Drama

L'homme du train

Spijt van gemiste kansen

Pauline Kleijer

'Er zijn twee soorten mannen', zegt de gepensioneerde leraar Manesquier. 'De ene soort koopt een nieuwe tandenborstel wanneer de oude zoek raakt. Dat zijn de avonturiers. Daarnaast heb je mannen die altijd een extra borstel achter de hand hebben. Zij zijn vooruitziend, om het positief uit te leggen.'

Manesquier heeft niet twee, maar drie tandenborstels in huis. Hij heeft zijn hele leven in hetzelfde provinciestadje gewoond, en altijd gedaan wat er van hem werd verwacht. Nu staat hij aan de vooravond van een risicovolle hartoperatie en betreurt hij alle gemiste kansen. Had hij maar iets meer lef gehad, dan was zijn leven minder voorspelbaar geweest.

De openingsscène van L'homme du train doet denken aan een klassieke western. Een trein rijdt een verlaten station binnen. Eén man stapt uit, Milan. Hij ziet er uitgeblust uit, alsof hij nooit rust heeft gekend. In het stadje is het donker; het enige hotel is gesloten. Milan is van plan de plaatselijke bank te beroven.

Manesquier en Milan ontmoeten elkaar in de apotheek waar Milan aspirine koopt tegen de hoofdpijn. Manesquier biedt hem een overnachtingsplaats aan.

Hij is blij met het onverwachte en spannende gezelschap. Dat Milan geen respectabel man is heeft de oude ex-leraar direct begrepen, maar het maakt hem eerder nieuwsgierig dan behoedzaam.

L'homme du train vertelt een bescheiden verhaal met een doorzichtig stramien. De wegen van de twee mannen, tegenpolen, kruisen niet toevallig. Ze hebben elkaar iets te leren: Milan trekt voor de eerste keer in zijn leven pantoffels aan en begint pijp te roken, terwijl Manesquier schietles krijgt en zich bij de kapper van zijn keurige scheiding laat ontdoen. Stiekem verlangen ze naar het leven van de ander.

Dat dit simpele gegeven een intrigerende film oplevert, is onder meer te danken aan het elegante scenario, de effectieve regie van Patrice Leconte en de sfeervolle filmmuziek. Maar het zijn vooral de twee hoofdrolspelers die het zwart-witte uitgangspunt kleur geven. Leconte paarde acteerveteraan Jean Rochefort, met wie hij al zes keer samenwerkte, aan het Franse rockidool-op-leeftijd Johnny Hallyday, die met zijn pokdalige gezicht en vermoeide oogopslag de perfecte vertolker is van een zwijgzame beroepscrimineel.

De blijmoedige onhandigheid van Rochefort (ooit de gedroomde Don Quichot van regisseur Terry Gilliam, die zijn ambitieuze productie jammerlijk ten onder zag gaan) contrasteert fraai met Hallydays cynisme. Uiteindelijk gunt Leconte de mannen een ontsnappingsroute.

Naar eigen zeggen was de regisseur van Le mari de la coiffeuse, Ridicule en La veuve de Saint-Pierre het zat om zijn hoofdpersonen aan het eind van zijn films dood te laten gaan. Dit keer houdt Leconte een slag om de arm, al moet het verhaal haast wel slecht aflopen.

L'homme du train is melancholiek, maar ook opgewekt van toon. Manesquier, de vooruitziende, houdt tegen wil en dank van de muziek van Schumann vanwege diens 'liefde voor mislukking'. Met dezelfde berusting legt avonturier Milan zich neer bij zijn lot. De mannen hebben ten slotte toch één ding gemeen: het zijn allebei zeer waardige verliezers.


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden