Recensie Theater

Langzamerhand dringt de vraag zich op: hadden we voor deze belangrijke, hartverwarmende inzichten die wreedheden van Pasolini wel nodig? (drie sterren)

‘Salò’ van Schauspielhaus Zürich gaat over ongelijkheid, dehumanisering en ‘superieur’ versus ‘inferieur’. 

Een scène uit Die 120 Tage von Sodom. Beeld Toni Suter / T+T Fotografie

Ja, het idee is meteen lekker controversieel: je besluit de ‘schokkendste film aller tijden’ (in 1975 althans): Salò of de 120 dagen van Sodom van Pier Paolo Pasolini op toneel na te spelen. En wie cast je voor de rollen van de ontvoerde jongeren die door vier fascistoïde perverselingen 120 dagen lang worden vernederd, gemarteld, verkracht en uiteindelijk vermoord? Natuurlijk: mensen met een verstandelijke beperking. Voor regisseur Milo Rau, die eerder de Dutroux-affaire liet naspelen door kinderen (in het bloedmooie Five Easy Pieces) is geen extreme inval te gek.

Rau heeft er plezier in om voorstellingen te verzinnen die op papier danig verontrusten en ongezien direct voor ophef zorgen. Meestal blijkt die papieren perversie in de praktijk echter mee te vallen, en pakt een tamelijk weerzinwekkend idee eigenlijk behoorlijk goed uit. Niet per se choquerend, wel aangrijpend. Ontroerend vaak, troostrijk soms. Dat gebeurde bij Five Easy Pieces en het gebeurt bij Die 120 Tage von Sodom. Ondanks de bizarre opzet blijkt die laatste een luchtig kabbelende, licht ongemakkelijke, soms confronterende maar bovenal innemende voorstelling.

Dat is te danken aan de integere manier waarop Rau te werk gaat. In dit geval: de manier waarop hij zijn spelers regisseert – een groot gelegenheidsensemble bestaande uit vier acteurs van Schauspielhaus Zürich en elf spelers van Theater Hora, een gezelschap voor acteurs met een verstandelijke beperking. Ondanks de explosieve materie ontstaat tussen ‘gewone’ en ‘beperkte’ acteurs op toneel een respectvolle dialoog, die uitgroeit tot een ontspannen, warmhartige samenwerking. Tussen deze acteurs bestaat uiteindelijk geen verschil, geen gêne, geen kloof. En ook als toeschouwer wen je snel aan de Hora-spelers, toch mensen die je op het podium weinig ziet. Is het anders om naar een naakte acteur te kijken, als die acteur het syndroom van Down heeft? Nee dus, eigenlijk.

Het is wel Salò, dus naar naakte acteurs kijken zullen we. Naar analogie van de film is er een scène waarin de konten van de Hora-acteurs één voor één gekeurd worden, close-up op camera, en de actrice met de mooiste kont een lange provocatieve dans doet met haar volumineuze trillende billen. Er zijn een paar opzettelijk knullige verkrachtingen, die met een flinke knipoog vooral de suspension of disbelief in het theater illustreren – deze voorstelling gaat ook over de verbeelding en de werking van de fantasie. En er is een mooie lange scène waarin twee Hora-acteurs, ook in werkelijkheid een stel, de liefde bedrijven. Mensen met Down die spelen dat ze seks hebben – het blijkt niet raar of ongemakkelijk, maar eigenlijk heel gewoon. Om dat besef lijkt het Rau te doen. Hij confronteert je behendig met je eigen vooroordelen, en zorgt ervoor dat je die razendsnel overboord kiepert.

Maar dan begint er toch iets te knagen, want langzamerhand dringt de vraag zich op: hadden we voor deze belangrijke, hartverwarmende inzichten eigenlijk die wreedheden van Pasolini wel nodig? Rau bezingt immers vooral de gelijkwaardigheid. Pas in de gruwelijke finale blijkt Salò relevant als bronmateriaal, om ons op de valreep nog even te confronteren met onze eigen wreedheid en gewetenloosheid – onderstreept met vet aangezette religieuze symboliek.

Salò gaat natuurlijk over (machts)ongelijkheid, dehumanisering en ‘superieur’ versus ‘inferieur’. Rau paart die thematiek expliciet aan de eugenetica van de nazi’s – die mensen met een beperking, zoals de Hora-acteurs, systematisch wilden uitroeien. Vervolgens trekt hij een kwestieuze parallel tussen de nazi’s en de prenatale diagnostiek. Dat is plat en gratuit, en de suggestie van verwantschap gaat veel te ver. Tegelijk biedt die provocatie wel interessante denkstof: wie besluit wie het recht heeft om te leven en zich voort te planten? En op welke grond?

In een hartroerende scène vertelt acteur Michael Neuenschwander aangedaan over de zwangerschap van zijn vrouw, die ze na zes maanden besloten te beëindigen omdat hun zoon het syndroom van Down had. Hij wordt liefdevol en niet-verwijtend getroost door Hora-acteur Matthias Grandjean, terwijl die tegelijk waardig en trots zijn plek opeist, hier, op het toneel, en in deze wereld.

Die 120 Tage von Sodom door Schauspielhaus Zürich. Regie: Milo Rau. Gezien: 2/2, Stadsschouwburg Amsterdam. Festival Brandhaarden t/m 6/2.

De Sade en Pasolini

Pier Paolo Pasolini baseerde zijn Salò, de laatste film die hij voltooide, op Les Cent Vingt Journées de Sodome van Markies de Sade uit 1785. Daarin beschrijft De Sade hoe vier machtige mannen zich afzonderen in slot Silling, samen met een paar prostituees en een groep ontvoerde jongeren. De hoeren moeten verhalen vertellen, waarna de heren hun seksuele lusten uitleven op de jongeren. Ruim tweehonderd jaar later verplaatst Pasolini in Salò o le 120 giornate di Sodoma (1975) de gruwelijkheden naar een slot in Salò, Noord-Italië, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Die omgeving vormde van 1943 tot 1945 het fascistische machtscentrum van Mussolini.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.