Interview

Lale Gül schreef een boek over haar streng islamitische opvoeding en werd verketterd: ‘Ik word een nestbevuiler genoemd’

Lale Gül Beeld Renée de Groot
Lale GülBeeld Renée de Groot

Met haar debuutroman Ik ga leven gaf Lale Gül een inkijkje in de islamitische gemeenschap waarin ze is opgegroeid. Na publicatie keerde die gemeenschap zich tegen haar. Nu legt Gül haar pen neer, uit angst verstoten te worden.

Twee weken na de verschijning van haar boek moet Lale Gül (23) erkennen dat ze naïef is geweest. Ze had het plan opgevat een verhaal te schrijven dat is gebaseerd op haar eigen leven. Een boek over een Amsterdams meisje dat zich ontworstelt uit de grip van een streng islamitische gemeenschap. Bang dat dat thuis gedoe zou opleveren was ze niet. Haar ouders spreken gebrekkig Nederlands: die zouden niets van het boek hoeven meekrijgen. En wanneer ze er onverhoopt toch over zouden horen, zou Gül beweren dat ze het verhaal uit haar duim had gezogen. Het was immers een roman.

Dat plan is jammerlijk mislukt. De dag nadat ze bij talkshow Op1 had gezeten, stond de telefoon van de familie Gül roodgloeiend. Familieleden, kennissen, zelfs onbekenden kwamen verhaal halen. Het boek zou de gemeenschap te schande maken. ‘Met trillende handen stond mijn vader iedereen te woord. Ik had thuis gezegd dat ik een liefdesverhaal had geschreven. Maar met elk telefoontje kreeg papa een beter beeld van wat er echt in het boek stond. Hij zei: ‘Kind, wat heb je gedaan, je hebt ons hele gezinsleven op straat gelegd.’’

Het boek, met de titel Ik ga leven, leest als één lange tirade van het hoofdpersonage. Ze mag van haar ouders niet naar muziek luisteren of naar films kijken waarin wordt gezoend. Geen sieraden of make-up dragen en geen selfies maken. Geen verjaardagen vieren en beslist niet uitgaan. Niet op schoolreisjes of vakanties zonder mannelijk familielid. Vriendschap met jongens is ongepast, laat staan het hebben van een vriendje.

Terwijl de hoofdpersoon wel de behoefte voelt om zo te leven. Ze vraagt zich in het boek af wat ze met die verlangens moet. ‘Moet ik leven als een kamerplant? Moet ik dan dadelijk in een huwelijk treden waar alle seks uit is geramd nog voordat het begonnen is, omdat mijn verwekkers een volstrekt humorloze, Koranvaste lul voor mij hebben uitgekozen? Is dat waarvoor ik leef? Is God dan blij met mijn tragedie?’

Het boek biedt een verbluffend eerlijke inkijk in de belevingswereld van Gül. Ruzies tussen moeder en dochter worden in detail beschreven. Onverbloemde beschrijvingen van hoe het hoofdpersonage stiekem seks heeft met haar Nederlandse vriend worden afgewisseld met bespiegelingen over de islam. Haar ouders worden minachtend ‘verwekkers’ genoemd, moeder krijgt de bijnaam ‘Karbonkel de kakkerlak’ en ‘islamofascistische despotin’.

Die giftige toon was aanvankelijk niet de bedoeling, zegt Gül. ‘Ik was van plan om de gebeurtenissen zo feitelijk mogelijk op te schrijven en het oordeel aan de lezer te laten. Maar tijdens het schrijven werd ik weer boos op mijn ouders. Toen besloot ik: die woede mag de lezer best proeven.’

De dag nadat Lale Gül bij talkshow Op1 had gezeten, kwamen familieleden en kennissen verhaal halen. Het boek zou de gemeenschap te schande maken.  Beeld Renée de Groot
De dag nadat Lale Gül bij talkshow Op1 had gezeten, kwamen familieleden en kennissen verhaal halen. Het boek zou de gemeenschap te schande maken.Beeld Renée de Groot

De ouders van Gül emigreerden in de jaren negentig naar Nederland. Ze wonen in een Amsterdamse volkswijk. Haar moeder ontfermt zich als huisvrouw over de drie kinderen, haar vader werkt als postbode en treinschoonmaker. ‘Maar in hun hoofd hebben ze het Turkse dorp nooit verlaten. In Amsterdam omringen ze zich met Turken. Ze kijken naar Turkse tv-programma’s en kunnen hun traditionele normen en waarden niet loslaten. Ze zijn bang dat wanneer ik spijkerbroeken draag, hun reputatie in de gemeenschap wordt aangetast.’

Daarnaast speelt het geloof een grote rol. ‘Als devote moslims geloven ze in een hemel en hel. Ze willen niet dat hun kinderen in het eeuwige vuur zullen branden, daarom leggen ze mij beperkingen op. Mijn moeder gelooft bovendien dat mijn zonden voor haar rekening zullen komen. Op de dag des oordeels zal God vragen: wat deed jij, toen je dochter de duivel achterna ging?’

Volgens Gül hebben de meeste jonge moslima’s net als zij te maken met een strikte opvoeding. Toch vindt ze het opvallend dat de meerderheid daar niet onder gebukt lijkt te gaan. ‘Op de Vrije Universiteit, waar ik Nederlands studeer, spreek ik regelmatig hoogopgeleide moslima’s die niet zomaar mogen uitgaan of vriendjes mogen hebben. Die voelen minder de behoefte om openlijk te rebelleren. Ze doen op school hun hoofddoek af en nemen stiekem vriendjes. Maar de strijd in de gemeenschap gaan ze uit de weg.’

Güls strijd begon op de koranschool van de Turkse stichting Milli Görüs. Van haar 6de tot haar 17de leerde ze daar elke zaterdag en zondag koranteksten uit haar hoofd. Ook werden leerlingen er onderwezen in islamitische normen en waarden. Wat haar opviel, was het gebrek aan ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. Terwijl ze op de basisschool werd aangespoord haar mening te geven, leerde ze in het weekend haar mening in te slikken. Toen ze zich hardop afvroeg waarom meisjes het hoofd dienden te bedekken en jongens niet, werd dat weggewoven. ‘Volgens de leraar zou die vraag me zijn ingefluisterd door de duivel.’

In haar boek beschrijft Gül hoe de hoofdpersoon blijft proberen westerse opvattingen te verzoenen met de leer van de Profeet. ‘Toen ik 16 was, keek ik naar YouTube-filmpjes van linkse Turken. Die vinden dat je de geloofsregels niet letterlijk moet nemen, maar moet herinterpreteren in onze tijdsgeest. Daar was ik zo blij mee: eindelijk vond ik mensen met wie ik me kon identificeren.’

‘Een week later zat ik in de les. Toen ik betwijfelde of homoseksualiteit een ziekte was, werd ik streng toegesproken. Dat waren gedachten van een hypocriet, zei de docent, en hypocrieten zijn vele malen erger dan ongelovigen. Want terwijl een ongelovige zich in de kaart laat kijken, zijn hypocrieten verraders van binnenuit, gehuld in hetzelfde uniform.’

null Beeld Renée de Groot
Beeld Renée de Groot

Sinds haar 18de beschouwt Gül zichzelf als islamofoob. ‘Ik ben me zorgen gaan maken over de invloed van het geloof. Ik ken geen enkel islamitisch land waar het als homo, afvallige of feministische vrouw aangenaam leven is. Elke poging om de islam te moderniseren, van vrouwelijke imams tot moskeeën waar homo’s welkom zijn, wordt tegengewerkt. Men ziet de herinterpretatie van een religieuze tekst als verzwakking van de leer – een van de redenen waarom de Turks-Nederlandse gemeenschap nog steeds zo conservatief is, een soort oriëntaalse SGP.’

Ze noemt het teleurstellend dat er amper progressieven zijn die haar inzichten op waarde schatten. ‘Links denkt: allochtonen hebben het al zwaar. Dus laten wij tegenwicht bieden aan de harde woorden van rechts en de loftrompet steken over de multiculturele samenleving. Maar geloof mij, daar bewijs je ons geen dienst mee. Durf te zeggen: jullie zien man en vrouw niet als gelijkwaardig, koranscholen staan integratie in de weg.’

