ColumnMerlijn Kerkhof

Laten we in het nieuwe jaar vaker buiten Amsterdam treden. Veel vaker

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Rutger Pontzen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Stelling: We moeten in 2020 minder naar 020

Met de jaarwisseling in zicht, leek het me goed eens terug te blikken. Ik was benieuwd waar wij, de recensenten klassieke muziek van de Volkskrant, naartoe zijn geweest de afgelopen jaren. Naar welke orkesten en ensembles luisteren we het vaakst, en in welke zalen? Regionale spreiding is terecht een speerpunt in het landelijke cultuurbeleid. Ik turfde alle recensies die wij maakten in 2018 en 2019, 296 concerten en opera’s in totaal.

Aanvankelijk had ik nog enig gevoel van trots. Er ontstond een lijst met tal van plaatsnamen: we waren toch maar mooi naar Lochem en Wijk bij Duurstede geweest, we recenseerden vier keer zo vaak in Weststellingwerf als in Wenen (door de zomeropera’s in Spanga en Nijetrijne). Maar toen ging ik tellen hoe vaak we in Amsterdam waren geweest.

Oef.

We gingen 155 keer naar Amsterdam – 52,4 procent dus. Voor 26,4 procent van de recensies gold dat het Concertgebouw de plaats van handeling was, wat me eerlijk gezegd weer meeviel. De een na drukstbezochte zaal (althans, door ons) bleek het Muziekgebouw aan ’t IJ (38 keer, 12,8 procent), en dus niet het Utrechtse TivoliVredenburg (26 keer, 8,8 procent) of de Rotterdamse Doelen (21 concerten, 7,1 procent).

Het zegt iets over blinde vlekken, maar ook iets over wat wij van belang achten. We hechten veel waarde aan hedendaagse muziek: een première heeft meer nieuwswaarde dan de zoveelste uitvoering van een overbekende symfonie. Het Concertgebouw trekt de grootste sterren én huisvest de ZaterdagMatinee, die veel premières biedt en ook nog eens door vele duizenden luisteraars op de radio of online wordt beluisterd. Het Muziekgebouw aan ’t IJ is het huis voor de muziek van nu, en programmeert gewoon heel goed. Net als het Orgelpark trouwens.

Niemand betwist dat Amsterdam het rijkste aanbod heeft. Maar het wordt toch een beetje genant als je bedenkt dat slechts 5 procent van de Nederlanders in Amsterdam woont, een feitje dat op een post-it op iedere hoofdstedelijke redactiecomputer zou moeten staan.

Waarom is het van belang dat we overal komen? Allereerst zijn we er voor de lezer, en die is overal. Maar ik voel ook een morele verplichting: het is voor het muziekleven in de breedste zin goed als er in elke hoek van het land muziek ís. Een ensemblecultuur kan alleen bloeien als er genoeg speelplekken zijn; top vereist een brede basis; nee, de kinderen die voor het eerst Tsjaikovski moeten horen, hebben geen boodschap aan ‘reisbereidheid’. Mocht er ooit weer een concertzaal in nood komen of een orkest op de nominatie staan om te worden wegbezuinigd (hell no), kunnen we moeilijk gaan miepen als we er zelf amper zijn geweest, en de lezer dus nauwelijks op het bestaan hebben gewezen.

Mijn voornemen: vaker naar Brabant (twaalf concerten, 4,1 procent – de derde provincie in het land nota bene, nauwelijks kleiner dan Noord-Holland). En naar De Oosterpoort in Groningen (één keer), en die prachtige oude zalen in Nijmegen en Arnhem (De Vereeniging en Musis, allebei tweemaal). Kortom: in 2020 iets minder naar 020.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden