Drama

La Stella che non c'è

Geen plek meer voor idealen

Ronald Ockhuysen

Hijskranen. Overal staan hijskranen. De Italiaan Vincenzo Buonavolonta kijk er na een paar dagen niet meer van op. China, het land waar hij op bezoek is, verandert in een ongekend tempo. Gebouwen schieten uit de grond, en overal wordt handel gedreven. De ene bouwput volgt na de andere. Kuilen, bruggen, winkelcentra, hotels en huizen. Het communisme raakt steeds verder op de achtergrond.

In La Stella che non c'è van de Italiaanse regisseur Gianni Amelio - in Nederland vooral bekend van Il Ladro di Bambini (1992) en Le Chiavi di Casa (2004) - wordt met de ogen van een buitenstaander naar de Chinese omwenteling gekeken. In de roadmovie reist Vincenzo dwars door het land, omdat hij nog een zaakje heeft te regelen in de metaalindustrie. De goedbedoelende ingenieur, gekomen om een verkeerd en daardoor gevaarlijke machine-onderdeel te vervangen dat eerder aan de Chinezen is verkocht, wordt alle kanten opgestuurd. De Chinezen hebben geen tijd en geen zin om naar zijn mooie woorden en fraaie intenties te luisteren.


De zoektocht van Vincenzo en zijn Chinese tolk Liu is voor regisseur Amelio een aanleiding om eens flink in China rond te kijken. Hun tocht voert langs talloze locaties - van stadscentra over gruizige wegen naar overbevolkte wijken in de provincie, waar in naargeestige woontoren kledingateliers zijn verstopt vol hardwerkende, jonge vrouwen. Ook komt Vincenzo tijdens zijn reis overal kinderen tegen. Zittend op een stoepje, of dolend over straat. Alleen. Aan hun lot overgelaten door familieleden, die hen moeten opvoeden omdat deze kinderen door de onverbiddelijke eenkindpolitiek van de overheid officieel geen status hebben.


Door dergelijke observaties oogt La Stella che non c'è als een politieke film. Een verslag van een land op drift, waar tradities worden opgeblazen zonder dat er nieuwe afspraken zijn opgesteld. Maar echt geëngageerd is Amelio's zestiende film ook weer niet. Daarvoor blijft het verhaal te veel op afstand, is de hoofdpersoon te veel met zichzelf bezig, en toont Amelio zich opnieuw een te sentimenteel regisseur.


Om van La Stella che non c'è te kunnen genieten is een zekere overgevoeligheid bij de bioscoopbezoeker gewenst. Die moet ook met gretige ogen willen rondkijken, en verder niet te veel gericht zijn op de belevenissen en de dialogen van de Italiaanse man en de Chinese tolk, die aanvankelijke spraakverwarringen en culturele misverstanden plaats zien maken voor wederzijds begrip.


La Stella che non c'è is meer een impressie dan een vertelling. Meer een stamelende poging iets over deze tijd te zeggen dan een werkelijk statement over deze tijd.


Wie de waterige stijl voor lief neemt, kan zich verbazen over een land waar geen enkele zekerheid meer heerst. Behalve dan dat ook in het immense China het recht van de sterkste en de macht van het geld de toon bepalen.


Wie met alleen idealen en de beste bedoelingen de markt betreedt, staat binnen de kortste tijd buitenspel.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden