Leef! Dans! Doe! Denk niet na! Knallen!

De tranen schijnen hem oprecht in de ogen te zijn gesprongen, toen Aranka Meijerink van het Stedelijk Museum in Zwolle vroeg of zij een tentoonstelling mocht maken geheel gewijd aan zíjn tekeningen en schilderijen....

Van onze verslaggever

Eric Arends

ZWOLLE

Ze liggen immers niet voor het oprapen: popmuzikanten die ook in de zogenaamde hogere kunst een serieus deuntje meetoeteren. Schilderende en tekenende musici genoeg: Henk Hofstede van de Nits, Peter te Bosz van Claw Boys Claw, Ron Wood van de Stones, Captain Beefheart, Kevin Coyne, Miles Davis. Maar echt grote museale tentoonstellingen zijn er nauwelijks van gekomen. Daarvoor deugt het werk niet of ontbreekt het musea gewoon aan lef schilderijen van een popmuzikant aan de muur te hangen.

Ook het werk van Brood was tot dusver alleen te zien in galeries, of in televisieportretten die verder vooral gingen over de persoon achter het publiekelijk spuitende, snuivende, slikkende, drinkende, overspelige, mediageile boegbeeld van de Nederlandse rock 'n' roll - inclusief de eeuwige vraag hoe hij het toch voor elkaar krijgt om ondanks zo'n leven en een gestaag klimmende leeftijd (thans 52) die wonderbaarlijk jeugdige uitstraling te behouden.

Aranka Meijerink vindt die reserve van musea onterecht. Ze acht het tijd dat Brood als kunstenaar serieus wordt genomen. Hij heeft wel degelijk een verhaal, zegt zij, een verhaal over idolen: schrijver William Burroughs bijvoorbeeld, en de komiek Lenny Bruce. Over zijn liefde voor pistolen. Over kind-zijn.

Dat verhaal verdient het verteld te worden in een museum, en waar gaat dat beter dan het Stedelijk in Zwolle, de stad waar Brood pakweg een halve eeuw geleden opgroeide en nog steeds graag schijnt terug te keren? Dus heeft het Zwolse museum drie verdiepingen volgestopt met schilderijen, tekeningen, stripverhalen, zeefdrukken, lp-hoezen, gedichten, interviews en documentaires; met kabinetjes vol pers- en privéfoto's van Brood met Nina Hagen, met Dolf Brouwers, majoor Bosschart en dochter Lola.

En er zijn speelgoedpistolen, boeken, een oud bioscoopkaartje voor de Broodfilm Rock 'n' Roll Junkie, gebruikte spuitbussen, verfrollen, en zelfs een origineel proefwerk geschiedenis uit de derde klas van de Middelbare Handelsschool Zwolle. Vraag: Geef de verschillen weer in buitenlandse politiek van Willem II en de Staten van Holland. Broods antwoord: 'Willem II wilde iets anders als de Staten van Holland. We maken hieruit op dat beiden niet hetzelfde willen. Daarmee ontstond misschien een conflict (wie zal het zeggen?). Dit is allemaal erg vervelend, zei Johan de Witt tot zijn vrouw.' (Cijfer: 1.)

Zo opgesomd lijkt dat misschien een gretig bijeengegraaide janboel aan Broodprullaria. Ter plaatse valt dat mee. Naast tekeningen uit de jaren zestig, die hier en daar wat weg hebben van het werk van Peter van Straaten, zijn vooral Broods recente schilderijen te zien. Grote doeken met oersimpele figuren. Erg Cobra, erg Lucebert. 'Ik wil het doen zoals ik het zou doen als ik 6 jaar was', staat Brood in grote letters op de museummuur geciteerd. Dat lukt hem aardig.

Hier schildert hij een vliegtuig, daar een indiaan, een naakte vrouw, een gitarist of een man (of een vrouw) op een paard. Details ontbreken. Met een paar dikke zwarte lijnen zet Brood de contouren van zijn onderwerp neer, pakt de spuitbus of de verfroller en kleurt het met felle kleuren in.

Gaat het fout dan geen nood: kloddertje verf erover en fijn nog een keer proberen. Zoals bij het schilderij van de golfspeler. Dat de eerste versie van de golfclub nog goed te zien is, maakt hem kennelijk niet uit. Perfect hoeft het niet te zijn. Brood moet het niet hebben van doorwrochte concepten over het al. Als zijn werk al een boodschap heeft dan is het de boodschap van de rock 'n' roll. Leef! Dans! Doe! Denk niet na! Kom op! Knallen!

Het zijn de onaffe vormen maar vooral ook de sterk contrasterende kleuren die de schilderijen zo energiek maken. Vraag is natuurlijk of het ook zijn opzet was. Brood is kleurenblind en hij is met die handicap aangewezen op kleuren die onderling sterk verschillen. Schilderijen met geleidelijke kleurovergangen zie je niet op de expositie. Brood heeft ze wel gemaakt maar Meijerink vond het niet nodig die te tonen. Dat is erg jammer. Want ook al zijn dat geen topstukken en kloppen de kleuren niet helemaal, ze vertellen nou juist iets over Brood dat niet iedereen allang wist.

Herman Brood in het Stedelijk Museum Zwolle, Melkmarkt 41, t/m 6 september. Boek met illustraties van zijn werk en artikelen van onder anderen Bart Chabot: * 35.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.