Landelijke broek

De vrouwentuinbroek is aan een voorzichtige comeback bezig. En dat heeft niets met feminisme te maken...

Weinig kledingstukken hebben zo’n vreugdeloos imago als de tuinbroek, ook wel salopette of – foutief – overall genoemd. Voor de duidelijkheid: ik bedoel zo’n broek met een borststuk en schouderbanden. Het woord tuinbroek wordt bijna uitsluitend gebruikt in combinatie met de woorden ‘paarse’, ‘boze’, ‘roodharige’, ‘feministen’ en soms ook ‘mannenhaters’; op de opiniepagina’s van de Nederlandse kranten tref je nog geregeld zinnen met deze woorden aan.

In The New Yorker las ik een tijdje geleden dat de Amerikaanse beha-verbranding uit 1968, waaraan nog dikwijls wordt gerefereerd, nooit heeft plaatsgevonden. Hadden feministen destijds eigenlijk wel zo vaak tuinbroeken aan als nu wordt gedacht?

Ik kan me herinneren dat mijn moeder midden jaren zeventig een tijdje een paarse overall droeg – een echte, met mouwen – maar in de jarenzeventigtuinbroek zie ik eerder een bebaarde man, type deelnemer aan mannenpraatgroep. Maar dat kan evengoed een overdreven voorstelling van zaken zijn.

Eind jaren zeventig was de salopette voor het laatst in de mode, in een glimmende discoversie, die allesbehalve vreugdeloos was. Nadien is-ie een tijd impopulair geweest, behalve voor kleine kinderen. Vooral de onverslijtbare kinderbroeken van het Amerikaanse OshKosh waren en zijn geliefd; die gaan van kind op kind op kind op kind.

Al een paar jaar is de tuinbroek bezig met een modecomeback, die dit voorjaar serieus aan het worden is. Een pure, landelijke uitstraling is gewild, en daarin past de tuinbroek – oorspronkelijk een kledingstuk voor landarbeiders en spoorwegbouwers – uitstekend. Een lief bloesje of eenvoudig wit T-shirt eronder, en je ziet de de tarwespriet bij wijze van spreken al in de mondhoek hangen (denk één band los en het bloesje iets te ver open en het beeld gaat richting softporno).

In Ralph Laurens vrouwenshow voor dit voorjaar zaten twee oversized denim exemplaren, allebei oud gemaakt. In die van Chloé zat er een van groen leer en de tuinbroeken die Jean Paul Gaultier ontwierp voor Levi’s hebben een ingebouwde puntbeha. In de winkel van Cos in Den Haag hangt een minimalistisch, zwart exemplaar, bij H & M is een ruimvallend model van denim te koop en Diesel heeft een korte salopette van lichte spijkerstof. Allemaal vrouwenbroeken overigens; in de mannenmode doet de tuinbroek vooralsnog weinig.

Vier jaar geleden, toen de tuinbroek voorzichtig weer in de mode kwam, schreef ik dat vrouwen boven de 25 en alle mannen er in een tuinbroek uitzagen als malle jarenzeventigfossielen. Voor mannen ben ik nog steeds niet helemaal overtuigd van de charme van de tuinbroek, maar dat over die vrouwen moet ik terugnemen.

Vorige week zag ik in Parijs een vrouw van begin 40 een café binnenstappen in een strakke tuinbroek met uitlopende pijpen, die ze had gecombineerd met een Bretonse trui en klompsandalen. Ze zag er geweldig uit: Frans, elegant, vrolijk en ja, lekker begin jaren zeventig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden