Lampen voor scheerapparaten

Museum Smallingerland in Drachten is een van de musea die meedoen aan het Nationaal Museumweekend op 18 en 19 april....

VRAAG passanten op de winkelboulevard van Drachten naar het Museumplein en ze kijken je verbaasd aan. Hebben wij een Museumplein? Is dat bij het museum misschien? Die is tegenover de bibliotheek, aan het eind van de winkelstraat.

Vooralsnog werkt het nog niet helemaal zoals directeur/conservator/pr-functionaris/manusje van alles Jaap Bruintjes (39) het zich had voorgesteld: als Drachten eenmaal een Museumplein heeft, zal men ook zijn museum weten te vinden. Maar na twee jaar is op meer dan de helft van alle stadsplattegronden het nieuwe Museumplein nog niet te vinden. Foutje van Falkland, dat geen tred weet te houden met de ontwikkelingen in Drachten, dat al jaren driftig aan het bouwen is.

'Amsterdam heeft het, Jaap Bruintjes kreeg het ook', schamperden de plaatselijke kranten. In meer dan één opzicht: net als in de hoofdstad is ook dit plein deels nog een bouwput. Er moeten bomen komen in rechte lijnen, zodat een brinkvorm ontstaat. 'Alle pleinen in Drachten zijn parkeerplaatsen', zegt Bruintjes, 'dit wordt het enige plein waar je rustig kunt zitten.'

Wat begon als een oudheidskamer, later streekmuseum It Bleekerhûs heette, is nu Museum Smallingerland. Bij de verhuizing naar het voormalige Franciskanerklooster mocht de nieuwe directeur enkele jaren geleden alle provincialistische verwijzingen geschrapt. Zijn wens om het kortweg Museum Drachten te noemen, werd niet gehonoreerd. De naam van het museum moest uitdrukking geven aan de streekfunctie van de stad, met zijn kleine 50 duizend inwoners immers 'hoofdstad van Smallingerland'.

In feite ziet Bruintjes de functie van zijn museum nog breder. Het zou hét museum van moderne kunst voor Noord-Nederland moeten worden. Ga maar na: het Groninger Museum is er voor de hedendaagse kunst, het Fries Museum in Leeuwarden en het Drents Museum in Assen doen van alles wat en richten zich vooral op de cultuurhistorie. Museum Smallingerland zou zich kunnen richten op de jaren vijftig en zestig, met een nadruk op de Friese expressionisten. Bruintjes droomt van een nieuwe vleugel achter het museum. Hoeft niet meer dan anderhalf miljoen te kosten.

De avant-garde heeft hij overigens ook in zijn museum. Want op de wereldkaart van de Dada-beweging heeft Drachten dankzij de broers Evert en Thijs Rinsema een vlaggetje behaald. De twee Drachtster schoenmakers waren vrienden van Theo van Doesburg en Kurt Schwitters en lieten zich inspireren door De Stijl en Dada. Evert schreef aforismen, Thijs schilderde en maakte glas-in-lood ramen. In de linkervleugel van het museum is een permanente expositie ingericht met werk van de Dada-kunstenaars.

Maandag was het 75 jaar geleden dat in Drachten de allerlaatste Dada-soiree werd gehouden en dat vormde de aanleiding voor een tentoonstelling over Man Ray, Dada is mijn natuur, die vorige week open ging. Met bruiklenen van Museum Boijmans Van Beuningen en particulieren neemt deze tentoonstelling de helft van het museum in beslag.

Bij een rondgang door het gebouw wijst Bruintjes in de kapel met trots op de trap naar de eerste verdieping. Die ook de functie heeft van brandtrap, dus per se van metaal moest zijn. Hij besloot van de nood een deugd te maken. Dit zou zíín centrale trap worden, zoals alle belangrijke musea die hebben. Hij gaf de trap een prominente plek midden in de ruimte, met aan weerszijden een hoge wand - heel handig ook om expositiemateriaal aan op te hangen.

De Man Ray-tentoonstelling loopt door naar boven, waar tevens een aantal permanente exposities zijn, zoals van Haagse School-schilder Ids Wiersma (1878-1965), typograaf Sjoerd Hendrik Roos (1877-1962), en een cultuurhistorische afdeling met vaandels van de 'Maatschapp. van Matigheid' (de drankbestrijding in Nederland begon in Drachten!) en van de 'Arbeidersmuziekvereen. Tot stem in de strijd'.

De vitrines, waar de onvermijdelijke pijl- en bijlpunten in uitgestald zijn, waren ontworpen voor een juwelier, die ze bij nader inzien niet nodig had. Bruintjes kon er zijn voordeel meedoen.

Een goede deal deed hij ook met Philips, dat al bijna vijftig jaar zijn Philishave in Drachten produceert. Sinds het veertigjarig jubileum van dit bedrijf lag er nog een schenking van 40 duizend gulden te wachten. Bruintjes wilde liever lampen dan geld en haalde zo een veelvoud van het bedrag aan apparatuur binnen. Hiermee verplichtte hij zich wel hun scheerapparatencollectie permanent te exposeren. Die blijkt goed te vallen bij de museumbezoekers, dus daar zit hij niet mee. Bovendien heeft zijn educatieve medewerker leuke plannen met een ganzenbordspel rond de scheerapparaten.

Van de acht museummedewerkers zijn alleen de directeur en een secretariaatsmedewerker in loondienst. De anderen worden betaald via banenpool en Melkertbanen. De zeventien vrijwilligers die er rondlopen, heeft hij hard nodig. Ze poetsen het zilver, doen inventarisaties en verrichten baliewerkzaamheden. 'Er moeten toch minstens een of twee medewerkers aanwezig zijn als we open zijn,' zegt hij. 'Ik heb zelf ook geregeld zondagmiddag dienst.'

Met genoegen ziet hij dat de plaatselijke bevolking op zondag steeds vaker een kopje koffie in het museum komt halen. Niet per se gedreven door honger naar kunst, moet hij toegeven. 'Er is verder niets te doen in Drachten, alleen wij zijn open.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden