Column

'Laat mij gerust, gij hoer! Gij teef!'

'Jij houdt toch van Couperus? Dan moet je Cyriel Buysse eens lezen', zei iemand wiens mening ik op waarde schat. Van Buysse had ik vaag gehoord, een Vlaming, iets streekromannerigs, dacht ik te weten, en van streekromans ben ik geen groot liefhebber; ze gaan meestal over knoestig zwijgende boeren die met een gouden hart aardappels rooien, terwijl hun zoons, amoureus ontwaakt bij de aanblik van parend vee, een mooi gevoel opvatten voor Gesina, de koppige woestgelokte dochter van de buren, maar dan mislukt de graanoogst door een van Gode gezonden hagelbui, en moeder zit tóch al met dat been, zodat er van trouwen voorlopig niks komen kan, nou ja, dát werk.

Boekcover van Cyriel Buysses roman Het recht van de sterkste. Beeld .
Boekcover van Cyriel Buysses roman Het recht van de sterkste.Beeld .

Niet geheel onbevangen sloeg ik dus Buysses Het recht van de sterkste open. Het betrof hier eenvoudige lieden, zoveel was zeker. Hun namen deden, ondanks de Vlaamsheid, eerder bordewijkesk aan dan couperiaans: Muimme Taey, Witte Manse, 't Slijperken, Maaie Troet, Oele Feeffe, Donder de Beul, Clep Sandrie... stuk voor stuk ruwe, zedeloze, dronken dagloners en hoerige meiden, stropers en rovers, op het beestachtige af onbeschaafd, die het met elkaar uit moeten zien te houden in een gehucht onder de rook van Gent, eind 19de eeuw.

De zachtmoedige Maria Beert is een uitzondering: zij wil niets anders dan een braaf en arbeidzaam leven leiden, liefst in een nederig, rein huisje vér van de legendarisch smerige en chaotische Zijstraat waar elke avond geknokt wordt, niet eens om onmin recht te zetten, maar louter om de vreugd van het knokken.

U raadt het al: júist die arme Maria wordt in het korenveld verkracht door de ergste rouwdouwer van het stel, Reus Balduk, bij welke gelegenheid zij maar blijft kermen van 'Och, Here! Och, Here! Och, Here!' En als het schaap zwanger blijkt, is ze nog blij ook dat die schoft haar - niet eens van ganser harte - trouwt, nadat hij haar eerst eens flink in elkaar heeft geramd wegens vermeende ontrouw. ('Maar nondedzju! Dat kan van mij niet zijn!')

Ze kríjgt het kind, een meisje, en Balduk lijkt een tijdje wat minder woest, maar raakt toch weer op het verkeerde pad als hij ontslagen wordt: hij verdient de kost met stropen en brengt wat er van de nacht overblijft door in herberg 'De gelapte Sjako' waar hij de slet Witte Manse, ooit Maria's beste vriendin, gedurig onder de rok grijpt. Een streekroman, dus toch, maar wél een fijne.

Het wordt allemaal nog véél erger en tragischer, opgetekend in de kleurrijkste beschrijvingen bovendien. Je moet wél van Vlaams houden, maar wie doet dat nu niet? 'Laat mij gerust, gij hoer! Gij teef! riep Luizema, schoppend en klauwend, en van gramschap spuwend.'

Met Couperus heeft het weinig te maken, al is Het recht van de sterkste eveneens een sterk naturalistische roman van iemand die Zola goed gelezen heeft; de bij voorbaat hopeloze strijd tegen het noodlot, generatie na generatie drankzucht, knoklust, analfabetisme en armoede, de onmacht van de vrouw tegenover de veel sterkere man... alleen, als je het leest, krijg je niet de indruk van een couperiaans fin de siècle; nee, je waant je in de Middeleeuwen. In één ruk las ik het uit, in de beklemmende wetenschap dat het leven voor hele volksstammen écht zo was, nog maar zo onbegrijpelijk kort geleden.

Het recht van de sterkste is onlangs opnieuw verschenen. Léés dat boek, en huiver.

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden