RondgangInternationale krantenredacties

Kwaliteitskranten profiteren van de crisis: uitleg en betrouwbaarheid zijn cruciaal

Beeld Gino Bud Hoiting

De belangstelling voor kwaliteitskranten als The New York Times, Le Monde en, ja, ook de Volkskrant  is enorm gegroeid sinds de pandemie-uitbraak. Weegt de toestroom van lezers op tegen het verlies aan adverteerders? Een rondgang langs redacties.

De coronacrisis slaat ongenadig toe in talrijke sectoren. Horecabedrijven en cultuurinstellingen zitten in grote problemen, net als sportscholen, kappers en winkeliers.

Een sector die in veel landen juist lijkt te profiteren van de crisis is de dagbladjournalistiek. In Nederland scoren zogeheten kwaliteitskranten de laatste tijd opvallend goed. Trouw, de Volkskrant en NRC Handelsblad halen in ongekend tempo nieuwe (digitale) abonnees binnen en boeken recordcijfers op hun website. Hoe is dat te verklaren? En hebben krantenuitgevers geen last van het coronavirus?

In tijden van turbulentie, zoals grote aanslagen, zie je vaker dat lezers massaal op zoek gaan naar betrouwbare informatie. Dat zeggen de hoofdredacteuren van Trouw, de Volkskrant en NRC Handelsblad, die de Volkskrant los van elkaar heeft gesproken. Normaal gesproken ebt de belangstelling binnen enkele dagen weg, nu is die al vijf weken een stuk groter dan voorheen.

Hoe dat komt? Op sociale media zie je relatief snel wat er gebeurt, stellen ze, maar daar wemelt het na heftige gebeurtenissen van de geruchten, onjuiste informatie en meningen. Daarom vallen veel mensen terug op gevestigde nieuwsmerken. Als die melding maken van bepaalde feiten, is de kans een stuk groter dat ze kloppen. Ook andere media, met name de NOS, profiteren van dit effect (zie kader). 

Waar talkshows als Op1 geregeld uitgesproken, kritische virologen als Ab Osterhaus interviewen, zien deze kwaliteitskranten meer in afgewogen artikelen met meerdere deskundigen en veel feitelijke informatie. Dat soort verhalen wordt ook goed gelezen, net als stukken waarin ze antwoord geven op praktische vragen, zoals: is een mondkapje nuttig als ik boodschappen ga doen? 

Beeld Gino Bud Hoiting

Het populairste coronaverhaal van Trouw was een uitlegstuk: ‘Nederland gaat op slot: dit verandert er voor u’. Er was ook veel belangstelling voor een interview met filosoof en psychiater Damiaan Denys, die het virus ‘een gezonde correctie op onze megalomane levensstijl’ noemt.

NRC scoort het best met een dossier waarin het antwoord geeft op tientallen vragen, dat geregeld wordt geüpdatet. Ook waren veel lezers benieuwd naar de exitstrategie van Nederland, waarover de krant sprak met viroloog Marion Koopmans.

Bij de Volkskrant doen twee typen stukken het goed: indringende artikelen over hoe corona dood en verderf zaait, bijvoorbeeld in Italië, en uitlegstukken. Opvallende publiekstrekker was een interview met filosoof Marli Huijer, die pleit voor minder strenge maatregelen.

Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Klok denkt dat de toon van de berichtgeving iets is veranderd door de crisis. Hij vindt het extra belangrijk dat er een gedegen feitelijk debat wordt gevoerd. ‘Dat betekent automatisch dat we iets minder ruimte geven aan extreme geluiden’, zegt hij. ‘Ik wil geen welles-nietes-discussies in de krant, niet de ene dag een expert die A roept en de volgende dag iemand die B zegt. Zo creëer je onnodige verwarring. Daarvoor staat er te veel op het spel.’

Het is balanceren: de kranten willen lezers niet overdreven bang maken, maar wel schetsen hoe urgent de situatie is. Vorige week publiceerde NRC Handelsblad bijvoorbeeld een artikel waarin experts in vrij harde bewoordingen voorspelden dat de coronacrisis nog jaren zal aanhouden.

NRC-hoofdredacteur René Moerland was zich ervan bewust dat sommige Nederlanders daardoor van slag zouden raken. ‘Maar dit publieke debat moet worden gevoerd. Op een afgewogen manier. Je kunt niet zeggen: misschien veroorzaken we met dit verhaal een paniekreactie, laten we het maar niet publiceren.’

Dat de kranten online meer publiek trekken, is volgens hun leidinggevenden mooi meegenomen maar geen doel op zich. Veel belangrijker is het aantal betalende lezers.

Alleen al in maart haalde NRC netto vijfduizend nieuwe abonnees binnen. Dit zijn grotendeels digitale abonnementen, al dan niet gecombineerd met een papieren zaterdagkrant. Het moederbedrijf van Trouw en de Volkskrant, DPG Media, maakt geen exacte cijfers bekend, maar ziet een vergelijkbaar patroon. De kranten hebben ‘duizenden’ nieuwe abonnees begroet, stelt een woordvoerder. In april gaat het volgens hem nog beter.

Deze groei is mede te danken aan de betaalmuur op de krantensites, waarop dezer dagen steeds meer lezers stuiten. Bij NRC gebeurt dat na vier gratis ‘Premium’-artikelen, bij Trouw na vijf en bij de Volkskrant na zeven.

Critici vinden dat dagbladen meer stukken over corona gratis moeten publiceren. Dit is niet het moment om commerciële belangen voorop te stellen, betogen ze. Er is geen enkele noodzaak om alles weg te geven, want er zijn genoeg gratis sites, vinden de drie hoofdredacteuren. Hun liveblogs over corona zijn voor iedereen toegankelijk, plus enkele andere stukken. De rest staat achter de betaalmuur, want goede journalistiek kost nou eenmaal geld, stellen ze.

Beeld Gino Bud Hoiting

Trouw-hoofdredacteur Cees van der Laan: ‘We hebben jarenlang moeten sappelen. Nu is er eindelijk licht aan het einde van de tunnel: steeds meer mensen willen betalen voor journalistiek. Sommige mensen zeggen dat het juist nu belangrijk is dat journalisten hun werk doen en de macht kritisch controleren. Maar dit is altijd belangrijk. Het verschil is alleen dat meer mensen daar nu achter komen.’

Onder de streep kost de coronacrisis kranten ook geld. Bij de Volkskrant, Trouw en NRC bestaat 15 tot 20 procent van de inkomsten uit advertentiegeld, de rest komt van lezers. Voor nieuwsmedia die zwaarder leunen op reclame-inkomsten, zoals commerciële zenders, komt de klap aanzienlijk harder aan. Toch hebben de kwaliteitskranten er behoorlijk veel last van dat een groot aantal reclamecampagnes is stopgezet; onder meer van reisbureaus, culturele instellingen, horeca en organisatoren van evenementen.

Volgens DPG Media-woordvoerder Willem-Albert Bol zijn de advertentie-inkomsten 30 procent lager dan normaal. ‘Dat kost ons meer geld dan de nieuwe lezers opleveren’, zegt hij. ‘Het goede nieuws is dat meerdere adverteerders alweer terugkomen. Ze willen niet te lang onder de radar blijven.’

Journaal

Nog meer dan kwaliteitskranten is de NOS dé winnaar van de coronacrisis, zegt mediaonderzoeker Piet Bakker, voormalig lector crossmedia en journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. ‘Het NOS Journaal wordt geweldig bekeken en ze trekken online veel meer publiek. Ook hier zie je: als mensen na een bijzondere gebeurtenis echt willen weten hoe het zit, gaan ze naar media die ze vertrouwen.’

Beeld Gino Bud Hoiting

Italië

Natuurlijk moet je ervoor waken niet onnodig paniek te zaaien, zegt hoofdredacteur Luciano Fontana van de Italiaanse krant Corriere della Sera. Maar het tegenovergestelde is ook waar: een krant kan ook te weinig paniek zaaien. En precies daar is het in de begindagen van de Italiaanse coronacrisis fout gegaan, zegt hij. ‘De eerste paar dagen hebben we de ernst van de situatie niet voldoende ingeschat. We zijn te veel meegegaan met een buitenwereld die alle activiteiten gelijk weer wilde hervatten.’

Dat beeld sloeg vrij snel om, bijvoorbeeld toen hij de verhalen hoorde van zijn twee lokale redacties in Bergamo en Brescia, twee van de zwaarst getroffen steden ter wereld. Of toen het hele redactiegebouw in Padua gesloten en gereinigd moest worden, omdat vijf van zijn medewerkers besmet bleken met het virus.

Fontana geeft sinds 2015 leiding aan Corriere della Sera, met een oplage van 275 duizend exemplaren de grootste krant van Italië. Dankzij een hoofdkantoor in Milaan en zestien lokale redacties in vooral Noord-Italië, zit geen krant momenteel dichter bij het vuur dan de zijne.

Dat journalistieke voordeel is echter ook het grootste nadeel van zijn krant, zegt Fontana. Niet alleen wonen zijn journalisten opeens midden in een crisisgebied, ook voor al zijn lezers is de wereld veranderd. Zo is het opeens beduidend moeilijker geworden een exemplaar van de Corriere op de kop te tikken. Italianen kopen hun kranten doorgaans in een kiosk op de straathoek – abonnementen aan huis zijn zeldzaam. Hoewel die kiosken officieel open mogen blijven vanwege hun ‘essentiële functie’ blijkt in de praktijk dat veel rolluiken toch gesloten blijven.

‘De slechtere bereikbaarheid van kiosken heeft ons een verlies van 6 of 7 procent opgeleverd’, zegt Fontana. ‘Gelukkig is de drang naar informatie op dit moment dusdanig groot in Italië dat we tegelijkertijd wel een stijging van 300 procent zien op onze website’, zegt hij. ‘De Italiaanse journalistiek vervult op dit moment een onmisbare rol, dat merken alle kranten en alle journaals. Daarom durf ik wel te zeggen dat de situatie voor ons een stuk beter te behappen is dan voor heel veel andere bedrijven in Italië.’

(Jarl van der Ploeg)

Beeld Gino Bud Hoiting

Frankrijk

 In januari verhuisde de krant Le Monde ter markering van het 75-jarig jubileum naar een ultramodern glaspaleis in Parijs. Maar ondertussen zijn de fonkelnieuwe bureaus al meer dan een maand leeg. Hoofdredacteur Jérôme Fenoglio is een van de drie à vier mensen die nog ‘op de krant’ komen, de rest van de bijna vijfhonderd journalisten werkt vanuit huis.

Met 350 duizend abonnees is de centrumlinkse Le Monde een van de twee grote Franse kwaliteitskranten, naast de rechte Le Figaro. Het aantal lezers is sinds de coronacrisis gestegen tot ongekende hoogten. In maart werd de website bijna twee keer zoveel bezocht als normaal. In een maand tijd verkocht de krant 40 duizend digitale abonnementen, wat het totale aantal digitale abonnees rond de 250 duizend brengt.

Financieel gezien valt die nieuwe aanwas in het niet bij het verlies van de ingestorte advertentie-inkomsten. Toch maakt Fenoglio zich weinig zorgen. ‘Een krant sterft als de lezers hun heil elders zoeken, niet als adverteerders tijdelijk wegblijven. De kwaliteitsmedia gaan hier sterker uitkomen.’

Een krant maken is dezer dagen volgens redactiechef Luc Bronner een evenwichtsoefening. ‘Je wil mensen niet onnodig angst aanjagen. Tegelijkertijd is het onze verantwoordelijkheid lezers bewust te maken van de ernst van de crisis. Aan het begin van de pandemie hebben we zeer verontrustende artikelen gepubliceerd. Maar dit virus ís nu eenmaal zeer verontrustend.’

De krant deed ervaring op in 2015, toen Frankrijk werd geteisterd door een golf van terroristische aanslagen. ‘Toen hebben we geleerd hoe we teams kunnen mobiliseren die zich tijdelijk op één dominant onderwerp richten’, zegt Fenoglio, die meer parallellen ziet: ook toen volgden de gebeurtenissen elkaar razendsnel op en circuleerde veel nepnieuws.

In die versnelde nieuwsstroom zoeken mensen volgens de hoofdredacteur vooral betrouwbare informatie. Le Monde probeert die te bieden in ‘le Live’, het voortdurende liveblog dat ook voor niet-abonnees toegankelijk is, en ‘le Tchat’, waarin lezers vragen kunnen stellen aan gespecialiseerde redacteuren en deskundigen. 

‘We hebben geleerd dat we niet alleen informatie moeten geven’, zegt Fenoglio, ‘maar vooral ook transparant moeten zijn over wat we niet weten. Dat is essentieel.’

(Daan Kool)

Beeld Gino Bud Hoiting

Verenigd Koninkrijk 

Het is niet makkelijk om momenteel een krant te kopen in het Verenigd Koninkrijk. De boekhandelketen WH Smith is dicht, de voornaamste verkoper van kranten, tijdschriften en populaire boeken. Ook veel newsagents hebben de deuren gesloten. In de supermarkten zijn nog wel kranten, maar het is niet uitnodigend om voor een krant en een paar andere boodschappen buiten in de rij te gaan staan. Krantenjongens en -meisjes bestaan nog amper.

Geen wonder dat de verkoop van papieren kranten sinds de lockdown met 30 procent is gedaald. Gratis forensenkranten als Metro en The Evening Standard liggen nog wel bij de stille spoorweg- en metrostations, maar dunner en in kleinere oplagen. Nog zwaarder zijn de klappen bij de regionale kranten die geen rijke eigenaren hebben, zoals hun landelijke tegenhangers.

Het ironische is dat er juist nu behoefte bestaat aan betrouwbaar nieuws. ‘Het aantal bezoeken aan de website is flink gestegen, op alle mogelijke platforms’, zo heeft Alan Hunter gemerkt, chef digitaal bij The Times en The Sunday Times, ‘er is interesse in achtergrondinformatie over het virus, in binnen- én buitenland. Tevens willen lezers praktische informatie, bijvoorbeeld over thuisonderwijs, veilig winkelen en wat op Netflix is te zien.’

Cijfers geeft hij niet, maar volgens Hunter is het aantal online-abonnementen aanzienlijk toegenomen. Anders dan sommige Amerikaanse kranten heeft The Times, eigendom van persbaron Rupert Murdoch, de artikelen niet gratis toegankelijk gemaakt. ‘Voor nieuws en basale informatie is er de gratis website van de BBC. Wij bieden meer diepgang en waarom zou je dat gratis weggeven? De papieren versie geef je ook niet gratis weg.’

De grootste zorgen leven op de advertentieafdelingen, waar de inkomsten in sommige gevallen met 30 procent zijn afgenomen. Een schrale troost is dat de overheid hele pagina’s opkoopt met oproepen aan burgers om binnen te blijven, een soort van helpende hand. 

Niet alleen kranten lijken te snakken naar het einde van de lockdown, en meer in het algemeen van het coronavirus. ‘We merken een stijgende interesse in niet-coronastukken,’ zegt Hunter, ‘Zo hadden we pas een stuk over een landgoed in Nieuw-Zeeland dat te koop staat, maar waar de koper ook de hond moet overnemen. Het was het best gelezen artikel.’

(Patrick van IJzendoorn)

Beeld Gino Bud Hoiting

Verenigde Staten 

De meeste Amerikaanse kranten en nieuwsmedia hebben het nog lastiger dan ze het al hadden. Hoewel de informatiehonger in de coronacrisis bijna niet te stillen is en online bezoekersaantallen records breken, blijkt het voor een groot deel op advertenties gebaseerde verdienmodel van veel titels door diezelfde crisis te wankelen. Alleen nationale merken met genoeg abonnees lijken de kaalslag vooralsnog redelijk te doorstaan.

Lokale en regionale kranten zijn in de VS het voornaamste slachtoffer. Hoewel hun neergang al anderhalf decennium gaande is, blijken ze extra gevoelig voor het opdrogen van de advertentiestroom – lokale autodealers, bioscopen en restaurants hebben de deuren gesloten en hoeven even niemand meer te lokken.

Journalisten worden massaal met verlof gestuurd, kranten verschijnen nog maar een paar dagen in de week of alleen nog online, sommige titels gooien de handdoek in de ring. Het beursgenoteerde Gannett, de grootste kranteneigenaar van de VS, die veel lokale kranten onder zijn landelijke titel USA Today heeft gehangen, is sinds februari 85 procent van zijn waarde kwijtgeraakt (en dat was al een fractie van wat het begin deze eeuw waard was). McClatchy, een andere uitgever van lokale kranten, ging in februari failliet. ‘De vraag is wat er na corona nog over is van de lokale pers’, zei krantengoeroe Ken Doctor van Niemanlab, de internationale site over journalistiek, eind maart.

Extra cru is dat juist de coronacrisis weer laat zien hoe belangrijk regionale verslaggeving is. Lokale hotspots, doofpotten, de maatregelen van politici, de economische consequenties en de spanningen die daartussen bestaan: hoe wereldwijd de pandemie ook is, de directe relevantie van het lokale nieuws kan een nationaal medium nooit beschrijven. ‘Dit is misschien wel onze laatste kans om te laten zien hoe waardevol we zijn’, zei een lokale uitgever tegen Doctor.

Die relevantie is ook andere partijen niet ontgaan. Facebook, een van de partijen die de afgelopen jaren al veel adverteerders had weggezogen bij de traditionele media, heeft een noodfonds van 25 miljoen dollar in het leven geroepen (en 75 miljoen dollar aan advertenties toegezegd). Google beloofde vorige week ook 100 miljoen dollar. Ter vergelijking: op het toppunt, in 2005, kregen de Amerikaanse kranten 49 miljard dollar aan advertentie-inkomsten binnen. Volgens Pew Research is daar door de opkomst van internet meer dan 33 miljard van afgegaan.

Ook landelijke media hebben last van de daling van advertentie-inkomsten – waarbij een bijkomend probleem is dat de online adverteerders vaak hebben bedongen niet naast negatief nieuws te willen staan, wat door algoritmen wordt gestuurd. Omdat er zoveel coronanieuws is, is er geen alternatieve plek voor die advertenties. Onder meer het online consortium Vox Media wordt er zwaar door getroffen. Het heeft vorige week 9 procent van zijn journalisten met onbetaald verlof gestuurd.

Voor een nationale krant (met internationaal bereik) als The New York Times liggen de zaken anders. Abonnees, eind vorig jaar een recordaantal van 5,3 miljoen, vormen tweederde van de totale omzet, advertenties maar een derde. Digitale abonnees leveren inmiddels bijna de helft van de abonnementsinkomsten. Hoewel de advertentie-inkomsten dalen, wordt dat redelijk gecompenseerd door de lezers.

(Michael Persson)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden