: dat zijn ontwerpen die fans zelf hebben bedacht en waar andere fans op kunnen stemmen. Als het ontwerp van een legofan ‘wint’, maakt het bedrijf er een product van. De fan maakt het ontwerp, doet een groot deel van de marketing, en levert zo feitelijk gratis arbeid. Voor Lego een goedkope manier om nieuwe producten in de markt te zetten. Niet dat de Afols klagen: als jouw ontwerp wordt uitgekozen, dan stijg je enorm in aanzien in de Lego-gemeenschap.’

Cruciaal voor het welzijn

Er is weer een nieuwe doos gearriveerd op ons huisadres: De Monster Fighters Haunted House. Ik blader door het dikke instructieboekje van het spookhuis en vraag me af: is lego bouwen altijd creatief? Wordt er alleen maar gespeeld, of gebeurt er ook iets anders als de steentjes op tafel komen?

De van oorsprong Oostenrijkse hoogleraar René Proyer, nu verbonden aan de Martin-Luther-universiteit in Halle-Wittenberg, verdiept zich al jaren in de spelende volwassene. Volgens Proyer is de karaktereigenschap speelsheid cruciaal voor het welzijn; uit zijn onderzoek blijkt dat speelse mensen vitaler zijn en betere relaties onderhouden. Om speels te zijn hoef je niet aan bordspelletjes te doen, of kastelen te bouwen. Proyer: ‘Ik omschrijf speelsheid als een manier om alledaagse activiteiten zo in te vullen, dat ze je intellectueel of creatief prikkelen. Spelen betekent: jezelf vermaken.’

Gevraagd naar legobouwers maakt Proyer een voorzichtig onderscheid. ‘Je hebt mensen die zelf bouwwerken creëren met de steentjes, die hun fantasie en creativiteit inzetten; dat beschouw ik echt als spelen. En dan heb je mensen die de instructieboekjes volgen. Het is natuurlijk heel bevredigend om langere tijd ergens aan te werken, en te bereiken dat het af is. Er schuilt plezier in het delen van het eindresultaat. Maar ik zou het bouwen van een legoset geen spelen noemen, het lijkt meer op werk.’

Nancy Jennings ziet lego bouwen als ‘iets dat het midden houdt tussen spelen en werken’. Voor sommige mensen die ze sprak, biedt lego houvast in moeilijke tijden. Jennings: ‘Als alles om je heen in elkaar stort, kan het bouwen van een legoset een gevoel van controle geven.’ Dat verklaart volgens haar ook waarom zoveel mensen hun toevlucht zoeken in lego ten tijde van een pandemie. ‘En of je nou de instructies volgt, of zelf iets maakt, lego is highly energizing. Bouwen is tegelijkertijd ontspannend en energiek; een activiteit om je helemaal in te verliezen.’

Misschien verlang ik daar nog het meeste naar, en zit hier mijn afgunst. Ik kan mijn tijd maar slecht verspillen, en houd het doel zo scherp voor ogen, dat ik me niet kan verliezen in het proces. Zo zijn hobby’s als trekharmonica spelen of tuinieren voortijdig gestrand, vastgedraaid in het drijfzand van ambitie en overmoed.

De steentjes nopen tot overgave, zo lijkt het. Misschien weet Lego consumenten te bereiken die zich niet laten leiden door pretentie, maar door plezier. En misschien is de legobouwer wel de nieuwe zenmeester, bedenk ik me als ik in bed luister naar het tikken van de regen tegen het raam, en het openrijten van weer een nieuw zakje steentjes een verdieping lager.

Beeld Henk Wildschut

Katinka Polderman (39, Den Bosch), cabaretier

‘Ik was net mijn kasboekje aan het overschrijven. Door corona zijn veel inkomsten weggevallen, het is dan wel handig om na te gaan wat erin en uit gaat, zodat ik weet of ik geld uit kan geven aan nieuw lego.

Sinds een paar maanden ben ik helemaal verzot op lego. Ik bouw vaak samen met mijn zoontje: hij zit er dan als een slavendrijver bij. Wat hem betreft is de set zo snel mogelijk af, zodat hij ermee kan spelen. Mij gaat het echt om het bouwen, om de inventiviteit van het het ontwerp, de grapjes. Dan ben je iets aan het bouwen, draai je het om en dan het blijkt opeens een klok of stoel te zijn. Ik kom voor mijn gevoel zo heel dicht bij de creativiteit van de ontwerper. Vaak zit ik juichend te bouwen, en roep ik mijn vriend: kom nou toch eens eens kijken!

Ik ben naar mijn gevoel nooit gestopt met spelen: ik heb het serieuze bestaan weten te omzeilen, ook dankzij mijn werk. Mijn huis ligt vol met kleurpotloden en papier. Het verschil met iets als tekenen is dat je bij lego heel makkelijk fouten kunt verbeteren: bij een tekening moet je gummen, een herstelwerkzaamheid aan een legobouwerk is zo gedaan. Ook fijn aan lego: het zal altijd een hobby blijven, ik ga hier nooit mijn geld mee verdienen. Heerlijk.’

