Leentjebuur spelen bij Rembrandt

De Engelse kunstschilder Glenn Brown, wiens werk nu te zien is in het Rembrandthuis, haalt zijn inspiratie vrij letterlijk uit het werk van oude collega's. En kan zeer wel uitleggen waarom hij dat doet.

Na een uurtje praten over zijn Rembrandt-schilderijen vol Rembrandt-figuren en geschilderd in een op het eerste gezicht Rembrandtachtig handschrift, moet de Britse schilder Glenn Brown (50) de vraag maar eens worden gesteld: Rembrandt, had die ze ook kunnen waarderen? Hij hoeft er niet lang over na te denken: 'Waarschijnlijk niet. Sterker: ik denk dat hij ze vrij verschrikkelijk had gevonden. Dat Rembrandt zelf voortdurend andermans kunst bewerkte, had hem denk ik niet milder gestemd. Niemand vindt het erger om bestolen te worden dan een dief.'

Brown heeft iets met deze 'dief'. Van alle oude meesters die hij zich in zijn felgekleurde, groteske, vaak tegen de kitsch aanschurkende schilderijen toe-eigende was het de 17de-eeuwse Hollander die hem het meest boeide. Brown: 'Met Rembrandt heb ik een haat-liefdeverhouding. Ik hou van hem en ik kan hem niet uitstaan, maar hij laat me nooit onaangedaan.'

En dus heeft hij Rembrandts kunst de laatste decennia geïnternaliseerd, is de Amsterdammer onderdeel geworden van zijn dna. Het resulteerde in enkele tientallen werken gebaseerd op Rembrandts oeuvre; schilderijen, etsen, op de iPad gemaakte tekeningen, werk dat iemand vroeg of laat in een tentoonstelling bijeen moest brengen. Die tentoonstelling is er nu. In het Rembrandthuis, in Amsterdam.

Trompe-l'oeil expressionisme

Een week voor de opening ontvangt Brown in zijn Londense werkruimte om de hoek van metrostation Old Street. Kunstboeken van plint tot plafond, sculpturen gemaakt met aangekoekte stukken verf en precies nul te exposeren schilderijen om over te praten. Die zijn namelijk allemaal onderweg naar de tentoonstelling in Amsterdam. Foutje in de planning - kan gebeuren. Gelukkig staat er in het atelier wel een ander schilderij, een doek waarop een meisjeskopje is te zien, gebaseerd op een werk van rococoschilder Greuze en geschilderd in een kleurenschema ontleend aan Van Gogh. Het verkeert ergens halverwege voltooiing. Het is representatief voor Browns schilderstijl.

Deze stijl laat zich nog het best omschrijven als trompe-l'oeil expressionisme: een robuust handschrift - vuistbrede streken, verf dik als pindakaas - dat bij nadere beschouwing blijkt te bestaan uit ontelbare haarfijne streekjes; de verfhuid is spiegelglad. Het is een tijdrovende, omslachtige techniek waardoor je je afvraagt waarom Brown niet gewoon normaal doet, pardon: waarom hij niet echt expressief schildert. 'Daarvoor zou ik net zo getalenteerd moeten zijn als Rembrandt. En dat ben ik niet. Wanneer ik snel schilder, oogt het vlak. Maar kan ik een halve dag aan één kwaststreek zitten, dan ziet het er goed uit. Bovendien: ik hou van die tweede laag. Dat je als kijker het gevoel hebt: waar kijk ik naar?'

Vandaag is dat evident: het meisje van Greuze.

Glenn Brown

Glenn Brown (1966, Hexham, Northumberland) is een Britse kunstenaar die zich voor zijn werk schilderijen van oude meesters toe-eigent, waardoor hij incidenteel van plagiaat werd beschuldigd. Hij werd opgeleid aan de Norwich School of Art & Design en Goldsmith College in Londen, en wordt onder meer vertegenwoordigd door Gagosian Gallery en Galerie Max Hetzler in Berlijn. Hij exposeerde in instituten als de Serpentine Gallery in Londen en het Kunsthistorisches Museum in Wenen. In Nederland exposeerde hij in 2013 in het Frans Hals Museum in Haarlem. In 2000 werd Brown genomineerd voor de Turner Prize.

Artificiële wereld

Als gezegd: dat toe-eigenen is bij Brown aan de orde van de dag. Al zijn schilderijen beginnen met werken van 17de- en 18de-eeuwse meesters zoals Fragonard, Rubens, El Greco en modernere beelden zoals de omslagen van sciencefictionromans. 'De wereld van de schilderkunst is net zo rijk als de zogenaamde echte wereld - rijker waarschijnlijk. Op straat kan ik niet iemand uit de 17de eeuw tegenkomen. Op een schilderij wel. Bovendien: het gaat niet om wát je schildert, maar hóé, welke taal je gebruikt.

'Het overnemen van andermans onderwerpen is een slimme manier om de vermoeiende vraag wat nu weer eens af te beelden over te slaan; je kunt je direct richten op wezenlijke zaken zoals de keuze in kleuren of de weergave van de texturen. Ik sta daarin niet alleen. Iemand als Rembrandt was ook meer geïnteresseerd in wat hij kon zeggen, dan in wie hij schilderde. Zeker, er zijn figuren die lijken op Titus en Saskia, maar ik denk niet dat het per se ging om hen, om het vangen van hun essentie; volgens mij ging het om het vertellen van een verhaal, of om hoe licht op de huid viel, hoe het erdoor werd geabsorbeerd of juist ervan af kaatste. Ook Rembrandt was uiteindelijk vooral geïnteresseerd in een artificiële wereld.'

Tegelijk bestaat er een verschil tussen de schilder die een echt meisje schildert en degene die zich tevreden stelt met een reproductie van een geschilderd meisje. Die eerste kan, om iets te noemen, om het meisje heen lopen om te kijken hoe haar oor er precies uitziet. Brown: 'Ach, de schilderkunst bestaat al eeuwen. Er zijn miljoenen schilderijen. Wanneer ik wil weten hoe zo'n oor in elkaar steekt, dan ga ik gewoon op zoek naar een ander schilderij met een oor erop. Werkelijk, er bestaat niet zo'n groot verschil tussen werken naar reproductie en naar de natuur.'

Verval

Eén type reproductie maakte Brown vaker dan die van andere schilders: die van Rembrandt. Van diens bebaarde tronies tot diens Susanna (zonder wellustige ouderlingen) tot de naamloze zittende vrouw - allemaal doken ze op Browns schilderijen op en zijn, uit meerdere platen gedrukte, etsen. Wat was het dat hem in eerste instantie aantrok aan de productieve Hollander? 'De manier waarop hij verf aanbrengt, obviously. Die is heel karakteristiek. Rembrandts beste schilderijen hebben iets lumineus. Ze geven je niet alleen het gevoel dat je de figuren erop kunt aanraken of ruiken; die figuren bieden ook de illusie dat ze kunnen bewegen. Sterker: ze kúnnen bewegen.' De kwaliteit van de doeken, zegt Brown, maakte het voor hem extra aantrekkelijk ze zich toe te eigenen: 'Al mijn schilderijen zijn zowel een hommage aan als een aanval op het origineel.'

Het heeft iets agressiefs. Op Browns schilderijen ondergaan Rembrandts figuren griezelige mutaties. Lichamen zijn groen of geel of blauw. Huid ziet er uit als ontbindend weefsel. Zulke transformaties doen onwillekeurig denken aan The Portrait of Dorian Gray: ze bevestigen dat de tijd niet alleen buiten, maar ook binnen het schilderij zijn verwoestende werk deed. Brown knikt: 'Ik hou van verval. Het is mooi, nuttig, noodzakelijk zelfs. Zonder verval zou er geen leven op aarde zijn; geen microben, geen ontbindende planten, en dus ook geen koolstofdioxide waarmee andere planten weer kunnen groeien; geen zuurstof, geen bomen, geen mensen. Het verval: héél belangrijk.'

Een schilderij waarin het verval zich duidelijk aftekent, is I Lost My Heart to a Starship Trooper (1996): een werk geënt op de jongen met de hoed uit de Londense Wallace Collection, een geinig paneeltje dat ooit werd toegeschreven aan Rembrandt en inmiddels aan diens leerling, Govert Flinck. De Brown-versie toont een eng ventje. Huid van littekenweefsel, lepe blik. Of nee, niet leep maar afwezig, met ogen die aan staar lijken te lijden. Een verschijnsel met precedenten, vertelt de schilder: 'Kunstenaars als Picasso of Modigliani deden het ook. Door de ogen weg te laten, lieten ze een portret minder over de afgebeelde gaan en meer over degene die afbeeldde.'

Dat kon extremer. Op onder andere Nigger of the World (2011, naar Susanna en de ouderlingen) is de vrouw niet alleen van haar zicht, maar van haar hele hoofd ontdaan - het lijf stopt gewoon bij de nek. Het leek Brown een aardige manier om de kijker eens goed te prikkelen, verklaart hij: 'Het hoofd is belangrijk. Het is het eerste deel van een lichaam waar je naar kijkt; het is het eerste deel waar je blik rust vindt. Wat als het er opeens niet is? Waar fixeer je als kijker dan op? De borsten, de buik? Ik wil schilderijen maken waarin je ogen geen houvast vinden; waarin je ze als het ware blijven glibberen. Als kijker hoef je je daarvan niet bewust te zijn; als je het maar voelt.'

Glenn Brown, Rembrandt - After life, Museum het Rembrandthuis, Amsterdam, t/m 23/4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden