Drama

Le Grand Cahier

Prachtig spel door de zuipende grootmoeder

'Wij komen uit de Grote Stad. Wij hebben de hele dag gereisd.' Met deze typerend kale zinnen opent Het dikke schrift (1986), de oorspronkelijk in het Frans geschreven en inmiddels klassieke roman van de Hongaarse schrijfster Agota Kristof (1935-2011). Behalve de ascetische stijl valt meteen het perspectief op: de hele roman wordt verteld door een eeneiige tweeling, die op het platteland bij oma schuilt voor een niet nader geduide oorlog. De jongens maken de ergste verschrikkingen mee, halen zelf ook genoeg gruwelijks uit en doen op kille toon verslag in hun notitieboek. De 'we'-vorm maakt hen op papier al net zo onafscheidelijk als in het echt.

De Hongaarse regisseur János Szász heeft een mooi middel gevonden om dat dubbele, onontwarbare perspectief aan te brengen in zijn verfilming van Le grand cahier (A nagy füzet). Hij verwerkt niet alleen flinke lappen uit het boek in de voice-over, maar komt ook steeds met point of view-shots waarvan je niet kunt zeggen bij wie van de twee jongens ze horen. Als ze bij hun kolossale, barse grootmoeder arriveren bijvoorbeeld, en haar van buiten door een raampje bespieden. Of als ze een uitgehongerde soldaat vinden, ingesneeuwd bij een boom.

De jongens worden gespeeld door tweelingbroers László en András Gyémánt, die een engelachtige schoonheid zouden kunnen hebben als ze niet steeds zo bozig uit hun ogen kijken. Terwijl die blik past bij de schijnbare gelatenheid waarmee ze de gruwelen en absurditeiten van de oorlog absorberen, gaat het op en den duur irriteren dat ze nooit eens een ander gezicht opzetten. Zo blijven ze te veel steken aan het oppervlak van hun gesloten, maar gelaagde personages.

Gelukkig weten de volwassen acteurs wél raad met hun rollen. Vooral Piroska Molnár is overrompelend lomp én deerniswekkend als de zuipende grootmoeder. Het pakt ook goed uit dat Szász zich niet slaafs aan het basismateriaal opstelt. Hij situeert het verhaal duidelijk in het door de Duitsers bezette Hongarije van 1944, en laat zich niet door de sobere toonzetting van het boek beknellen.

Het camerawerk is schilderachtig met zijn licht-donker-contrasten, de muziek ongewoon en mysterieus en soms wordt de doodse sfeer opgetild én verhevigd doordat potloodtekeningen uit het notitieboek in grimmige animaties veranderen. Alles resulteert in een film die je weliswaar koud om het hart slaat, maar toch zijn eigen wereld binnenzuigt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.