Beeld Henk Wildschut

Walter Hoogendoorn (28, Alphen aan den Rijn), basisschoolleraar

‘Lego is al 24 jaar een hobby van mij. Het begon toen ik 4 was, in de puberteit vond ik bouwen met lego even niet cool, maar dat ging al snel weer over. Nu ik een eigen huis heb, kan ik helemaal losgaan; ik heb een kamer vol lego, en bouw momenteel aan een berg, een soort San Francisco, waar ik mijn huizen op kan zetten. Ik vind niet dat ik speel met lego, ik zie mijzelf meer als een schilder: ik ensceneer met de poppetjes een scène. Soms bouw ik een set in een keer, maar meestal doe ik het maar een half uurtje. Zo heb ik ook het Zweinstein-kasteel gebouwd: gewoon één plastic zakje per dag, rustig aan.

Lego is voor mij een manier om mijn hoofd even leeg te maken en om te gaan met stress. Ik werk in het basisonderwijs, elke dag is anders en dat is soms zwaar. Als ik een slechte dag heb, kom ik thuis en zeg ik tegen mijn vriendin: laat me maar even alleen. Ik ga dan even bouwen, en verwerk zo de dag, na een half uurtje ben ik helemaal opgeladen.

Ik heb mijn vriendin inmiddels zo gek gekregen om ook lego te bouwen. Ze heeft wel een andere smaak dan ik, zij vindt bijvoorbeeld Lego Brickheadz leuk, een soort dierenminiaturen. Mijn leerlingen houden weer heel erg van Ninjago, daar had ik eerst helemaal niets mee, maar ze hebben me weten te overtuigen: ik zie nu hoe gaaf dat eigenlijk is gemaakt. Maar eerlijk is eerlijk: mijn interesse gaat het meest uit naar de middeleeuwen, en naar riddertjes.’

Beeld Henk Wildschut

Femke van Hemert (41), docent Nederlands

‘Ik speelde vroeger samen met mijn broer met lego. Elke Sinterklaas kregen we weer een grote doos. Nu hoef ik niet meer op Sinterklaas te wachten voor een nieuwe set, ik kan hem gewoon zelf kopen. Ik geef er soms best veel geld uit: 200 euro aan de boomhut, 350 euro voor de boekwinkel.

Ik heb lego weer opgepakt in mijn vorige relatie: wij waren zo’n stel dat samen bouwde, het huis van mijn ex-vriend staat helemaal vol met lego. Mijn huidige vriend heeft er minder mee, ik mag dan ook niet alles in de huiskamer zetten. De vogels die ik heb gebouwd en de boomhut heb ik tussen de planten in de woonkamer gezet, andere sets staan in mijn mancave. Lego bouwen zorgt voor rust in mijn hoofd: het enige dat ik hoef te doen is steentjes op de juiste plek duwen.

Zelf heb ik de zussen van mijn moeder aan het bouwen gekregen. In de periode dat mijn moeder overleed, heb ik ze als grapje een een legosetje cadeau gedaan. Ze vonden dat zo leuk, dat ze zelf dozen gingen kopen. Het gaf hen iets om samen te doen in die periode van rouw, ze zijn er nog heel lang mee doorgegaan.’

Beeld Henk Wildschut

Edwin Dertien (41), universitair docent Creatieve Technologie aan de Universiteit Twente

‘De liefde voor lego gaat een generatie terug. Zo vertelt mijn vader graag over de legoblokjes die hij mocht kopen in ruil voor een spaarkaart van Castella-zeep. Als jongen was ik best fanatiek, ik deed mee aan verschillende bouwwedstrijden, en won dan een set. Toen ik elektrotechniek ging studeren kwam de lego weer onder mijn bed vandaan. Lego is namelijk geweldig schetsmateriaal: door legosteentjes te bouwen, kun je ontdekken hoe iets in elkaar steekt, je kunt oplossingen bedenken voor mechanische problemen. Zo moest ik in opdracht een robot ontwerpen die het Nederlandse gasnet kan inspecteren. Een uitdagende vraag, want zo’n robot moet én alle bochten kunnen maken, én grip houden, en dat allemaal door buizen van nog geen 60 millimeter. De eerste versies van de robot heb ik van lego gebouwd.

Ik zie lego als nadenken met je handen. Dat is vrij fundamenteel, want als baby verken je de wereld om je heen ook met je handen.

Ik gebruik lego zowel serieus als voor de lol. Ook ik koop sets; zo vond ik de legoversie van Wall-E en andere sets uit de ‘Ideas’ serie supertof. Mijn zoon Bas speelt er natuurlijk ook veel mee. Bij hem is het de ene explosie na de andere, de poppetjes zijn superhelden die soms een pijnlijke dood sterven tussen een amorfe massa legobrokken. Voor mij is lego: creativiteit, oplossingen bedenken. En natuurlijk ontspanning. Onze jaarlijkse kerstkaart is ook door lego geïnspireerd: de laatste kaart was een foto van drie legopoppetjes die ons gezin voorstellen bij de Tower Bridge in Londen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden