Review

Leezenbergs redeneringen zijn hier en daar glibberig

Van Arabische erotische literatuur vol knapenliefde naar de puriteinse islam: in De minaret van Bagdad onderzoekt Michiel Leezenberg die omslag.

Dansende jongen in Bagdad Beeld Fairfax Media via Getty Images
Dansende jongen in BagdadBeeld Fairfax Media via Getty Images

Seks met een vrouw, dat wilde de dichter Abu Nuwaas wel eens proberen: Op haar was ik een tijd verliefd - zij had zo'n mooi gezicht.

Al zijn rondborstige meisjes niks voor mij.

Het viel hem tegen. Abu Nuwaas vergelijkt het met een schipbreuk, en besluit na afloop dat hij zich voortaan zal beperken tot het vertrouwde vasteland:

Toen zwoer ik: van mijn leven zal ik nooit meer op zee veroveringen maken.

Alleen op ruggen wil ik reizen.

De minaret van Bagdad - Seks en politiek in de islam

Non-fictie
Michiel Leezenberg
Prometheus; 200 pagina's; €18,99.

null Beeld
Beeld

Hij gaf de voorkeur aan jonge jongetjes. En hij was niet de enige. De Arabische, Perzische en Ottomaanse literatuur kent veel mujun-dichters die de geneugten van de knapenliefde bezongen. Volgens Michiel Leezenberg was dit eeuwenlang 'een populair en wijdverbreid genre'. De knapenliefde was een elitaire ondeugd en dergelijke dichters hadden weinig te vrezen van imams. Toch is de islam tegenwoordig praktisch synoniem met seksuele repressie en een diepe afkeer van homoseksualiteit. Vanwaar die omslag?

De minaret van Bagdad bestaat uit twee delen. In de eerste pakweg honderd pagina's citeert Leezenberg met veel enthousiasme uit de Arabisch/Perzische erotische literatuur. Van de Koran, waarin zoals iedereen weet al schone knapen voorkomen, via mystieke en filosofische werken tot aan zelfhulpboeken (kamelenvet versterkt de erectie). En uiteraard mag het verhaal niet ontbreken (afkomstig van de grote dichter al-Rumi) waarin twee vrouwen zich laten bevredigen door een ezel. (Tip: gebruik een kapotte aarden kruik als tussenstuk, want de ezelspik is érg lang.)

Mooie schaamteloze tijden waren dat, wil Leezenberg maar zeggen. De moraal interesseert hem niet. Maar hij besteedt ook geen woord aan het gebruiken van slavenmeisjes, en zwijgt over de knapen die hun lichaam moesten verkopen aan rijke mannen (en hun dichters). Zelfs als het gaat om de huidige praktijk van bacha bazi (het 'knapenspel'), dat vooral in Afghanistan voorkomt, beperkt hij zich tot de zuinige constatering dat deze handel in jongenskontjes tegenwoordig minder geapprecieerd wordt.

De omslag geschiedde rond 1800. 'Dan wordt alles anders', schrijft Leezenberg op pagina 98. Het Westen ontdekt het sensuele Oosten en in de islamitische wereld maakt de vrije moraal langzaam plaats voor seksuele discipline, aandacht voor het gezin en afkeer van homoseksualiteit. Een proces dat uitmondt in de moderne islam waarin agressieve, 'mannelijke' kwaliteiten domineren.

Ging het hier om het overnemen van de westerse moraal? Leezenberg betwijfelt het. De omslag deed zich ook voor in gebieden die geen last hadden van westerse overheersers. In plaats daarvan zoekt hij de verklaring in het opkomend nationalisme. Het ontstaan van de natiestaat zou leiden tot grotere nadruk op mannelijkheid, zelfdiscipline en zuiverheid. Wellicht. Maar Leezenberg doet niet meer dan de ene externe oorzaak (de opmars van de westerse moraal) inruilen voor een andere (nationalisme). Het is niet meer dan een variant op een conservatief islamitisch refrein: alle kwaad komt door het Westen.

En hij herhaalt dat refrein. Verderop stelt hij het communisme verantwoordelijk voor het totalitaire karakter van het salafisme en steekt hij een klaagzang af over de opmars in de islamitische wereld van westers consumentisme. Ronduit grappig wordt Leezenberg wanneer hij salafisten vergelijkt met hipsters (dezelfde baarden) en de Moslimbroeders met de padvinderij. Natuurlijk streefde de oprichter, Hassan al-Banna, naar een zuivere islam, schrijft hij, 'maar dat deden zoveel mensen'. De Broederschap predikte volgens hem vooral het marcheren in de frisse Egyptische buitenlucht. Daarmee doet hij Al-Banna en zijn medestanders, zachtjes uitgedrukt, toch tekort.

De interne dynamiek van de islam lijkt bij hem verwaarloosbaar. Leezenberg beschouwt de islamitische geschiedenis in feite door een westerse bril, maar analyseert haar daarbij zoals conservatieve moslims dat doen: met de islam in de rol van passief slachtoffer. Maar de moderne islam is niet ontstaan uit het oppervlakkig kopiëren van westerse invloeden. Ze is ontstaan uit een diep verlangen het Westen te weerstaan door middel van een zuivering van de islam, met daarbij een hernieuwde belangstelling voor de islamitische bronnen. Het huidige islamitisch puritanisme heeft wel degelijk 'eigen' wortels. De vrijheid van de mujun was een voorwaardelijke.

Leezenberg heeft zich de ondankbare taak gesteld de islam te verdedigen tegen enerzijds salafisten die denken dat zij de ware islam bezitten, en anderzijds tegen islamcritici die elke misstand in de islamitische wereld wijten aan 'de islam' of de Koran. Daarom koos hij voor het onderwerp seks. Dat laat volgens hem zien dat de islam meer is dan vrouwenhaat en boerka's. Een wijze les, maar iets te nadrukkelijk verkondigd. Leezenberg schrijft vlot maar zijn redeneringen zijn hier en daar glibberig, of schieten door. En de parmantige wijze waarop hij hete aardappels van zich afschuift, is ronduit irritant. Maar juist die dwarsheid maakt de De minaret écht prikkelend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden