Laatste trompettenor hield van het leven

Trompetgod Hubbard liet zijn instrument klinken als een sax en is op driehonderd platen te horen...

Freddie Hubbard was de laatste grote ‘heldentenor’ van de jazztrompet, een speler die iedereen versteld deed staan met zijn geluid, techniek en swing, in een traditie die begon met Louis Armstrong en werd voortgezet door Dizzy Gillespie, Miles Davis, Clifford Brown en anderen. Toch heeft hij nooit de status van die voorgangers bereikt – zijn oeuvre is wisselvallig en zijn carrière raakte voortijdig in het slop. Maandag is hij overleden, 70 jaar oud, na sinds een hartaanval op 26 november in coma te hebben gelegen.

Frederick Dewayne Hubbard werd geboren in Indianapolis, waar hij onder anderen werkte met gitarist Wes Montgomery en diens broers. In 1958 trok hij naar New York, waar hij aanvankelijk Miles naspeelde, tot die hem opriep zichzelf te zijn. Al snel werd hij allerwegen bejubeld om zijn vorstelijke, volvette toon, zelfs in de meest furieuze tempo’s, om zijn overweldigende ritmische bravoure, rijke melodische fantasie en eigen stijl, die hij zelf beschreef als een poging de trompet te laten klinken als een sax, met grote intervallen en glissando’s.

Blue Notes Alfred Lion bood hem een contract aan en in 1960 verscheen zijn debuut Open Sesame; er volgden nog meer avontuurlijke postbop-platen, met Ready for Freddie uit 1961 als hoogtepunt. Maar zijn eigen albums werden overschaduwd door de vele klassiekers waaraan hij in de jaren zestig meewerkte, waaronder Eric Dolphys Out to Lunch, John Coltranes Olé, Ascension en Africa Brass, Ornette Colemans Free Jazz, Wayne Shorters Speak No Evil, Herbie Hancocks Maiden Voyage en Oliver Nelsons The Blues and the Abstract Truth. Die laatste was zijn persoonlijke favoriet, en zijn solo op Stolen Moments is een van de mooiste die hij ooit heeft gespeeld.

Tussen 1961 en 1964 was hij lid van Art Blakeys Jazz Messengers, daarna leidde hij voornamelijk eigen groepen. Daarbij ging hij steeds vaker twijfelachtige keuzes maken, verleid door de commercie. Een aantal fusionplaten voor Atlantic, eind jaren zestig, kunnen beter vergeten worden. In het begin van het volgende decennium nam hij voor CTI wat titels op met meer substantie, zoals Red Clay, First Light en Straight Life, daarna gleed hij op Columbia weer af naar overgeproduceerde pop of disco.

Zo zou het blijven: Hubbard werd heen en weer geslingerd tussen rechttoe-rechtaan jazz en gladde pulp. Af en toe waren er oplevingen, zoals de sessies met collega-trompettist Woody Shaw in 1985 en 1987 maar, zoals hij zelf toegaf, ging hij te vaak feesten in de rockscene van Californië, waar hij inmiddels naartoe was verhuisd, en liet hij de trompet geregeld in de hoek staan. Zijn techniek leed onder zijn levensstijl en de trillers en glissando’s verwerden tot clichés.

In 1992 eisten de vele jaren lang, hard en intens blazen hun tol: zijn bovenlip spleet open en raakte ontstoken. Hij zou zijn oude niveau nooit meer halen. Noodgedwongen ging hij bedachtzamer en soberder spelen, wat soms nog wel tot aardige resultaten leidde als MMTC (Monk, Miles, Trane & Cannon) voor MusicMasters in 1995. Maar de zo glanzend begonnen loopbaan van de trompetgod Freddie Hubbard, die in totaal op zo’n 300 platen te horen is, was in feite ten einde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden