Laat u overdonderen door het werk van Nicolas Schöffer

Charmant, grappig, elegant en preluderend op de toekomst

De Hongaarse beeldend kunstenaar Nicolas Schöffer, overleden in 1992, zag tijdens zijn leven al wat wij nú zien.  En dat nu zien, is fantastisch. Het kan in Lille (Rijsel), op nog geen drie uur rijden.

Spatiodynamique 2. Foto Photo : N. Dewitte / LaM. © Adagp, Paris - Éléonore deLavandeyra-Schöffer, 2018

Nicolas Schöffer - Rétroprospective. LaM (Lille metropole Musée d’art moderne, d’art contemporain et d’art brut), Villeneuve d’Ascq, t/m 20 mei.

Ik ben in de verkeerde eeuw geboren’, zei schrijver Redmon O’Hanlon steevast aan het begin van de door hem gepresenteerde tv-serie over 19de-eeuwse schrijvende reizigers. Wat doe je daaraan, aan dat gevoel? Je bakkenbaarden laten staan, zoals O’Hanlon deed, en het verleden nareizen, het is tenminste íéts.

Voor kunstenaar Nicolas Schöffer, aan wie het LaM museum – Lille metropole Musée d’art moderne, d’art contemporain et d’art brut – nabij Lille een groot retrospectief wijdt, geldt iets dergelijks; alleen zou je hem het tegenovergestelde toewensen van wat O’Hanlon wilde. Hoe graag had je deze man, al meer dan een kwart eeuw dood, even naar het heden gehaald. Laten rondlopen in Silicon Valley of desnoods in de Eindhovense techwijk Strijp-S. Hem laten zien hoe huizen, straten, steden, snelwegen inmiddels volgestopt zitten met techniek die het leven gemakkelijker en beter maken – althans in theorie.

Wie was Nicolas Schöffer?

Nicolas Schöffer wordt in 1912 in Hongarije geboren in een Joodse familie, studeert rechten en schilderkunst in Boedapest en vertrekt in 1936 naar Parijs. Hij raakt in 1937 op de Wereldtentoonstelling in de Franse hoofdstad onder de indruk van het werk van Sonia en Robert Delauney. Vanaf eind jaren veertig begint hij kinetische werken te maken. Collega’s uit andere vakgebieden interesseren zich voor zijn werk: hij werkt met onder anderen choreograaf Maurice Béjart, regisseur Claude Lelouch en de componisten Pierre Henry en Pierre Boulez. Grootst gerealiseerde werk is de 52 meter hoge Tour spatiodynamique (1961) in Luik, die in 2016 geheel gerestaureerd weer in gebruik werd genomen.

Alle dingen waarvan hij als kunstenaar en praktiserende pionier van het ‘cybernétisme’ droomde. Die term, ‘cybernetics’, is in 1948 door de Amerikaanse wiskundige Norbert Wiener ingevoerd en staat voor de samensmelting van mens en machine. Wegen waar de snelheid wordt aangepast aan de drukte van de dag, zelfparkerende auto’s, huizen die slim verwarmd of gekoeld worden, de mogelijkheid door de ogen van een drone te kijken, fietspaden die verlicht worden als er iemand op rijdt, ‘the internet of things’: het liefst was Nicolas Schöffer waarschijnlijk als Daan Roosegaarde gereïncarneerd.

Maar ja, toen Nicolas Schöffer in 1992 overleed, moest de digitale revolutie nog op stoom komen. Deze dromer over de totale harmonie tussen mens, machine, omgeving, zintuigen en ideeën was toen al lang vergeten.

De Luminoscope. Foto RV

Het Lille Métropole Musée d’art moderne, d’art contemporain et d’art brut, kortweg LaM, in Villeneuve d’Ascq, nabij de Noord-Franse stad Lille, waar je in slechts drie uur naartoe rijdt, heeft het werk van Schöffer nu op grootse wijze tot leven gewekt. Dat moet een kostbare en langdurige onderneming zijn geweest: een groot deel van het ­oeuvre bestaat uit bewegende sculpturen die er uitzien als ontplofte winkeldisplays. Constructies van mat geborsteld of juist hevig glimmend roestvrij staal, met ronddraaiende geperforeerde platen of roosters erin, luxaflex-achtige lamellen, open- en dichtklappende melkglazen deurtjes of tollende metalen armpjes: de excentrieke interieurs van de eerste James Bondfilms zijn een eigen leven gaan leiden. De sculpturen rijden rond, worden met gekleurde spots belicht als dansers, of worden opgesteld in ruimten die lijken op de binnenkant van een caleidoscoop. Ze lokken je met hun af en toe opklinkende getinkel en geraas van zaal naar zaal. Kinetische (= bewegende) kunst, plezier voor bezoekers jong en oud maar de nachtmerrie van elke conservator.

Schöffers atelier in Parijs is op afspraak te bezoeken, er is een museumpje in zijn geboortehuis in Kalocsa (Hongarije) en er is een complete maar ook archaïsche website (olats.org/schoffer, laatste update uit 2010, zet je Flash Player aan). Toch verdween Schöffer van de radar. Al dat verspreide werk en de geschiedenis ervan zo samenhangend presenteren en duiden is een werk van jaren, geïnvesteerd in wat geen geheide publiekstrekker is. Er moet door het museum een reden zijn gevonden om aan die enorme klus te beginnen. Waarom nu?

Even terug naar 1974, toen de laatste keer zo’n groots overzicht werd gehouden in het Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris. De van oorsprong Hongaarse kunstenaar werkt dan al bijna veertig jaar in Frankrijk en is een ster; hij heeft een opdracht voor een toren in Parijs die een 20ste-eeuwse equivalent van de Eiffeltoren moet worden (zie inzet). Hij heeft de Grote Prijs voor Beeldhouwkunst 1968 van de Biënnale van Venetië op zak, maar geldt vooral als visionair. Iemand die op het niveau van architect Le Corbusier over de stad en de samenleving nadenkt. Eerst beïnvloeden zijn bewegende sculpturen met hun lichtweerkaatsingen de ruimte; nu wil hij dingen maken die invloed hebben in de héle stad.

Nicolas Schöffer voor zijn maquette van La Tour Lumière Cybernétique (1967) Foto RV

340 meter

Hoger dan de Eiffeltoren moest hij worden en minstens evenveel bezoekers zou hij trekken. De Tour Lumière Cybernétique van Schöffer, 340 meter hoog aan de entree van de nieuwe Parijse wijk La Défense. De open constructie met bewegende onderdelen en zeven bezoekersplatforms zou een ‘supercomputer’ bevatten en ’s nachts stralen als een baken in de stad. Tussen de eerste maquette in 1963 en het definitieve échec elf jaar later ligt een klassiek verhaal van overmoed, (te) hoge verwachtingen van technologie, politieke verschuivingen en de tijdgeest die een plan inhaalde. Met het overlijden in 1974 van president Georges Pompidou, fan van de nieuwe Tour, viel het doek voor wat Schöffers levenswerk had moeten worden.

Hij heeft het dan al jaren over ‘de demografische explosie… en de snelheid van de moderne communicatie’ die volgens hem ‘de bestaande sociale structuur zal doen klappen’ (uit het manifest van de door hem opgerichte kunst- en architectuurgroep GIAP, Groupe Internationale d’Architecture Prospective’, 1965).

Nicolas Schöffer ziet het voor zich dat de stad een ‘superbrein’ krijgt waar informatie over bijvoorbeeld verkeers- en mensenstromen, het weer en luchtkwaliteit worden verwerkt Hij bedenkt, kortom, de voorloper van de ‘smart city’. Zijn toren in Parijs moet zo’n eerste ‘superbrein’ worden – al kan de techniek op dat moment nog niet veel meer dan gegevens verzamelen en die ‘vertalen’ in beweging en geluid. ’s Nachts cirkelen vanuit de toren laserstralen boven de stad.

Niet alleen de stad, ook de mens die daarin moet leven heeft zijn aandacht. Zijn meest curieuze vinding is de Luminoscope: een scherm, variërend van een draagbaar televisieformaat tot metersbrede wanden, dat abstracte kleuren en patronen tevoorschijn tovert waardoor je tot rust kunt komen in het hectische moderne leven van de jaren zestig (ha!). Schöffer demonstreert het effect zelf op een promotiefoto, wegdromend in zijn fauteuil naast een kamerplant. De uitvinding, waarmee onder anderen de Egyptische president Nasser zijn kantoor inricht, wordt ontwikkeld samen met Philips en als Dream Machine voor consumenten op de Amerikaanse markt gebracht. Slogan: ‘I am the Dream Machine – Look deep into my colors’, lang voor iedereen aan de meditatie en mindfulness ging. Achter het scherm van de droommachine is het als de machinerie van de tovenaar van Oz: een gloeilamp, diverse filters en een draaiend Schöffer-sculptuurtje.

De profeet (1932). Foto Haas Gallery, Budapest. © Adagp, Paris - Éléonore de Lavandeyra-Schöffer, 2018

Wie dat, nu rondlopend op de tentoonstelling, beseft, wenst dat hij de kunstenaar voor even zou kunnen teleporteren naar het nu. Alles wat hij bedacht, zou nu in een handomdraai gemaakt kunnen worden, en hij had zijn eigen vragen terug gehoord. Hoe houden we de stad leefbaar? Hoe raken we niet opgebrand? Of dit: ‘De massa aan informatie… werkt middelmatigheid in de hand. Hoe meer banaals er verspreid wordt, hoe meer vraag er komt en hoe meer er geproduceerd wordt’, zegt hij in 1982 tegen de Franse krant Le Monde. De werking van sociale media, de algoritmen van Facebook waren waarschijnlijk Schöffers grootste droom en nachtmerrie ineen geweest.

Ook Schöffers werkwijze was toegesneden op het nu: grenzeloos. In de expositie zie je hem enorme sprongen maken, van jonge schilder die een duister Metropolis-achtig toekomstvisioen schildert (bleke mensenmassa, verpletterende hoogbouw, lucht van inkt), via eerste wandreliëfs en kleine sculpturen naar ontwerpen voor dat soort toekomstige steden, maar dan wél menselijk. Het museum als werkterrein is hem daarbij te beperkt – óók een heel hedendaags inzicht. Liever zoekt hij samenwerking met de industrie. Eerst met een bedrijf dat zijn sculpturen kan vertalen naar grote maten – zo wordt zijn grootst gerealiseerde werk een toren van 52 meter hoog in Luik. Later werkt hij met Philips. Hij maakt korte films en gaat het theater in met zijn machines. En passant decoreert hij een futuristische discotheek in Saint-Tropez (de Voom-Voom) en maakt hij een futuristische clip met Brigitte Bardot (zie balkon). En zelf evolueert hij van vroegoude kamergeleerde naar opgewekte toekomstfilosoof in coltrui of in overall, die in televisie-optredens zelfverzekerd het woord voert. Huiskamer of theaterzaal, high- of lowbrowcultuur, hij wil overal uitdragen dat mens en technologie in harmonie kunnen bestaan.

Detail van de maquette voor het Centre de Réflexion Prismatique door Nicolas Schöffer. Foto N. Dewitte/LaM Foto v

De toekomst van Schöffer is nú en dit museum heeft dat goed gezien. 25 jaar na zijn dood. De glimmende sculpturen zien er met die wetenschap toch een beetje anders uit. Niet alleen charmant, grappig en bij vlagen elegant bewegend, maar vooral preluderend op de toekomst. Dat de techniek voor zijn ideeën aan het einde van zijn leven binnen handbereik kwam, moet zowel prachtig als onverteerbaar zijn geweest – en dat zie je terug, in de hoopvol klikkende linkerhand van de 77-jarige Nicolas Schöffer (door een herseninfarct inmiddels verlamd aan de rechterkant) met daarin de eerste computermuis-voor-thuisgebruik. Bejaard en wel maakt hij zijn eerste computertekeningen. De in onze ogen primitieve printjes, met patroontjes en vormen en letters door elkaar gehusseld, hangen aan het einde van de tentoonstelling. Schöffer is zichtbaar verliefd op de techniek die er aan komt. Maar ja. Te laat, te laat.

Ook BB

Actrice en zangeres Brigitte Bardot vertolkt in 1968 een buitenaards wezen met hartenpijn in het lied Contact (1968) van de Franse cultliedjesschrijver Serge Gainsbourg. Ze zingt: ‘Een meteoriet heeft mijn hart doorboord / Jullie op aarde hebben dokters / Contact… contact. Onderwijl staart ze de ruimte in, gekleed in een metalen-plaatjesjurk. Minstens zo oogverblindend is het psychedelische decor van de hand van kunstenaar Nicolas Schöffer , die BB in een gekleurd, glimmend, tollend, schitterend universum zette van bewegende metalen sculpturen en lichtprojecties. Hij maakte het, pre-clip tijdperk, voor de Brigitte Bardot Show, een tv-programma met drie afleveringen.

Meer over