VOLKSKRANT LEESCLUB

Leeswijzer over het verzameld werk van dichter Alfred Schaffer, het boek dat we samen lezen in de Volkskrant Leesclub

Het boek dat we lezen in de Volkskrant Leesclub is zo heb ik u lief. alle gedichten tot nu toe van dichter en P.C.-Hooftprijswinnaar Alfred Schaffer. Dit is de leeswijzer van leesclubbegeleider en Volkskrantrecensent Geertjan de Vugt. Meedoen? Word lid van onze Facebookgroep.

null Beeld Sophia Twigt
Beeld Sophia Twigt

Leeswijzer: Alfred Schaffer, zo heb ik u lief. alle gedichten tot nu toe.

Toen ik op een zaterdagavond eind 2019 in Gent na afloop van zijn lezing met Alfred Schaffer sprak, vertelde hij me dat meer dan de helft van zijn nieuwe bundel nog geschreven moest worden. Hij voelde druk en niet alleen omdat de uitgever wie was ik al had aangekondigd. Het was ook de eerste volstandige bundel sinds Mens Dier Ding die hij zes jaar eerder had gepubliceerd, die voor talloze prijzen werd genomineerd en er ook nog eens drie won. Er zijn dichters die bij minder lof al verstijven.

Schaffer voelde de druk, maar deed ook laconiek, mengde ernst met ironie, zoals hij dat ook in zijn poëzie doet. Misschien had hij de bundel stiekem al af, had ik te maken met een moment van dichterlijke zelfmystificatie, wie zal het zeggen. Bij een zwaar Belgisch bier spraken we lang over ouder-kind-relaties en vooral over het gebrek aan herinneringen aan zijn overleden moeder. Bij een volgende fles spraken we over een nieuwe generatie dichters, jonge sociaalbewuste schrijvers die Schaffer dwongen om zijn eigen positie te bevragen en opnieuw te formuleren. Enkele uren spraken we zo, de werkelijkheid leek te vervagen, totdat we honger kregen en de dichter zin kreeg in Vlaamse frites. Toen ik hem wees op een boetiek frietzaak ontstond er nog een discussie over waar in Amsterdam de beste frites te krijgen is. Schaffers tip: aan het begin van de Linnaeusstraat.

Slechts enkele maanden later rolde wie was ik. strafregels van de drukpersen en had Schaffer de schijnwerpers op zichzelf gericht. De bundel werd genomineerd voor de Grote Poëzieprijs en werd bekroond met de Herman de Coninckprijs. Bovendien werd de dichter dit jaar de P.C. Hooft-prijs toegekend. Maar dat laatste kwam niet geheel als een verrassing. Schaffer werkt al dik twee decennia aan een eigenzinnig, bijzonder poëtisch oeuvre. Dat Schaffer nu in het volle licht stond, kwam niet alleen door al die loftuitingen, hij had de lamp naar hemzelf gedraaid door een wel zeer persoonlijke bundel te schrijven over de poging zijn overleden moeder te herinneren, over zijn dwaaltocht door de catacomben van het geheugen, en over het vinden van een stem, haar stem, vermengd met die van de dichter. Het vormt een opmerkelijke, nieuwe stap in het oeuvre van Schaffer. Aan de hand van de biografie van zijn moeder lukt het hem tevens een zeer gerichte kritiek op het alledaags racisme in Nederland te uiten.

Op het eerste oog is zijn poëzie lang niet altijd zo persoonlijk geweest. Nu de Bezige Bij al zijn dichtwerk in een ruim 700 pagina’s tellende band bijeen heeft gebracht is het mogelijk de ontwikkeling van deze bijzondere dichter, van Zijn opkomst in de voorstad (2000) tot aan wie was ik. strafregels (2020), opnieuw te bestuderen.

Bij herlezing valt me op hoezeer de thematiek van wie was ik al aanwezig was in zijn eerste bundels. In verschillende gedichten schrijft Schaffer, kind van een Antilliaanse moeder en een Limburgse vader, over zijn verhouding tot zijn ouders. Veel gedichten gaan over communicatie, over het mislukken daarvan, over boodschappen die al dan niet aankomen. Veel verzen gaan over reizen, over dwalen. In tal van gedichten gaat het over foto’s en het vastleggen op beeld, alsof Schaffer al vanaf 2000 bezig is met het denken over herinneren, het vasthouden van beelden. Maar wat me het meest van alles opvalt, zowel in wie was ik als in z’n allereerste bundels is de rol die Schaffer reserveert voor dromen, hallucinaties en hypnose. Die schemertoestanden van de menselijke geest krijgen zo’n grote rol dat ik me af begin te vragen of die niet de kern van zijn oeuvre uitmaken. Uiteraard duiden die toestanden op een onzekere verhouding tot de wereld, op een niet weten wat werkelijk is, maar ook op vrijheid, op verbeelding, misschien wel op de poëzie zelf. In ieder geval ben ik Schaffer opnieuw gaan lezen en in een ander licht gaan zien: Schaffer als dichter van schemertoestanden.

En, wat denkt u? Ik ben benieuwd naar hoe de leden van de Volkskrant Leesclub dit bijzondere, terecht veelvuldig bekroonde oeuvre zien. En ik verheug me dan ook op discussies over de ontwikkeling van Schaffer als dichter, over al dan niet persoonlijke gedichten, over Schaffers vormexperimenten, maar bovenal over poëzie als herinnering en dichtwerk als hallucinatie of droom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden