La France s'éveille

Hoe staat de Franse literatuur er voor? Eigenlijk heel goed, ontdekt Peter Giesen, al wordt het zicht erop soms belemmerd door de Britten en Amerikanen.

Beeld Martyn Overweel

De kleine Librairie des Abesses is stampvol. Schrijver Eric Reinhardt komt voorlezen uit L'Amour et les Forêts, op dat moment nog genomineerd voor de belangrijkste literaire prijs van Frankrijk, de Prix Goncourt die komende woensdag wordt uitgereikt.


De Franse literatuur heeft een ijzersterke traditie. Op de centrale tafel van de boekwinkel in Montmartre liggen boeken van de grote uitgever Gallimard, waarvan de omslag sinds 1911 niet meer is veranderd: titel en naam van de auteur op een beige fond met een rode sierlijst, geen foto's. Als concessie aan de tijdgeest zit er tegenwoordig een kleurig bandje omheen met een portret van de auteur, vooral als die er goed uitziet, wat in Frankrijk nogal eens het geval is. Slanke, elegante vrouwen met een golvend kapsel, grijzende maar jongensachtige mannen met een mysterieuze oogopslag.


Eric Reinhardt is zo'n man, met een grijze kuif en een zorgvuldig getrimd baardje. Hij begint te lezen uit zijn boek, aangekondigd als een Madame Bovary van de 21ste eeuw, over een vrouw die vreemdgaat. Halverwege de seance neemt een acteur het over. 'Neukt hij zo goed, jouw minnaar?', schalt zijn stentorstem door de kleine boekhandel. 'Is hij meer je type dan ik, heeft hij een grote lul?'


Dankzij de Nobelprijs voor Patrick Modiano straalt de Franse literatuur weer even, maar vooral in de Angelsaksische media wordt graag gesuggereerd dat de letterkunde in een crisis verkeert, zoals alles in Frankrijk. Vroeger las iedereen Sartre en Camus, maar niemand is geïnteresseerd in hedendaagse auteurs met hun humorloze intellectualisme en hun therapeutische egodocumenten, schreef Time-journalist Donald Morrison in het geruchtmakende The Death of French Culture uit 2010. Frankrijk produceert geen Simone de Beauvoir meer, zoals het ook geen Citroën DS meer maakt.


'Ook in Nederland was het een beetje bon ton om te zeggen: ach, dat Frankrijk stelt helemaal niks meer voor. Maar ik vind de Franse literatuur juist heel levend', zegt Henk Pröpper, directeur van uitgeverij De Bezige Bij en voormalig directeur van het Institut Néerlandais in Parijs. Michel Houellebecq is een wereldster, Laurent Binet schreef een internationale bestseller met HHhH. De Bezige Bij doet goede zaken met Karine Tuil, Jerôme Ferrari of Joël Dicker.


'Twee Nobelprijzen in zes jaar, voor Modiano en Jean-Marie Le Clézio, dat is een duidelijk antwoord aan iedereen die zegt dat de Franse cultuur geen uitstraling meer heeft. En als we cultuur iets breder trekken: de econoom Thomas Piketty viert triomfen in de Verenigde Staten', zegt Vincent Monadé, president van het Centre National du Livre, belast met de verbreiding van het Franse boek in het buitenland.

Genomineerd voor de Prix Goncourt


Kamel Daoud Meursault, contre-enquête
Pauline Dreyfus Ce sont des choses qui arrivent
David Foenkinos Charlotte
Lydie Salvayre Pas pleurer

Uitreiking 5 november

Stadspaleis

Zijn kantoor is een salon in een schitterend hôtel particulier (stadspaleis) in Saint-Germain-des-Prés. Je hebt het idee dat er elk moment een lakei binnen kan komen om een kopje thee te serveren. Dat illustreert het probleem van Frankrijk: de last van een groot verleden. Het Frans was ooit de taal van de Europese elite, Parijs was tot 1940 de kunsthoofdstad van de wereld. De naoorlogse bloei van het existentialisme kan worden gezien als een nabrander van die culturele dominantie. Maar sinds 1945 is het culturele zwaartepunt verschoven naar de Angelsaksische wereld. De belangstelling voor de Franse cultuur is onmiskenbaar afgenomen. Maar is de Franse cultuur minder aantrekkelijk geworden of zijn wij eenzijdig georiënteerd op de Angelsaksische wereld?


Franse auteurs maken het de lezer niet altijd even gemakkelijk. Het sterke punt van Frankrijk is zijn gedegen literair-filosofische traditie, gestimuleerd door een rigoureus onderwijsstelsel. Frankrijk is een hiërarchisch land waar cultuur nog een groot prestige geniet. Veel minder dan in Nederland heeft de 'wie ben jij om mij te vertellen dat Bach beter is dan Jan Smit'-gedachte postgevat. Helaas heeft die traditie een keerzijde: Franse auteurs willen zich nog wel eens verliezen in loden ernst en pompeus proza. Literaire smeermiddelen als een sterk plot staan van oudsher in minder hoog aanzien.


Anderzijds ontneemt de Angelsaksische dominantie nogal eens het zicht op de Franse cultuur. Het succes van Thomas Piketty laat zien hoe een Franse denker pas via een Amerikaanse U-bocht tot de rest van Europa doordringt. Die U-bocht is echter moeilijk te nemen. 'De Verenigde Staten zijn enorm eenkennig: slechts 3 procent van het literaire aanbod in de VS bestaat uit vertaald werk. In elk beschaafd land is dat 30 tot 40 procent', zegt Henk Pröpper. 'Het probleem is niet de zwakte van de Franse cultuur, maar het gebrek aan nieuwsgierigheid van Amerika', zegt Vincent Monadé van het Centre National du Livre.


Dat stelt Frankrijk voor een dilemma. Moet het vasthouden aan zijn eigen cultuur, met het gevaar dat het irrelevant wordt voor de rest van de wereld? Of meegaan met de mondiale smaak, met het gevaar dat het zijn eigen karakter verliest?

Tussenweg

Pröpper ziet een tussenweg ontstaan. Een nieuwe generatie schrijvers combineert de Franse literair-filosofische bagage met Angelsaksische stijlmiddelen als een sterk plot. 'Het beste voorbeeld vind ik Een verzonnen leven van Karine Tuil', zegt Pröpper. 'Franse schrijvers hebben zich aangepast aan internationaal heersende codes. Maar die eruditie is er nog steeds. Dat maakt de Franse literatuur zo levend.'

Ook schrijver Eric Reinhardt, die begin deze week op het nippertje van de shortlist voor de Prix Goncourt tuimelde, ziet veel Franse auteurs die een goed verhaal vertellen en toch Frans blijven, zoals Tuil, Houellebecq, Maylis de Kerangal en Marie Ndiaye. 'Wat ik goed vind aan de Franse literatuur is het romantische idee dat de schrijver een kunstenaar is die zijn eigen universum schept. Bij de Angelsaksen zie je vaak een soort formatteren: de boeken moeten in een mal passen. Amerikaanse romans zijn vaak heel goed gemaakt, maar ze lijken op elkaar. In Amerika is schrijven iets dat je leert, in Frankrijk betekent schrijver zijn dat je uniek bent, uit duizenden herkenbaar', zegt hij.

Maar de Franse schrijver heeft zich ontworsteld aan de zwaarmoedige codes van de literatuurpausen in Saint-Germain-des-Prés, stelt hij: 'In Frankrijk heeft men heel lang het romantische idee gehad dat een groot schrijver arm en miskend moet zijn. Maar tegenwoordig vindt niemand commercieel succes nog een schande. Het ideaal is om het beste boek van het jaar te schrijven dat ook nummer 1 op de bestsellerlijsten staat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden