Opera

L’elisir d’amore is een geslaagde coproductie met een goed acterende cast ★★★★☆

De grootste troef van de voorstelling is het liefdespaar zelf, de sopraan Julietta Aleksanyan en de tenor José Romero.

Sam Carl (als Dulcamara) in de weer met de liefdesdrank. Beeld Bjorn Frins
Sam Carl (als Dulcamara) in de weer met de liefdesdrank.Beeld Bjorn Frins

Jongeren zijn uitermate gevoelig voor status. Regisseur Marcos Darbyshire maakt van dit feit dankbaar gebruik in L’elisir d’amore van Gaetano Donizetti (1832), een coproductie vol jong zangtalent van Opera Zuid, de Nederlandse Reisopera en De Nationale Opera.

In deze online Elisir, die zondag in première ging op het platform operavision.eu, zijn Adina en Nemorino geen rijke landeigenaresse en arme boer, maar bovenbouwscholieren. Hij heeft geen cent te makken en is het onnozele mikpunt van constante plagerij. Zij is rijk en populair. Het namaakliefdeselixer dat Nemorino koopt om Adina op hem verliefd te laten worden, komt niet van een rondtrekkende kwakzalver, maar van een dealende ‘vriend’ tijdens een uit de hand gelopen feestje.

Deze grotendeels aannemelijke verhaallijn wordt overtuigend overgebracht door de jonge cast, in een aangepaste Elisir die mogelijk was binnen de coronaregels: bewerkt voor klein orkest, ingekort met een halfuurtje, zonder koor en zonder publiek.

Elf musici van de Philharmonie Zuidnederland worden geacht het nodige toerental in de bruisende ensembles te kunnen leveren. Dat blijkt te veel gevraagd, al worden ze aangevuld door een energieke piano. De geslaagdste passages zijn dan ook de aria’s, begeleid door een delicate strijkers- of houtblazerssolo. Dirigent Enrico Delamboye zorgt met luchtige tempi voor vaart en frisheid.

Julietta Aleksanyan, Sam Carl en Bibi Ortjens in L’elisir d’amore. Beeld Bjorn Frins
Julietta Aleksanyan, Sam Carl en Bibi Ortjens in L’elisir d’amore.Beeld Bjorn Frins

Het filmen zonder publiek heeft zijn voordelen. De camera kan ongehinderd de nachtbrakende jongelui volgen naar elke hoek van de chique woonkamer, een waar genoegen met zulke goed acterende zangers. De grootste troef van de voorstelling is het liefdespaar zelf, de sopraan Julietta Aleksanyan en de tenor José Romero. Zij is een charmante en zelfverzekerde Adina, haar stem soepel en zilverachtig. Zijn Nemorino is ontwapenend, warm gezongen met heerlijke open Italiaanse klinkers. De beroemde tenoraria Una furtiva lagrima is dus in zeer goede handen, een paar korrelige noten daargelaten.

Martin Mkhize zingt de stoere bink Belcore met een ronde baritonstem, maar niet geheel zonder intonatieproblemen. Sam Carl klinkt secuur als de glad pratende, drank inschenkende, pilletjes fijnmalende Dulcamara. Zijn eigentijdse draai op deze komische basrol is op passende wijze een tikkeltje eng. De verrassende wending aan het einde wijkt ook af van de feelgood-finale van Donizetti. Maar is, helaas, niet onvoorstelbaar.

L’elisir d’amore

Opera

★★★★☆

Met o.a. Julietta Aleksanyan en José Romero.

23/5, online vanuit Studio Malpertuis, Maastricht. Terugkijken t/m 23/8 op operavision.eu.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden