Land van belofte én land van de vijand

Amerika hield negentien jaar lang het eiland Haïti bezet en dat heeft zijn sporen nagelaten. De Haïtiaans-Amerikaanse Edwidge Danticat beschrijft de vertroebelde relatie in een zeer persoonlijk boek....

Kristien Hemmerechts

Brother, I’m Dying is een prachtig, meeslepend, sober en aangrijpend boek. Het vertelt de waar gebeurde geschiedenis van de familie Danticat uit Haïti.

Met een citaat van Paul Auster herinnert de Haïtiaans-Amerikaanse auteur Edwidge Danticat (Port-au-Prince, 1969) ons aan de problematische status van non-fictie. ‘Het is onbegonnen werk om iets over iemand te zeggen.’ Woorden zijn geen spiegels van de werkelijkheid.

‘Ik ontdekte dat ik zwanger was op de dag dat mijn vader terminaal ziek verklaard werd.’ Even zijn Edwidge Danticat en haar zwangere buik nadrukkelijk aanwezig, maar vervolgens verdwijnt de schrijfster discreet naar de achtergrond. Ze introduceert een lange rij ooms en tantes, neven en nichten, broers en zussen, oma’s en opa’s.

Een paar bladzijden lang dreigt de lezer het spoor bijster te raken, maar algauw blijkt het vooral om twee broers te gaan: vader Danticat en zijn twaalf jaar oudere broer Joseph, Edwidges oom. Of liever gezegd: het gaat om hun dood. De ene sterft eind 2004, de andere halfweg 2005. En tussendoor bevalt Edwidge Danticat van haar dochtertje.

De broers hebben elk een andere keuze gemaakt. Edwidges vader heeft zijn geluk in de Verenigde Staten beproefd, oom Joseph is op Haïti gebleven. Hij had er zijn kerk en zijn school en hij zorgde voor de kinderen van de geëmigreerde broers en vrienden die voorlopig niet het geld hadden om de kinderen te laten emigreren.

Oom Joseph was een man met een groot en grootmoedig hart, maar uiteindelijk moest hij als 81-jarige zelf op de vlucht slaan. Hij werd een slachtoffer van de uiterst bloederige en tragische geschiedenis van zijn land. En vervolgens werd hij het slachtoffer van een harteloos en formalistisch Amerikaans immigratiebeleid.

Brother, I’m Dying zou een heel erg boos boek kunnen zijn, maar Edwidge Danticat kiest voor een beheerste en waardige toon. Het is ook niet nodig dat ze haar verontwaardiging uitschreeuwt. De feiten spreken voor zich.

In Florida, schrijft Edwidge Danticat, worden vluchtelingen uit Cuba met open armen ontvangen. Sinds orkaan Mitch in Honduras en Nicaragua een ravage aangericht heeft, zijn ook migranten uit die landen welkom. Maar wie uit Haïti zijn toevlucht in de Verenigde Staten zoekt, wordt op argwaan onthaald. Waarom?, vraagt Danticat zich af.

Voor de bewoners van Haïti zijn de Verenigde Staten het land van belofte én het land van de vijand. Het liep fout in 1915, toen Amerikaanse mariniers op Haïti landden. De bezetting zou negentien jaar duren, maar ook nadien bleef de invloed van de VS groot. Haïti is er nog altijd niet in geslaagd een echt onafhankelijk land te worden.

Het kan niet anders of ook de schrijfster kijkt met gemengde gevoelens naar haar tweede vaderland. Tot haar twaalfde woonden zij en haar oudste broer op Haïti in het huis van haar betreurde oom Joseph. Haar ouders waren eerder met hun hele hebben en houden naar de Verenigde Staten geëmigreerd.

Daar kregen zij nog twee zonen. Als ouders van Amerikaanse staatsburgers konden ze in die tijd – de wet is sindsdien veranderd – hun illegale verblijf regulariseren. Maar het zou hun nog jaren kosten om ook de papieren van hun op Haïti achtergebleven kinderen in orde te brengen.

Edwidge Danticat vertelt niets over de weg die ze zelf heeft afgelegd, maar de Verenigde Staten is duidelijk het land dat haar kansen geboden heeft. Ze is een succesvolle schrijfster geworden, die naar haar geboorteland terugkeert om er documentaires over te maken. Maar haar vader was in de VS tot een bestaan als taxichauffeur veroordeeld. Het beroep eiste een zware tol van zijn gezondheid.

En Danticats bejaarde en zieke oom Joseph werd in de Verenigde Staten als een misdadiger behandeld. Hij kreeg te maken met mensen die alleen in staat waren de letter van de wet te volgen.

Edwidge Danticat trekt geen expliciete lessen uit de gebeurtenissen. De lezer is daar vast zelf toe in staat. Haar boek is een impliciet pleidooi voor meer begrip, meer menselijkheid. ‘We kunnen niet altijd allemaal samen blijven’, zegt haar vader gelaten.

Het zinnetje vat het lot van de migrant samen: het heimwee, de honger, de zorgen en bezorgdheid, de vernederingen en beledigingen, de brieven, de telefoontjes, de angst dat een geliefde nooit meer in levenden lijve zal worden gehoord of gezien. De onstilbare hunker.

Kristien Hemmerechts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden