Laat je niet gek maken door de pixels

Een spiegelreflexcamera heeft een grotere beeldchip dan een compactcamera, en daar past een grotere pixel op. En de pixelgrootte is zaligmakend. Of toch niet?

Om de keuze nog simpeler te maken, bestaat er nog een vuistregel: spiegelreflexcamera’s hebben doorgaans grotere beeldchips dan compact camera’s.

Wanneer beeldkwaliteit van het grootste belang is, is de keuze eenvoudig: koop een spiegelreflex.


Hiermee had de zoektocht naar de beste digitale camera voltooid kunnen zijn. Maar helaas. Niet elke spiegelreflex is gelijk. Het ene model heeft een grotere beeldchip dan het andere.

Canon
Canon heeft een model waarvan de beeldchip even groot is als het aloude kleinbeeldnegatief, ofwel 36 bij 24 millimeter. Maar er zijn ook spiegelreflexcamera’s met relatief kleine beeldchips. Zoals de Olympus E-30. Deze chip meet slechts 17,3 bij 13,0 millimeter.

Hoewel de Canon in totaal meer pixels heeft, is het aantal pixels per centimeter geringer. Conclusie: de Canon heeft grotere pixels, dus minder ruis, dus een beter beeld.

Nieuwe conclusie: koop een Canon.

Olympus
Nee, zegt Olympus, de keuze voor een kleinere sensor heeft juist grote voordelen. Want hoe groter het beeldoppervlak, hoe groter de kans dat fouten in de constructie van de lens zichtbaar worden. Daardoor neemt de beeldkwaliteit juist af. Kleiner is dus beter, aldus Olympus.

De cameramaker heeft een punt. Als de beeldchip groter is, moeten de invallende lichtstralen sterker worden afgebogen om de hoeken van de beeldchip te bereiken. Een gevolg hiervan kan zijn dat in de hoeken van de chip minder licht komt dan in het midden, waardoor het beeld daar donkerder wordt. Met name bij min of meer egale oppervlakten, zoals een blauwe hemel, wordt dit effect zichtbaar.

Bij dezelfde kwaliteit van de gebruikte materialen levert een lens voor het Olympus-systeem daarom een beter beeld op dan een vergelijkbare lens van een concurrent met een grotere chip. Doordat de constructie eenvoudiger is, kan de lens goedkoper worden geproduceerd.

Dilemma
Wat is het nu? Is een grote beeldchip beter of juist een kleine?

Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt. Een ding is in elk geval zeker: Olympus lijkt tegen een grens aan te lopen.

Als het nog meer pixels moet persen op de relatief kleine beeldchip, zal de scherpte van het beeld alleen nog maar in theorie toenemen. Dat komt doordat zelfs het modernste objectief maar een beperkt aantal beeldlijnen per millimeter aankan. Zelfs als het lukt nog meer beeldpunten op een chip te zetten, zal het objectief die niet kunnen benutten doordat de pixels domweg te klein zijn.

De kunst is dus het optimum te vinden tussen het aantal pixels per millimeter en de kwaliteit van de lens. Het probleem is echter dat de meeste consumenten louter kijken naar het aantal megapixels. Voor de meeste mensen geldt: meer is beter. Dus een camera met 20 megapixel is beter dan een met slechts 12 miljoen pixels.

Megapixelrace
Maar Olympus komt in de problemen als het nog meer pixels op zijn beeldchip perst omdat die extra scherpte niet langer zichtbaar zal zijn.

Niet verwonderlijk dus dat de cameramaker onlangs uit de ‘megapixelrace’ is gestapt. Voor het Japanse concern ligt de grens officieus op 12 megapixel.

Dat is helemaal niet zo’n gek idee. 12 megapixel is volgens experts meer dan genoeg. Je kunt er afdrukken op posterformaat mee maken, zeggen zij. Aangezien de meeste consumenten hun kiekjes voornamelijk op 13 bij 18 centimeter laten afdrukken, volstaat 12 megapixel.

Dan is er nog het probleem van de toenemende ruis. Olympus heeft met die 12 miljoen pixels al veel meer beeldpunten per vierkante centimeter dan bijvoorbeeld Canon met zijn EOS-1Ds Mark III. De grote vraag is dus: heeft de camera van Olympus last van ruis?

Het antwoord is nee, mits. Ruis ontstaat vooral als er weinig licht is. Onderwerpen in schemerlicht kunnen alleen worden gefotografeerd als de lichtgevoeligheid wordt opgepept. De software die dat doet, blaast echter ook de aanwezige ruis op, al is er ook weer software om die te beperken.

Om ‘ruisarm’ te fotograferen in het donker moet daarom de gevoeligheid van de camera niet te veel worden opgeschroefd. Dat is allen mogelijk als het apparaat goede beeldstabilisatoren heeft, waardoor langer uit de hand gefotografeerd kan worden voordat het beeld wazig wordt. Deze Olympus heeft, net als de meeste moderne camera’s, van dergelijke stabilisatoren.

Geheugenkaartje
Helaas zijn nog niet alle problemen opgelost: Olympus gebruikt zijn eigen type geheugenkaartje, volgens de zogenoemde xd-standaard, waardoor je niet even snel een kaartje van een kennis kunt gebruiken als je eigen exemplaar vol is. De meeste merken hebben geheugenkaarten van het type sd, en die passen niet op de E-30.

Bovendien is het maximumgeheugen van de xd-kaart beperkt tot 8 gigabyte (in de praktijk komen ze niet verder dan 2 GB), zijn ze duurder dan sd-kaarten, minder goed verkrijgbaar en verloopt de gegevensoverdracht trager.

Gelukkig ondersteunt Olympus ook het zogenoemde Compact Flash-formaat, dat veel van de nadelen van xd niet kent.

Bediening
De Olympus E-30 blijkt een fijne camera. Veel functies zijn via goed bereikbare knoppen te activeren. Er hoeft dus maar zelden door een onhandig menuutje te worden gescrold om een bepaalde functie in of uit te schakelen. De autofocus is snel, en kan worden uitgeschakeld. De opklapflits is voldoende krachtig voor binnenskamers.

Aardig is de zogenoemde live view-functie. Als deze wordt geactiveerd, klapt de spiegel weg, waarna de beeldsensor direct beeld doorgeeft aan het lcd-venster.

Dat is handig als je niet door de zoeker kunt kijken.

Conclusie
Dat de E-30 voor Olympus mogelijk het einde markeert van de race om meer pixels, lijkt een prima idee. Meer pixels zijn niet nodig, het is nuttiger geld te steken in betere objectieven.

De spiegelreflex biedt aan functies alles wat de consument zich kan wensen. Hoewel de beeldchip kleiner is dan die van enkele van zijn concurrenten, is dat in de praktijk nauwelijks merkbaar.

De hoeveelheid ruis is in de meeste gevallen gering en de scherptediepte is voldoende om de aanschouwer het ‘kleinbeeldgevoel’ te geven. Goedkoop is de camera niet, maar de verhouding tussen kwaliteit en prijs is goed.

\N Beeld
\N
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden