Beeldende Kunst

Lef keert terug bij de jaarlijkse tentoonstelling van De Ateliers

De jaarlijkse tentoonstelling van De Ateliers, bolwerk van veelbelovende jonge kunstenaars, was wat bedeesd geworden. Maar met de toezegging van budget lijkt iedereen weer adem te kunnen halen. En lef te tonen.

Offspring 2018, Good Morning Midnight

De Ateliers, Amsterdam, t/m 29/5

Werk van Wouter Paijmans. Beeld Najib Nafid

Het werd niet met zo veel woorden gezegd, maar De Ateliers, post-academisch kunstenaarsinstituut in Amsterdam dat afgelopen woensdag zijn jaarlijkse tentoonstelling Offspring opende, hing aan de vingernagels boven de afgrond. Maar op deze opening kon de champagne al vroeg ontkurkt. In maart maakte minister Van Engelshoven (OCW) in de Cultuurbrief 2018 bekend dat de instelling de komende drie jaar 6,5 ton per jaar van het ministerie krijgt. Dat is fors, op een begroting van een miljoen euro. ‘Zonder die toezegging hadden we het eenvoudigweg niet gered’, zegt beleidsmedewerker Bregje van Woensel. ‘En bovendien: deze minister verdedigt hardop het belang van tijd en ruimte voor experiment en talentontwikkeling.’

Ruimte en tijd voor experiment is zo ongeveer de bestaansgrond van dit instituut. Maar met het experiment viel het de afgelopen jaren soms tegen. Vreemd genoeg ontpopte de vrije populatie van De Ateliers zich eensgezind tot installatiemaker. Offspring bezoeken was vaak: wéér zo’n atelier binnenlopen met precieus gerangschikte gevonden voorwerpen, sculpturen, lappen, latex dingen en al dan niet verpieterde planten; af en toe leek het wel een etaleursopleiding. De echo’s daarvan ijlen nog na, maar de verschillen lijken groter te worden.

Werk van Wouter Paijmans. Beeld Najib Nafid

Out of body-experience

Vier kunstenaars gebruiken bijvoorbeeld film, maar doen dat totaal anders. Zo maakte de Duitser Benjamin Ramírez Pérez (onthoud die naam) Confluence, vorig jaar een met bravoure gemonteerde korte documentaire over de Servische popster Doris. Zijn nieuwe werk, Despair, over tweelingen, oogt rauwer en is geforceerd filosofisch, maar heeft wel dezelfde gretigheid. Een studio verderop, bij de Fransman Vincent Ceraudo, staat een ouderwetse 35mm-filmprojector opdringerig te ratelen en projecteert een dromerig zwart-witfilmpje over een ‘out of body-experience’. Het bekijken is meer ervaring dan film.

Twee jonge schilders vallen op, beiden van geboortejaar 1993 en beiden eigenzinnig. Ricardo van Eyk (NL), hij sprong er al uit bij zijn afstuderen in Arnhem, schildert nu op ondergronden met gebruikssporen – bijvoorbeeld hout dat als verpakkingsmateriaal heeft gediend. Hij plamuurt scheuren dicht, schuur ze weer af, accentueert sporen, structuren. Van dichtbij oogt het landschappelijk of als huid, van een afstand minimalistisch maar niet zo Hollands-benepen. Dit is minimalisme van de straat.

Werk van Neo Matloga. Beeld Najib Nafid

Bedbodems

In een heel andere uithoek van het spectrum schildert de Zuidafrikaan Neo Matloga. Die maakt collages van gezichten, masker-achtige groteske koppen, die hij in een serie presenteert, maar ook – en daar wordt het interessant – in zwart-witschilderijen van huiselijke scènes monteert. Eten, dansen, aan tafel discussiëren, het is intiem en bizar tegelijk door die figuren met groteske koppen. In zijn studio vertelde hij dat hij nu van een afstand kijkt naar zijn leven in het turbulente Zuid-Afrika. ‘Een leven binnenshuis gaat altijd door, wat er buiten ook gebeurt’, zei hij, ‘dat zie ik nu ik van mijn thuis afgesneden ben. Maar wat er dan op het doek terechtkomt, weet ik nooit van tevoren. Soms verbaast het mij zelf.’

Werk van Benedikte Bjerre. Beeld Najib Nafid

Maar de brutaalste van het stel dit jaar is toch een installatie-maker. O ja, een vrouw bovendien. Eén die de ruimte weet te veroveren met een overtuigend gebaar. Benedikte Bjerre heet ze, en ze komt uit Denemarken. Door haar studio slingert een constructie van aan elkaar gemonteerde bedbodems, als een rammelende, overmaatse bagageband van Schiphol. Daarop liggen enorme pakketten van opgevulde, bedrukte stof: soft aluminium koffers, een kist levende kreeften, een printer, een kussen-achtige wasmachine (mét opgedrukte waterslangen aan de achterkant). Het is indrukwekkend, grappig, herinnert aan Claes Oldenburgh maar ook aan je laatste vliegreis, verhuizingen, aan wereldeconomie, aan sculptuur op zijn best, en dat alles zonder dat je er één letter in de catalogus voor hoeft te lezen. Voor dat soort lef is zo’n werkperiode bedoeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.