Toen Gül zich in 2019 met die mening roerde op sociale media, werd ze door rechts georiënteerde twitteraars op het schild gehesen. Ze ontving uitnodigingen om te dineren van onder anderen Telegraaf-journalist Wierd Duk, Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet en talkshowpresentator Fidan Ekiz. Het waren prettige kennismakingen, vertelt ze, waarbij er bewondering werd getoond voor haar moed. Baudet nodigde haar uit om op campagnebijeenkomsten te komen spreken. Achteraf is de 23-jarige blij dat ze daar niet op is ingegaan. ‘Ik had toen de hoop dat Baudet een constructieve houding zou aannemen. Nu wordt duidelijker dat dat niet het geval is.’

Ook na de publicatie van haar roman staat Gül in de belangstelling. Ze ontvangt berichten van jonge vrouwen die zich in haar situatie herkennen en om advies vragen. Lezers die haar danken voor het inkijkje in de cultuur. En brieven van collega-schrijvers als Franca Treur, die zelf ook een roman schreef over haar gelovige opvoeding en de debutant stimuleert door te gaan met schrijven.

Maar thuis hangt de vlag er anders bij.

De dag na het optreden bij Op1 brak daar ‘de pleuris’ uit. Iemand die zich voordeed als voorzitter van Milli Görüs belde haar vader op en beloofde haar voor de rechter te slepen, zegt Gül. (Milli Görüs ontkent dit.) ‘Een oom kwam langs en noemde me een ‘vieze hoerendochter’. Hij beloofde de tanden uit mijn mond te slaan. Mijn moeder zei: ‘Ik kan je oom niet eens ongelijk geven, je hebt er met dat boek om gevraagd.’’

Op straat werd ze herkend en gevolgd, waarna ze aangifte deed wegens intimidatie. Sindsdien is ze maar weinig het huis uit geweest. Ook haar vader wil liever niet naar buiten, om te voorkomen dat mensen verhaal komen halen. Sinds het verschijnen van het boek gaat hij niet meer naar de moskee. Maar vanwege zijn werk als postbode moet hij nog wel de straat op.

Gül: ‘Als hij in de wijk brieven rondbrengt, wordt hij met de nek aangekeken. Onbekenden zeggen: je dochter is een tweede Ebru Umar (uitgesproken Turks-Nederlandse opiniemaker, red.) geworden. Waarom heb je haar niet tegengehouden? Mijn vader zegt dan: ‘Wat wil je dat ik doe, moet ik haar keel doorsnijden?’ Als hij thuiskomt, zegt hij: ‘Je wist toch hoe onze mensen zijn. Kon je hier geen rekening mee houden?’

Tegenover buitenstaanders nemen haar vader, broertje (20) en neef (22) haar wel in bescherming. ‘Mijn broertje waarschuwt mensen: wie mijn zus aanraakt, krijgt met mij te maken. Zonder zijn steun was ik verloren. Dan had ik allang klappen gekregen.’

Gül had gehoopt op de steun van andere familieleden, maar die keren zich juist van haar af. Het valt haar zwaar. ‘Ik word een nestbevuiler genoemd. Maar wat ik heb opgeschreven is mijn leven. Het is toch mijn recht om dit verhaal te vertellen? Dat blijf ik herhalen, maar dat gaat er maar niet in. Het is alsof we langs elkaar heen praten.’

Tegelijkertijd voelt ze zich schuldig. ‘Eerst dacht ik: ik heb geen kwade bedoelingen gehad, ik wilde slechts mijn verhaal kwijt. Maar zo zit de praktijk niet in elkaar. Ik zie dat mijn ouders er ziek van worden. Mijn moeder ligt nu al twee weken in bed te jammeren. Tegen mijn 10-jarige zusje zegt ze: ‘Als ik een verlamming krijg of zelfmoord pleeg, is het Lales schuld.’ Dat maakt dat kind van streek. Gisteren kwam mijn zusje naar me toe. ‘Beloof me dat je niets meer doet’, zei ze huilend, ‘ik wil niet dat mama iets overkomt.’

‘Als ik dit aan Nederlandse vrienden vertel, zeggen ze: je moet je niet schuldig voelen, dit is niet hoe het hoort. En toch moet ik er rekening mee houden.’ Want een groot deel van haar familie heeft haar verstoten. Haar ouders nog niet. ‘Dat heeft mijn vader en moeder de grootst mogelijke moeite gekost. Ze boden me een keus. Ze zeiden: we gaan ervan uit dat je berouw hebt. We vergeven je het boek, op voorwaarde dat je je niet meer zult mengen in het publieke debat.’

‘Ik mag blij zijn met die reactie. Ik heb een boek geschreven en daarmee mijn verhaal de wereld in geslingerd. Nederland heeft een inkijkje gekregen in mijn gemeenschap, het doel is bereikt. Nu gaan de luiken weer dicht. Om mijn ouders tegemoet te komen, stop ik met publiceren.’

Of dat een makkelijke beslissing is? ‘Het blijft aan me knagen. Er wordt gezegd dat ik talent heb. Ik ben de afgelopen week talloze malen gebeld. Of ik columns wil schrijven voor het maandblad Elle. Of weer wil aanschuiven bij Op1 om over de Turkse president Erdogan te vertellen. Ik begin dan weer te dromen van een carrière als schrijver of opiniemaker. Maar dat moet ik niet doen. Anders wrijf ik alleen nog maar meer in de vlek. Dan komt het niet meer goed.’

null Beeld Renée de Groot
Beeld Renée de Groot

Door jarenlang te rebelleren heeft ze bepaalde vrijheden verworven, zegt Gül. ‘Ik hoef geen hoofddoek meer op en mag met make-up op rondlopen. In de zomer kan ik op het strand liggen. Ik heb veel gelezen over hoe andere Turks-Nederlandse vrouwen zich hebben ontworsteld aan de grip van de gemeenschap. Ik las dat theatermaker Nazmiye Oral en presentator Fidan Ekiz beiden thuiskwamen met een niet-Turkse vriend. Die verhalen stemden hoopvol. Ik dacht: er is dus toch een pad denkbaar waarbij ik voor een Nederlandse vriend mag kiezen, zonder dat mijn ouders zich van me afkeren.

‘Nu weet ik: Nazmiye en Fidan waren uitzonderingen. Ik mag niet thuiskomen met een Nederlandse jongen, en ik mag ook niet meer publiceren. Daar berust ik in. Het lijken muizenstapjes, maar dit is de meest vergaande concessie die mijn ouders kunnen doen. En ik wil geen afscheid nemen van mijn ouders. Ik wil niet stiekem moeten afspreken met mijn broertje en zusje. Ik wil dat mijn kinderen straks grootouders hebben.’

Dus geeft Gül, zonder medeweten van haar ouders, de laatste paar interviews over haar boek. En dan komt er een einde aan de schrijverscarrière van de 23-jarige, nog voordat die echt van start is gegaan. Ze gaat haar studie Nederlands afmaken en wenst ‘in de vergetelheid te raken’. Ze zal een Turkse huwelijkspartner vinden en een gelukkig leven proberen te leiden. Misschien dat ze ooit nog eens de pen oppakt. Maar daar moet ze nu niet aan denken.

Of dat een onbevredigend einde is? Gül moet lachen. ‘Ik had je liever een ander verhaal verteld. Maar mijn leven is geen sprookje.’

Lale Gül: Ik ga leven. Prometheus; 304 pagina’s; € 19,99.

Ayaan Hirsi Ali

Lale Gül sluit zich met haar boek aan bij een reeks publicisten die zich kritisch uitlaten over de islam. Een van hen is voormalig politicus Ayaan Hirsi Ali. In 2004 maakte zij samen met Theo van Gogh de korte film Submission, die de aanleiding zou vormen voor de moord op Van Gogh. Sindsdien woont Hirsi Ali in de Verenigde Staten. Daar is ze verbonden aan het Hoover Instituut, een conservatieve denktank. Vorige week verscheen haar boek Prooi. Daarin betoogt ze dat de instroom van moslimmigranten een gevaar vormt voor de rechten van de vrouw.

Verbetering: in een eerdere versie van dit stuk stond dat de voorzitter van de Turkse stichting Milli Görüs heeft gedreigd met een rechtszaak. Milli Görüs ontkent dit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden