Langzame wandeling door het paradijs

Dit kan een typerende zin zijn: 'Ottorino Respighi (1879-1936) schreef muziek die je onmiddellijk mooi vindt, maar niet meteen kan thuisbrengen.' 'Thuisbrengen' betekent: in relatie brengen met muziek van andere componisten....

door Kees Fens

Men kan zich geen literatuurbeschouwing voorstellen die een roman of een dichtwerk aanduidt in verwijzingennaar vier, vijf andere schrijvers of dichters, tenzij het om heel slecht werk gaat, geschreven door de bekende auteur Leentjebuur. (Die bestaat overigens in vele gestalten.) Kan een schrijver over muziek niet anders? Ja, hij kan gebruikmaken van metaforen. Men kan bijvoorbeeld zo schrijven over de sonates van Scarlatti: 'Wie geraakt wil worden door de sprankelende tonen kan om te beginnen de prachtige, melancholieke sonate in b mineur (K87) beluisteren, een langzame wandeling door het paradijs, en de sonate in e majeur (K380), die wel lijkt geschreven als beschrijving van de mooiste zang op aarde.' Boven een stuk dat met deze zinnen eindigt, zet je dan als titel 'Sprankelend', als de metaforische kurk op de fles. De metaforen zijn niet oorspronkelijk; ze hebben een vrij sterk clichématig karakter. In een literatuurbeschouwing of een stuk over beeldende kunst zou dat te misprijzen zijn; de lezer over muziek heeft een ruim hart: hij weet dat er voor lof of geluk of de impressie geen andere taal dan die van de gemeenplaats is.

Omdat Paul Witteman, van wie alle boven geciteerde zinnen zijn, bij het schrijven over muziek bijna altijd zijn geluk niet op kan, heeft hij veel metaforen uit de kunstzinnige gemeenplaatsenvoorraad nodig om zijn geluk op de lezer over te brengen en die tot de ervaring van een gelijk geluk te verleiden. Of hij noemt gelukkig makende andere muziek.

Zijn stukjes over muziek – kamerstukjes, kan men zeggen – laten heel veel licht en helderheid door, wat ze tot uiterst aangename lectuur maakt. Ik gebruik de twee woorden met opzet. Het onderscheid (als bijna alle onderscheid eenzijdig) tussen Duitse en Franse muziek – de een zwaar, de ander licht – dat Witteman maakt, brengt de 'Franse' en 'Duitse' luisteraar voort. Witteman is de eerste – al is Bach voor hem de grootste componist aller tijden, zo groot dat je hem eigenlijk alleen maar in bijzinnen kunt noemen. Waar haal je de taal voor een afzonderlijke beschouwing over hem vandaan?

Die lichtheid kan verrassen. Wie Witteman van de televisie kent of uit interviews,ontmoet een tobber die met humor de diepste rimpels even kan laten verdwijnen. De tobber is ook altijd bezorgd. Als hij met Wellink van De Nederlandsche Bank spreekt, zijn zijn zorgen over de monetaire situatie in Europa haast nog groter dan van Wellink. Er is maar één zonnig vertrek in zijn levenshuis: de muziekkamer. En hij lijkt in de muziek alle zware bewolking te mijden, alle loden melancholie ook. De kamer moet helder blijven.

Ik gebruik 'kamer' met opzet: als muziekliefhebber is Witteman een lyricus. Hij houdt van kamermuziek, van de kwartetten en kwintetten, van sonates en cantates. Hij heeft thuis, in de kamer, als kind zijn eerste muziek gehoord. In 'kamermuziek' klinkt bij hem ook het woord 'familie' door, muziek voor onder ons. Dit begin van een stukje dat 'Kwartetten' heet, is daarom karakteristiek:

'Twintig jaar geleden liep ik met mijn broer door het Quartier Latin van Parijs. Gewoontegetrouw betraden we elk kerkje dat we in het oog kregen. Die avond kwamen uit een kapelletje de mooiste klanken die ik sinds tijden had gehoord. Op onze tenen liepen we naar binnen. Op het altaar speelden vier enthousiaste musici een strijkkwaret van Beethoven. De tranen schoten me in de ogen. Dat was al die symfonieën en pianoconcerten van dezelfde componist niet gelukt. Waarom ontroerden deze noten mij wel?'

De muziek wordt per toeval ontdekt. De luisteraar is passant. Als de amateur die Witteman is (hij begon ooit een studie aan het conservatorium, maar meer dan een begin werd het niet, hij werd algauw journalist), is hij een nauwelijks geprogrammeerde luisteraar, een toevalsluisteraar. Muziek lijkt zich altijd ineens te isoleren uit andere dingen. Als amateur en toevalsluisteraar schrijft hij ook over muziek. Dat al of niet schijnbaar toevallige karakter maakt de stukjes open en vaak verrassend.

De stukjes verschenen eerder in het zaterdagse Volkskrant Magazine. Ik vond ze meteen goed – dit was een aanmoedigende manier om over muziek te schrijven. De aanleiding of het slot was altijd een verkrijgbare cd, zodat je het geluk van de schrijver kon gaan controleren. Misschien overdrijft Witteman de grootheid van de cd iets; de levende muziek is nooit te evenaren, maar de cd maakt de muziek voor hem ook in andere zin kamermuziek. Ik geloof dat Witteman niet graag buiten komt.

Verzameld, onder de journalistieke titel Hoor en wederhoor, houden de stukjes het, en ze versterken elkaar ook nog. Een mooie verzameling van een journalist die nu niet zijn zorgen, maar zijn verrukkingen met een ander wil delen. Geluk vooral om de muziek waarin in een kleine ruimte het ene instrument de vragen van het andere beantwoordt, in de mooiste dialogen die de cultuur kent. Het moet Witteman geluk en gelijk hebben gegeven dat de critici pas door de kamermuziek voor Bruckner werden gewonnen.

Een cd met favoriete fragmenten van Witteman is bij het boekje gevoegd. Men moet niet overdrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden