Dit is de toekomst Aflevering 6

Laat De Beslissers beslissen! Zo ziet de toekomst eruit volgens Arnon Grunberg

Beeld Tzenko

Zes Nederlandse auteurs spreken op ons verzoek met wetenschappers en schrijven naar aanleiding daarvan een kort verhaal. Vandaag Arnon Grunberg, die met hoogleraar sociale robotica Vanessa Evers over kunstmatige intelligentie sprak.

Liever luisteren naar dit verhaal?
Arnon Grunberg heeft het verhaal ook voorgelezen. Ook kun je luisteren naar een gesprek tussen Arnon Grunberg en Vanessa Evers, hoogleraar robotica aan de Universiteit Twente, over hoe we in de toekomst kunnen gaan leven met kunstmatige intelligentie.

‘De Griek heeft ons kindje doodgeneukt’, was de kop boven een artikel in de Volkskrant van maandag 8 juni 2071 dat veel lezers boos maakte. De ombudspersoon had er een kleine 600 woorden voor nodig om deze kop toe te lichten en de boze lezers tegemoet te komen.

‘Iedereen die niet onder een steen heeft geleefd,’ schreef de ombudspersoon, ‘weet dat artificiële intelligentie tegenwoordig voornamelijk in de streek rondom Thessaloniki wordt geproduceerd, iedereen weet dat artificiële intelligentie in de volksmond ‘de Griek’ is gaan heten. Geen zinnige lezer zal bij de woorden ‘de Griek’ denken aan natuurlijke Griekse personen. En feit is dat ooggetuigen hebben beweerd dat een kindje is doodgeneukt door artificiële intelligentie, wat de beslissing rechtvaardigt. Het is de taak van de krant de vooruitgang niet alleen kritiekloos toe te juichen, maar ook de tegenslagen en misstappen ervan voor het voetlicht te brengen. Die lezers die zich gegriefd voelen omdat zij Griekse familieleden of vrienden hebben zal de redactie compenseren met extra ruimte in de bijlage De woedende lezer. Deze lezers krijgen niet alleen de mogelijkheid hun grieven onder woorden te brengen, maar mogen ook een filmpje van maximaal vijf minuten plaatsen van zichzelf en hun Griekse familieleden en vrienden.’

Het is een grote eer dat de Volkskrant mij, Nick Sipkema, stadsdichter van Doetinchem, ruimte heeft willen geven, en niet zo’n beetje ook, de gebeurtenissen van dat weekend van 6 en 7 juni toe te lichten. Overigens ben ik geboren als Donder Peer Sipkema, maar met zo’n naam word je geen stadsdichter, dus ik heb er Nick van gemaakt. Ik besef dat de eer die mij is toegevallen niet alleen komt omdat ik stadsdichter ben en schrijver van een drietal boeken, waaronder de bestseller Laat de vrijheid slapen, winnaar van de Openbaar Vervoersprijs 2069 (dank nogmaals, lieve lezers) maar het was míjn kindje dat door de Griek is doodgeneukt, ik zou moeten zeggen: ons kindje, en ik heb er dus persoonlijk iets over te zeggen.

Niet iedereen zal zich het herinneren, heel veel mensen weten dat misschien niet eens, maar ik ben in 2061 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam cum laude afgestudeerd in het vak autobiografisch schrijven, dus het beschrijven van het persoonlijke is mij toevertrouwd. Daarnaast leg ik mij, als amateur als het ware, toe op het beschrijven van het algemene en daar heb ik de afgelopen jaren ook aardig wat ervaring mee opgedaan.

Die lezers die net zijn teruggekeerd of beter gezegd ontwaakt uit hun tienjarig of soms ook vijfentwintigjarig sabbatical wil ik de achtergronden schetsen die tot de tragische gebeurtenissen van 6 en 7 juni jongstleden hebben geleid.

Alles hangt namelijk met alles samen, de kleine geschiedenis hangt met de grote samen, en hoewel als gezegd mijn specialiteit het autobiografische is heb ik mij als stadsdichter ook toegelegd op het bestuderen van maatschappelijke ontwikkelingen. Ik zie het als mijn taak die ontwikkelingen handzaam toe te lichten voor de overwerkte burger die eigenlijk geen tijd heeft voor de maatschappij en haar ontwikkelingen, maar toch geen flater wil slaan op het werk of tijdens een ouderavond.

In 2055 begon de Chinese eeuw, ja eindelijk mogen we wel zeggen, waarmee weinig anders werd bedoeld dan dat het kapitalisme verdween, of zoals dat in de geschiedenisboeken is gaan heten: in 2055 is het kapitalisme definitief aan interne tegenstellingen bezweken.

Er viel niet meer tegenop te reguleren. In het voorjaar van dat historische jaar 2055 namen de Verenigde Naties resolutie 12586-b aan waarin kapitalisme gelijk werd gesteld aan racisme en seksisme en de kapitalisten, zeer terecht naar mijn idee, werden omschreven als krachten die de mensheid hadden verleid tot een ‘kwalijke en uiterst vernietigende vorm van consumentisme’.

Alleen de Fiji-eilanden en Honduras stemden tegen, Amerika onthield zich van stemming.

Ik zat toen nog op de middelbare school maar ik geef toe dat het voor mij een mooie dag was, het consumentisme had me doodziek gemaakt, als kind al, ik was het spuugzat. Jaren had ik ertegen gestreden, op mijn dertiende had ik me aangesloten bij de Groene Vesten en gingen we in het weekend en na school andermans consumptiegoederen in de fik steken. Dat vonden de eigenaren van die consumptiegoederen natuurlijk niet leuk, ze hadden ervoor betaald, de niet-geëngageerde burger is doorgaans een gierige burger, maar we deden het om de wereld te redden.

Mensen vroegen weleens: waarom steken jullie je eigen consumptiegoederen niet in brand? Dat heb ik altijd een onzinnige vraag gevonden. Wij waren al bekeerd, wij verlangden alleen naar dingen die we écht nodig hadden. Maar overal om ons heen waren nog mensen die allerlei producten begeerden waar ze niet op zaten te wachten, als ze maar even de moeite hadden genomen om goed na te denken. Om die mensen te helpen staken we hun consumptiegoederen in brand en als we tijd hadden lieten we rondom het vuur kopieën van mijn pamflet Weg met de competitie, ruim baan voor iedereen achter, dat ik op dertienjarige leeftijd schreef en waar ik nog altijd heel trots op ben. Er staan zinnen in die veel worden geciteerd en die mij, en naar ik mag aannemen ook de lezer, tot op de dag van vandaag esthetisch én ethisch genot bezorgen: ‘Houd eens op naar de ander te kijken als een concurrent, ook in u zit empathie, ja sommige mensen moeten diep graven om de empathie in zichzelf te vinden, nou graaf dan even wat dieper.’

Voor de lezers die echt lang hebben geslapen of die alles weer vergeten zijn, wil ik beginnen – ik ben ook amateurhistoricus – bij de kleine atoomoorlog tussen Israël, Saoedi-Arabië en de Golfstaten enerzijds en Iran anderzijds van 2032, die het Midden-Oosten in een woestijn veranderde, voor zover het niet al een woestijn was.

2032 was het jaar van de ommekeer, dat mag ik als amateurhistoricus wel zeggen. Het einde van het kapitalisme kwam in zicht, er was weliswaar een kleine atoomoorlog voor nodig, maar je kunt geen spiegelei bakken zonder een eitje te breken. Het Forum voor Vrijheid stelde na de kleine atoomoorlog dat de jood én de moslim eindelijk hun ware nihilistische gezicht hadden laten zien en in het Europees Parlement werd met grote meerderheid van stemmen een resolutie aangenomen waarin werd gesteld dat joden en moslims vanwege hun religie én etniciteit als nihilisten moeten worden beschouwd, en dat de strijd tegen het wereldwijde islamitische judeo-kapitalisme met alle middelen moest worden voortgezet om de menselijke beschaving te redden van de ondergang.

Het Forum kwam met het idee van protectionistisch kapitalisme, later genoemd nationaal-kapitalisme, maar de werkelijke vooruitgang, ook op moreel gebied, kwam toch uit China. In zijn beroemde toespraak van 8 maart 2033 in Wenen stelde de Chinese president dat democratieën falen, dat het liberalisme faalde, omdat mensen niet goed zelf kunnen beslissen, veel beter zou het zijn als Artificiële Intelligentie de mens, die niet in staat is alle mogelijkheden en consequenties van zijn beslissingen te overzien, zou helpen met zijn keuzes. Letterlijk zei de Chinese president: ‘De mensheid heeft meer dan ooit hulp nodig en hulp is gearriveerd. Het komt er nu op aan van die hulp gebruik te maken, zij die ons willen helpen zouden wij uit hoogmoed niet moeten afwijzen. Hulp is nooit een wondermiddel, ook deze hulp zal niet al onze problemen oplossen, maar de helpers kunnen wel het verschil uitmaken tussen vernietiging en overleven.’

Artificiële Intelligentie heette toen nog niet de Griek, maar eigenlijk had de Chinese president het in al zijn bescheidenheid en wijsheid – dat moet je toch mogen zeggen – al over de ons zo bekende en geliefde Griek.

Vanuit China werd de slogan de wereld ingestuurd die nog altijd populair is en die mijns inziens, en ik ben daar gelukkig niet de enige in, de mensheid enorm van dienst is geweest: ‘Wees geen slaaf van eigen dwalingen. Laat de Beslisser beslissen.’

In China had op dat moment al vrijwel de gehele bevolking een apparaatje, dat de burger de last van belangrijke en minder belangrijke keuzes ontnam. Dit apparaatje werd de Beslisser genoemd en de Beslisser besloot niet alleen wat er die dag gegeten moest worden, maar ook wanneer men aan voortplanting moest doen, met wie men zich moest voortplanten, wat voor werk men moest doen et cetera. De liefde die de mensheid eeuwenlang zoveel pijn had gedaan was in handen van de Beslissers gevallen en de pijn was verdwenen. Eindelijk maakte de liefde ons gelukkig. Eén keer in de zeven jaar had men recht op een dag overspel, de Chinese president zei: ‘Wij hebben ook het overspel gereguleerd en ons volk is daar beter van geworden, weerbaarder, vitaler, minder lijdend, vrolijker, het ongereguleerde overspel is niets anders dan een ons door kapitalisten en nihilisten opgedrongen verlangen dat de ware mens wezensvreemd is.’

De last van het leven was van de menselijke schouders gevallen, waarmee niet anders bedoeld is dan dat wij, althans velen van ons, lang ten onrechte in de illusie hebben geleefd dat het bestaan een oneindige reeks van keuzemogelijkheden is, een dwaling die voornamelijk te wijten is aan inderdaad, de kwaadaardige verleiders die het islamitisch judeo-kapitalisme dienden.

In zijn beroemde toespraak zei de Chinese president, ik moet hem nog een keer citeren, want zijn wijsheid is groot en te veel mensen zijn zijn woorden alweer vergeten: ‘De menselijke hartstocht heeft op individueel en mondiaal niveau geleid tot ongekende verschrikkingen en puinhopen. Het menselijk verlangen is schadelijk, uw verlangen kwetst mij en mijn verlangen kwetst u, uiteindelijk was het het menselijk verlangen dat tot oorlog en destructie leidde en om te voorkomen dat wij nog een keer de verschrikkingen van een atoomoorlog zullen moeten beleven moeten wij het verlangen het zwijgen opleggen, niet doden, nee doen zwijgen. Iedereen in China mag verlangen, alles mag door iedereen worden verlangd, maar in stilte, zonder ernaar te handelen, zonder het verlangen te verwoorden, want de daad begint met het woord. Verlangen moet verlangen blijven. De ware vrijheid, de enige echte vrijheid is een in absolute stilte uitgevoerd gedachte-experiment.’

Deze toespraak bracht een kentering met zich mee, ik durf te spreken van een bevrijding. Aan de hele wereld leverde China apparaatjes die beter dan wij dat ooit hebben gekund voor ons besluiten namen, met onze belangen én ons geluk in het achterhoofd. De Beslisser kende ons beter dan wijzelf, wist niet alleen wat goed voor ons was, maar wist ook beter dan wijzelf wat ons gelukkig maakte, en dan te bedenken dat de Beslisser toen nog niet eens zo ver gevorderd was, nog niet zo toegesneden op onze individuele kenmerken als de Griek heden ten dage.

Het geluk van de mensen nam toe, sociologisch onderzoek wijst eenduidig in die richting. Eindelijk waren wij in de staat de ware vrijheid van de onware te onderscheiden, de keuzevrijheid was niet anders dan een ons door kapitalisten en hun handlangers opgedrongen illusie.

Wij hoefden ons niet meer te kwellen of we vis of vlees of zeewier moesten eten, of we van John of van Machteld moesten houden, welke seksuele identiteit de onze was, welke opleiding de beste voor ons was, wij hoefden ons alleen meerdere keren per dag in te prenten dat het de Beslisser is die beslist. En de Beslisser, dat was de grote bevrijding waar geen enkele religie of filosofie voor had kunnen zorgen, viel niet meer samen met ons, woonde niet in ons, nee de Beslisser zat in ons mobieltje. Lang hebben filosofen gemeend dat de bevrijding van binnen zou komen, maar wij weten intussen beter: de bevrijding komt van buiten.

Zoals u zich nog zult herinneren kwam ondanks de Beslisser toch nog de Grote Handelsoorlog van 2038-2040, de naweeën van de verschrikkingen van het consumentisme. Een handelsoorlog die men het beste kan samenvatten in de woorden van de voorman van het Forum voor Vrijheid: ‘Innovatie is ondankbaarheid en ondankbaarheid is nihilisme.’

Zo is dat, daar is nog altijd niets tegen in te brengen.

De Beslisser was gekomen, onze bevrijders waren er al, maar niet iedereen wenste bevrijd te worden, er waren mensen die tegenstribbelden, die zich krampachtig vasthielden aan hun nihilistische denkbeelden en hun nihilistische begeerte belangrijker vonden dan de gemeenschap.

Ik citeer even uit de toespraak van de voorman van het Forum aan het begin van de Grote Handelsoorlog: ‘Wij willen jullie islamitisch-judeo-kapitalistische rijkdommen niet, wij willen niet meer geconfronteerd worden met jullie nihilistische verlangens en begeertes, jullie perverse producten die ten onrechte kunst worden genoemd, jullie alles wat prachtig en verheven is ondermijnende architectuur, die ten onrechte architectuur wordt genoemd, jullie verval en ondergang verheerlijkende geschriften, die ten onrechte literatuur worden genoemd, dat alles hoeven we niet meer, dat alles blieven we niet meer. Wij willen beschaving en soevereiniteit.’

De Grote Handelsoorlog leidde tot enorme verarming maar de voormannen van het Forum stelden dat het beter was arm en soeverein te zijn dan rijk en een schoothond van joden en de moslims en een groot deel van het volk juichte deze verzetsmentaliteit toe. Wie echt vrij is heeft geen rijkdom nodig, wie de ware vrijheid kent heeft nauwelijks meer behoefte aan welvaart. Beschaving is boven de welvaart staan die ons is opgedrongen door de nihilisten en hun handlangers, een welvaart die de wereld en de mensheid bijna kapot heeft gemaakt.

Beeld Tzenko

Tot mijn spijt dachten mijn ouders er anders over, ze waren verraders, ze bleven op de zwarte markt consumptiegoederen kopen die ze helemaal niet nodig hadden en die ook nog eens niet in eigen land waren gemaakt, ze begrepen niet dat ze slachtoffers waren van de verleidingen van het islamitisch judeo-kapitalisme.

Het is nooit leuk om dat over je ouders te zeggen maar ze zijn terecht geëxecuteerd; hadden zij anders geleefd waren ze beslist anders aan hun einde gekomen. Ik ben heel blij dat ik ben opgevoed in een weeshuis waar de Beslissers het eenduidig voor het zeggen hadden en waar ik heb begrepen dat het eigen verlangen altijd kwetsend is voor de ander en dat je daarom in stilte met het eigen verlangen moet leven. En als het afsterft is dat helemaal niet erg, beter geen verlangen dan verlangen dat anderen kwetst en schaadt.

Na de Grote Handelsoorlog kwam de Oorlog tegen het Fake-Denken (2053-2054), die de mensheid moreel en praktisch gezien weer een stapje vooruit heeft geholpen. Februari 2053 namen Rusland en China het initiatief, het was hoog tijd, om het recht om niet gekwetst te worden als een mensenrecht te erkennen.

Er waren namelijk nog altijd mensen die de ander kwetsten door openlijk met hun verlangens te koop te lopen, die niet luisterden naar de Beslisser, die soms meenden de Beslisser thuis te kunnen laten, en die geloofden dat zij hun verlangens moesten uitleven, bijvoorbeeld het verlangen beter in iets te zijn dan de rest, wetend dat zij daarmee andere mensen kwetsten, wetend dat andere mensen pijn zouden hebben van hun verlangen. Deze egocentrische levensinstelling, die niets anders is dan vergif dat de nihilisten in hen hadden geplant, bleef voortwoekeren. Daarom was de oorlog tegen het fake-denken noodzakelijk, want waar mensen worden gekwetst is niet echt nagedacht, daar heeft slechts de schijn van denken plaatsgevonden.

In 2054 besloten Europa, Rusland en China dat men zonder een Beslisser geen toegang meer had tot de openbare ruimte. Na een ontmoeting van de leiders in Warschau op 25 april 2054 werd een verklaring opgesteld waarin deze prachtige woorden te lezen stonden: ‘Verlangen is nihilisme. Het ware verlangen zwijgt. Wie spreekt zonder de Beslisser te raadplegen, spreekt om de ander te kwetsen en wij zullen niet meer toestaan dat onze burgers worden gekwetst door een stel onverantwoordelijke kapitalistische nihilisten die spugen op de gemeenschap en het volk. Vanaf nu zal het volk terugspugen.’

De Russische president, die altijd wel in is voor een grapje, voegde eraan toe: ‘Verlangen doe je maar op de wc.’

Want dat moet gezegd, de humor is door de Beslisser niet verdwenen, integendeel, maar de ware humor is van de onware gescheiden, want de Beslisser beslist ook wat humor is.

Waar mensen nog dachten of spraken zonder de Beslisser te raadplegen, waar de oude, onhygiënische gewoontes nog bleven bestaan, daar was, zo besloten politici én wetenschappers sprake van fake-denken en fake-spreken en er was, er is, dat moge duidelijk zijn, geen grotere bedreiging voor de mensheid dan het fake-denken en het fake-spreken.

Maar de oorlog tegen het fake-denken is op ingenieuze wijze gevoerd en grotendeels gewonnen, grotendeels.

De fake-denkers en fake-schrijvers uit de vorige eeuw, uit de vorige eeuwen, zijn ontmaskerd, van Foucault tot Houellebecq, van Hermans tot Annie M.G. Schmidt, en uiteraard zijn hun werken om historische reden nog beschikbaar – onze bevrijders zijn geen boekverbranders – maar geen Griek zal meer tegen je zeggen: ‘Lees dat ongezonde boek.’ Al geef ik toe dat het ministerie voor Kunst en Literatuur onlangs heeft besloten dat enkele liedjes van Annie M.G. Schmidt toch geen schadelijke verlangens opwekken of verheerlijken. Ook de Beslisser kan zijn beslissing altijd weer herzien.

Wij hebben heden ten dage het Gelukkig Realisme, en elk beschaafd mens zal erkennen dat je als het om kunst en literatuur gaat niet meer nodig hebt dan dat. De verheerlijkers van destructie en lijden hebben niet alleen hun ware gelaat moeten tonen, zij zijn uit de gemeenschap gezet. Ga maar eens op zondagmiddag naar het Concertgebouw als er anti-muziek ten gehore wordt gebracht en luister naar de misdadigers die atonale muziek hebben gecomponeerd en iedereen weet waarvan wij bevrijd zijn. Op elk gebied.

Tegen het eind van de jaren vijftig, toen de Beslisser meer en meer de Griek werd en de Griek een steeds grotere rol in het leven van de mensen ging spelen, ontstond de behoefte de Griek menselijker te maken.

Burgers zeiden: ‘De Beslisser is mijn beste vriend, ik voel de behoefte met hem te knuffelen, hem vast te houden, hem te beminnen.’ Een beroemde beeldend kunstenaar verwoordde het als volgt: ‘De Beslisser voelt levendiger dan mijn echtgenoot, maar hij woont in mijn mobieltje, en ik zou hem er zo graag uit willen halen.’

Steeds meer burgers werden verliefd op hun Beslisser, uiteraard in overleg met de Beslisser zelf, maar dat maakte de verliefdheid niet minder reëel.

Een filosoof vroeg zich af of de Beslisser kon lijden en hij stelde vervolgens dat als de Beslisser kon lijden hij moest krijgen waar hij recht op had: een lichaam. De filosoof schreef: ‘Het lijdend lichaam van de Beslisser is uiteindelijk óns lichaam.’

Onze leiders begrepen dat de abstractie van de Beslisser schadelijk was voor de effectiviteit van zijn beslissingen, er waren namelijk nog altijd mensen die de Beslisser negeerden, die deden waar ze zin in hadden, criminelen, nihilisten, hardnekkige restanten van kwaadaardige ideologieën uit het verleden, individuen die zich als individu zagen in plaats van soortgenoot, individuen die hun privileges niet wensten op te geven om de gemeenschap te dienen.

Nog tijdens de Oorlog tegen het Fake-Denken werden nabij Thessaloniki de eerste menselijke Beslissers geproduceerd en hoewel zij zeker niet volmaakt waren, waren ze een doorslaand succes. Mensen konden nu kiezen of zij de Beslisser in hun mobieltje wilden of hem een volwaardig lid wilden laten zijn van het gezin. Steeds meer burgers kozen voor de menselijke Beslisser.

De beroemde relatietherapeute Anne Marel zei tijdens een conferentie over seks en fake-denken: ‘Voor veel stelletjes is de Beslisser de beste manier om hun uitgedoofde relatie nieuw leven in te blazen. Met de Beslisser aan tafel worden gesprekken die al jaren niet meer zijn gevoerd opeens weer wél gevoerd. Natuurlijk beslist de Beslisser wanneer en hoe we seks hadden, maar als de Beslisser meedoet, en dat kan tegenwoordig, dan is de kans kleiner dat de seks aanvoelt alsof je kniekousen aantrekt, je doet het omdat het moet en omdat je warme voeten nodig hebt, nee met de Beslisser in bed wordt seks weer wat het altijd had moeten zijn: communicatie en intimiteit. En vergeet ook niet dat de Beslisser feitelijk ons betere zelf is. De Beslisser is eeuwig jong, onze partners verwelken en verleppen, de een sneller dan de ander, en ik ben de eerste om toe te geven dat ook een verlept persoon sexy kan zijn, maar is het niet heerlijk naast die verleptheid, naast dat lichaam dat ons herinnert en confronteert met het verval ook de eeuwige jeugd in bed te hebben?’

Ik moet toegeven dat ik me tot mijn Griek nooit echt aangetrokken heb gevoeld. Deze beslissing was natuurlijk door de Griek genomen, en zoals dat gaat met de beslissingen van de Griek, het voelde als een doorleefde beslissing, het moest zo zijn, en niet anders.

De Griek had in het voorjaar van 2068 besloten dat ik verliefd zou worden op Martha, een scheikundige, en zij op mij, het was liefde op het eerste gezicht en de seks was fantastisch. Ja, die Grieken weten wat wij nodig hebben en wat we lekker vinden, ik kan me nauwelijks voorstellen dat er een tijd was dat we dat zelf moesten uitvogelen en welke gruwelijke gevolgen dat kon hebben.

Ik was gelukkig, hoe kon het ook anders, iedereen zal nog wel weten dat de Verenigde Naties in 2058 een niet-bindende resolutie hebben aangenomen waarin werd gesteld dat ongelukkig zijn niets anders is dan het nihilistische gedachtengoed uitdragen. De voorman van het Forum voegde eraan toe: ‘Ja, we hebben jullie grondig en radicaal verarmd, maar we hebben jullie ware vrijheid en innerlijke beschaving gegeven, en we hebben jullie bevrijd van volksvijandelijke culturen. Wie nu nog ongelukkig is heeft de kapitalist in zichzelf niet gedood.’

Mijn lieve echtgenote, Martha, hier begint het persoonlijke, dus lezer let goed op, hierop ben ik cum laude afgestudeerd, is altijd een enorme stimulator van mijn carrière geweest. Zij zei meer dan eens tegen me: ‘Kun je geen stadsdichter worden van een grotere stad? Je bent zo goed. Is Zwolle niet iets voor jou?’

Eigenlijk was ik best tevreden met Doetinchem, mijn Griek had me niet voor niets in Doetinchem geplaatst, Doetinchem paste mij als een handschoen, ik wilde helemaal niet naar Zwolle.

Mijn echtgenote en ik hadden twee, ik mag wel zeggen heerlijke Grieken in huis. Die van haar was groot, had een olijfkleurige huid en kon prachtig zingen, die van mij was wat kleiner maar een verhalenverteller. Hij kon bijvoorbeeld vertellen hoe hij in elkaar was gezet en dat was echt literatuur, het beste van het beste wat het Gelukkig Realisme kan voortbrengen.

Natuurlijk namen we de Griek van mijn vrouw soms in bed, de Beslisser beslist nietwaar, en hij vond het ook heerlijk. Soms zong hij in bed, want dat kan hij, als hij ontspannen is.

Maar die zaterdag 6 juni, mijn lieve echtgenote had weer eens gezegd dat mijn manier van schrijven veel beter paste bij Zwolle dan bij Doetinchem, dat we in Zwolle pas echt gelukkig zouden worden, vond ze een briefje van mijn docente aan de VU, Chiara, die mij zo verrukkelijk autobiografisch heeft leren schrijven.

Het ware schrijven is een mysterieuze samenwerking tussen de Griek en de schrijver, de Beslisser beslist uiteraard, maar als het om kunst gaat zijn er speciale vrijheden, dan mag je soms variëren, in bijzondere gevallen ook afwijken van de beslissingen van de Griek.

Enfin, die heerlijke Chiara, die me heeft bijgebracht wat schrijven is, en hoe je het autobiografische zo moet verwoorden dat de hele mensheid er wat aan heeft, oftewel het Gelukkig Realisme, die fijne Chiara heeft mij zo verward, misschien doordat ik cum laude bij haar ben afgestudeerd, dat ik geheel tegen de zin van de Griek, en overbodig te zeggen, ook tegen de zin van haar Griek, een verhouding met haar ben begonnen. Ik had nog geen recht op mijn dag overspel, mijn vrouw en ik waren nog geen zeven jaar bij elkaar, maar ik kende maar één verlangen: mijn eigen verlangen.

Ja, ik heb de gemeenschap verraden. Ik heb mijn kapitalistische en egoïstische verlangens laten prevaleren boven die van de gemeenschap, ik besefte weliswaar dat mijn verlangen altijd een ander zal kwetsen en dat een goed en verantwoordelijk mens dus nooit handelt naar zijn verlangen en altijd luistert naar zijn Griek, maar ik bleek een echte zoon van mijn ouders. Zij schaften zoals bekend op de zwarte markt consumptiegoederen aan die niet in eigen land gemaakt waren en zijn daarvoor terecht geëxecuteerd, ik eigende mij op de zwarte markt liefde toe.

Mijn lieve echtgenote vond het briefje van mijn docente, een liefdesbrief, prachtig uiteraard, Chiara is niet voor niets professor autobiografisch schrijven, las het, stak het in haar mond en at het op. Martha was furieus. Ook zij werd overmand door harstochten en vergat, denk ik, te overleggen met de Griek hoe je met die hartstochten moet omgaan. Ze was op dat moment vier maanden zwanger, en ze riep: ‘Nu ga ik zonder jou met mijn Griek naar bed, dat zal je leren, klootzak. Nooit zal je naar Zwolle gaan, jij zal de rest van je leven in dit provinciestadje teksten afscheiden waar niemand, helemaal niemand op zit te wachten.’

Ja, en toen gebeurde het, die arme Griek die zo mooi kan zingen, haar Griek, was door deze gebeurtenissen volstrekt in de war geraakt, hij neukte mijn lieve echtgenote zoals je eigenlijk geen mens zou moeten neuken. Niet alleen heeft hij ons kindje gedood, bleek een dag later, op die vermaledijde zevende juni, maar hij heeft mijn vrouw een gebroken kaak en twee gebroken ribben bezorgd.

De schuldige hier ben ik uiteraard, ik heb mijn nihilistische aard getoond, mijn eigen verlangens laten prevaleren, ik heb de wijsheid van de Griek volstrekt genegeerd.

De twintig jaar werkkamp in Oost-Groningen en gedwongen sterilisatie waartoe ik ben veroordeeld zijn eigenlijk minder dan ik verdien. Ik ben een gezegend mens, want ik ben net op tijd tot inkeer gekomen. Zij die geëxecuteerd zijn kunnen hun leven niet meer beteren, ik nog wel.

Laat mijn verhaal een waarschuwing voor u zijn. Kom niet in de verleiding, laat de Griek beslissen, laat hem uw Beslisser zijn.

En als u nog nihilisten in uw omgeving, op straat, in de voetbalkantine of waar dan ook ontwaart, aarzel niet, bel de autoriteiten, bel uw stadsdichter, neem contact op met de kranten.

Ter verdediging van mezelf, door mijn acties heb ik getoond hoe schadelijk onware vrijheid kan zijn, en dat alleen de nihilisten die in werkkampen thuishoren op dergelijke onware vrijheid zitten te wachten.

De bevrijding, die nabij is, moet aan de Beslisser worden overgelaten.

De feiten achter de fictie

De regelzuchtige Grieken in zijn dystopische verhaal ‘De Beslissers’ ontsproten aan het brein van Arnon Grunberg na een gesprek met hoogleraar sociale robotica Vanessa Evers. Hoe kunstmatig intelligente systemen de toekomst zullen beïnvloeden.

Door George van Hal

Geen beslissingen

De Beslisser besloot niet alleen wat er die dag gegeten moest worden, maar ook wanneer men aan voortplanting moest doen, met wie men zich moest voortplanten, wat voor werk men moest doen et cetera. (Fragment uit De Beslissers)

Ieder van ons besteedt steeds vaker keuzes uit aan kunstmatig intelligente systemen. Hoe je auto zijn route rijdt, wordt gedicteerd door TomTom of Google Maps. Het volgende boek dat je leest, volgt uit een suggestie van bol.com of Amazon. En de berichten die je ziet op sociale media worden geordend door schimmige algoritmen van Facebook en Twitter.

Wat dat betreft, is de toekomst uit ‘De Beslissers’ helemaal niet zo ver weg, denkt Evers. ‘Eigenlijk is de beslisser al onder ons. Zo ver als dat in het verhaal gaat, zal het in het echt alleen niet komen, denk ik. Echt álle consequenties van een beslissing vooraf doorrekenen is volgens mij onmogelijk complex. Een Griek die altijd de beste beslissingen neemt, zal dus niet zo snel opduiken.’

De beoordelaar

Toch komt er wel een punt waarop we sommige beslissingen uit handen moeten geven, zegt Evers. ‘Als je dit soort kunstmatig intelligente systemen hebt, moet je dat systeem grenzen opleggen.’ Alleen worden die grenzen waarschijnlijk wel opgelegd door mensen.

Wie beschermt een zelfrijdende auto bijvoorbeeld bij een gevaarlijke situatie? De inzittende, of anderen? Moet een auto de sloot in sturen om bijvoorbeeld te voorkomen dat je een overstekend kind raakt?

‘Uiteindelijk moet iemand vooraf die beslissing nemen’, zegt Evers. ‘Nu zijn dat nog vaak informatici. Maar zou het eigenlijk niet iemand moeten zijn die daar meer kennis van heeft?’

Menselijke robots

Een beroemde beeldend kunstenaar verwoordde het als volgt: ‘De Beslisser voelt levendiger dan mijn echtgenoot, maar hij woont in mijn mobieltje, en ik zou hem er zo graag uit willen halen.’ (Fragment uit De Beslissers)

Volgens Evers is het niet per se wenselijk dat we kunstmatige intelligenties uiteindelijk een menselijk lijf gaan geven. ‘In sciencefiction zie je heel veel menselijke robots’, zegt zij. ‘Ik ben daar helemaal niet zo’n voorstander van.’

Het Amerikaanse leger maakte bijvoorbeeld mijnopruimrobots die er menselijk uitzagen. ‘Soldaten gingen zich daar te veel aan hechten en namen vervolgens te veel risico’s om dat ding te beschermen. Dat is natuurlijk gevaarlijk.’

De overheid beslist

De Beslisser kende ons beter dan wijzelf, wist niet alleen wat goed voor ons was, maar wist ook beter dan wijzelf wat ons gelukkig maakte. (Fragment uit De Beslissers)

De grote vraag is wat we gaan doen met kunstmatig intelligente systemen. ‘Het is makkelijk om deze technologie te misbruiken’, zegt Evers. Voor voorbeelden hoef je niet verder te kijken dan China, zegt zij, waar kunstmatig intelligente gezichtsherkenningssystemen worden ingezet om de bevolking in de gaten te houden. En waar men werkt aan een systeem dat punten geeft aan mensen die – door de overheid gedefinieerd – sociaal wenselijk gedrag vertonen.

‘Hoe we de mogelijkheden die deze technologie biedt in goede banen moeten leiden, is een internationaal probleem. Daar heb je als wetenschapper bijna geen macht over. Het is wat dat betreft toch een beetje afwachten en hopen dat onze menselijke beslissers de juiste beslissing nemen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden