Review

L'opera seria heeft aantrekkelijke gelaagdheid

Boegeroep, een joelende brandmelder en woedend publiek: het is een van de schitterende vondsten van de Ierse regisseur Patrick Kinmonth. De zangrollen zijn uitstekend bezet, maar het is dirigent René Jacobs die de voorstelling onder stroom zet.

Mario Zeffiri als Ritornello en Robin Johannsen als Smorfiosa in L'opera seria.

Als er een kampioenschap boeroepen zou bestaan, zou de nieuwe Muntproductie L'opera seria hoge ogen scoren. In de derde acte van dit satirisch werk van Florian Leopold Gassmann, liep het tijdens de première volledig uit de hand. Uit het publiek klonken kreten: Basta! Stoppen, het is genoeg! Anderen werden boos: Silence, s'il vous plaît! De stilte duurde maar kort. Het ongenoegen nam toe, van alle kanten werden de zangers uitgejouwd, tot woede van degenen die zich op de muziek wilden concentreren. De tribunes van het Koninklijk Circus, de plek waarnaar De Munt tijdens een grote verbouwing is uitgeweken, leken op die van de Amsterdam Arena tijdens het duel tussen Ajax en Feyenoord. Pas toen een ontploffing en een joelende brandmelder een einde maakten aan het opstootje, bleek dat de kreten waren geënsceneerd.

Florian Leopold Gassmann: L'opera seria. Regie: Patrick Kinmonth. Solisten, dansers, B'Rock en musici van het Symfonieorkest van De Munt o.l.v. René Jacobs. 9/2, Koninklijk Circus, Brussel. Nog te zien op 12, 14, 16 en 17/2 en online streaming op 21/3.

Het is een van de schitterende vondsten van Patrick Kinmonth, de Ierse regisseur die de productie een aantrekkelijke gelaagdheid geeft. Na twee lange actes van repetities en vooral geruzie van te grote ego's blaast het sleets geworden operagenre zichzelf op. Letterlijk.

Minder sterk: het duurt vervolgens nog lang voordat de voorstelling echt is afgelopen. De belachelijkheid stijgt tot een absurd niveau als zelfs de moeders van de zangers het toneel op stormen om te bakkeleien over de carrières van hun dochters, maar het blijkt lastig de spanning er na bijna vier uur en drie grote climaxen in te houden.

Opera in een opera

L'opera seria is een opera in een opera. Het stuk begint met repetities en eindigt met de opvoering. Vanaf het begin gaat alles verkeerd. Prima donna Stonatrilla ('valse triller') heeft veel sterallures maar weinig zin in repeteren. Daarmee voldoet ze aan het cliché van een opera-seriasoliste, maar Gassmann maakt niet alleen een karikatuur van haar personage. Achter de stem van de schreeuwlelijk zit de verleidelijke sopraan van de Bulgaarse Alex Penda en ook die verleidingskunst laat hij schitteren.

Kinmonth maakt vernuftig gebruik van de tegenstellingen tussen de oude en de nieuwe tijd. Hij verbindt twee podia met een loopplank. Het voorste staat op schragen. Daar speelt zich het genre af dat letterlijk nog in de steigers staat, de komische opera buffa. Het achterste is sleets. Het heeft ouderwets Italiaanse opera-seria decorstukken, hangt scheef en is zacht uitgelicht. Maar Kinmonth gaat verder, verwijst ook naar onze tijd. Dansers op het voorste podium maken bewegingen die zijn geleend van choreografieën van Anne Teresa De Keersmaeker. Vernieuwing blijft nodig, suggereert hij.

De zangrollen zijn uitstekend bezet, maar het is dirigent René Jacobs die de voorstelling onder stroom zet. Hij trekt spannende lijnen tussen de solisten en de musici van het Belgische barokorkest B'Rock. Ook daarin gaan de solisten net een stapje te ver in hun virtuositeit. De fagot en de hobo gooit hij in de strijd in wedstrijdjes met de zangers. Er ontstaat in het orkest een parallelle wereld die, zonder kostuums en pruiken, even spannend is als de opera op het podium.

Prima donna's als verrukkelijk doelwit

De bijna vergeten Boheemse componist Gassmann maakte een stekelig meesterwerk.

Niets zo leuk als een satire maken op de 'opera seria', vonden ze in de 18de eeuw. De opera seria, letterlijk 'serieuze opera', met zijn aria's die vooral tot doel hadden de circuskunsten van prima donna's te laten schitteren, was een verrukkelijk doelwit. Toen in 1720 het pamflet Il Teatro alla moda werd gepubliceerd, gingen alle remmen los. De schrijver was Benedetto Marcello, zelf componist. Hij geeft dwaze tips aan tekstschrijvers, regisseurs, componisten, zangers en zelfs aan ambitieuze moeders die in hun kind een ster van wereldformaat zien.

Haydn kwam met La Cantarina, Leonardo Vinci met L'impresario di teatro en de tegenwoordig vrijwel vergeten Boheemse componist Florian Leopold Gassmann (1729-1774) met L'opera seria, die deze maand te zien is in het Koninklijk Circus in Brussel.

Gassmann was een kenner. Voordat hij aan zijn satire begon, had hij zelf een hele rij opera's geschreven in het bespotte genre. Hij legt de lat hoog. Hij trekt een lange neus naar de uitwassen van de opera seria maar wijst het genre niet bot af. Ook de aantrekkelijke lyrische zanglijnen komen ruim aan bod. Knap switcht hij van de oude tijd naar de nieuwe, waarin loze virtuositeit plaatsmaakt voor scherp getekende karakterschetsen. Die combinatie van kritiek, vernieuwing en toch ook waardering voor het verleden, maakt van L'opera seria een stekelig meesterwerk.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden