Kusrood of brievenbusoranje?

KLEUR DWINGT, KLEUR STEMT. ZONDER DAT WE HET DOORHEBBEN. DE EERSTE 'KLEURBEURS' IS ER. GEEL VOOR SCHIPHOL, GROEN VOOR DE SUPERMARKT....

Er staat ons een klein rampje te wachten. Niet met bloed en doden, maar 'er zullen wel wat tranen vloeien', voorspelt Eugene Bay van ontwerpbureau VBAT Enterprise.

Onze postbodes, hun bestelbusjes en ook de brievenbussen op straat - die breedbuikige, tweebekkige op hun veel te smalle poten: ze worden volgend jaar oranje. Het PTT-rood verandert in TNT-oranje. Dat wordt wennen.

Want de mens is kleurgevoelig. 'Kleurcodes zijn diep in onze psyche verankerd en in elke cultuur zijn ze ingebouwd', zegt merk- en reclamespecialist Eugene Bay, een van de gastsprekers deze week op de Sikkens Kleurbeurs in Amsterdam. De PTT is rood, de telefooncellen zijn groen en de treinen geel, de KLM is blauw en is het nationale elftal oranje. Wie daaraan komt, verandert niet zomaar een kleur, maar raakt aan de pijlers van de Nederlandse identiteit en werkelijkheid. 'Kleur is emotie.'

Kijk in je huis en bedenk dat vrijwel alles het resultaat is van een keuze: het geel op de trap, de iets donkerder tint op de spijlen, de bijpassende zonweringen, de combinatie met de bank, het schilderij aan de muur. Zelfs de muur is niet gewoon wit, maar de kleur heeft een nummer of een naam (warm wit, katoenwit, eiwit).

'Je moet héél goed nadenken over wit', bevestigt Hans Ultee, hoofd van het Akzo Nobel Esthetic Center en verantwoordelijk voor kleurlijnen als de Couleur Locale van Flexa, een 'concept' van harmonisch passende tinten met suggestieve namen als Napels geel en Sienna rood die we al vanaf eind jaren tachtig massaal op onze muren, deuren en kozijnen smeren.

Nederlanders zijn tamelijk enthousiaste en progressieve ververs, is zijn ervaring. Frankrijk en België hebben meer tradities en houden meer vast aan terughoudende kleuren. Nederlanders zijn makkelijker, zeker als ze jong zijn. Pas later, vaak als de kinderen de deur uit zijn, kiezen ze voor een wat rustiger kleurstelling, die als achtergrond dient voor het duurdere meubilair dat ze zich dan kunnen permitteren. Maar tot die tijd wordt er gretig gekwast met rode tinten als Kus en Stout en mag Ultee aan den lijve ondervinden hoe zijn vrouw (ook ontwerper) de keuken verbouwt met kanariegeel (type Wow). 'Ze doet vaak dingen die ik zelf niet durf.'

Er is ook veel kleur waar we ons nauwelijks bewust van zijn en waar we toch met ons volle verstand op reageren. Op de openbare weg besluiten we keer op keer of we nog kunnen doorrijden bij groen en of we nu echt moeten stoppen voor dat rode licht, schelden we op die proleet in die rode kankerbak en vloeken we om die slome in die beige schroothoop op wielen.

Zelfs zonder dat we het merken, doet kleur meer met ons dat we willen. Niet zo verwonderlijk, strikt genomen is kleur helemaal niks. Kleur is geen materie, het is alleen een weerspiegeling van het licht. Toch laten we ons opjagen in een supermarkt die te rood is en worden we somber omdat de kamer te bruin is. En als we op een vreemde luchthaven moeiteloos de weg kunnen vinden naar de gate, komt dat vaak niet door ons eigen ruimtelijk inzicht, maar door het uitgekiende kleurgebruik van de borden.

'Als iemand makkelijk de weg vindt in een gebouw zonder dat hij de borden bewust ziet, zijn wij geslaagd', stelt Paul Mijksenaar. De grafisch ontwerper en hoogleraar Vormgeving Visuele Informatie aan de Technische Universiteit Delft houdt opvallend genoeg kantoor in een gebouw in Amsterdam Zuidoost waar de ingang zich allesbehalve vanzelf laat vinden. Typisch zo'n blok steen waar je eerst omheen moet rijden om een bordje met een cryptische pijl te vinden.

'Tja', zegt Mijksenaar lakoniek, 'de hoofdingang wordt niet gebruikt, dus moet je via de achterdeur. Dat komt heel veel voor bij gebouwen. Dan ligt de ingang niet waar je hem verwacht en dan heb je een hoop voorzieningen nodig om duidelijk te maken hoe het zit.' Vooral kleur dus. De ontwerper van de 'routing-systemen' op luchthavens (Schiphol, New York) en in ziekenhuizen (Gooi-Noord, Erasmus MC in Rotterdam) is daar weinig subtiel mee.

De mensen die hij de weg moet wijzen, hebben maar één allesoverheersende gemoedstoestand en die heet stress. Met gierende letters en uitroeptekens. Ze moeten naar enge onderzoeken. Hebben pijn. Moeten acuut naar de wc. Zijn bang het vliegtuig te missen. Ze willen na tien uur vliegen alleen nog maar naar huis en wel nu, meteen en direct. Waar is die uitgang? Waar zijn die ***taxi's?! Mijksenaar is zelf met zo'n fluoriscerend hesje bij de uitgang van Schiphol gaan staan. 'Meneer, mevrouw, kan ik u helpen? Nou, ze schreeuwen het uit, echt waar.'

Zulke mensen gaan niet op hun gemak kijken naar een mooi lila bord met een zachtroze letter erop. Dikke kans dat ze in hun staat van tijdelijke bewustzijnsvernauwing het hele bord voorbij draven. 'Ik moet mensen visueel met een gigantische hamer op hun kop slaan', zegt Mijksenaar. Daarvoor zijn felle, opvallende kleuren nodig, op het agressieve af, die consequent worden gebruikt: geel voor alle vertrekkende vluchten, heldere contrasterende letters op het bord, en geen andere gele borden in de zichtlijn van de vluchtinformatie.

Een reclame-ontwerper kan dat beter niet proberen. 'Bij niet-tastbare producten, zoals diensten, wordt kleur meestal gebruikt als signaal, als middel om iets te vinden', verklaart Bay. 'Maar bij tastbare producten moet je veel subtieler te werk gaan.' Hij heeft bijvoorbeeld Super de Boer opgefrist, een keten die nogal in de versukkeling was geraakt. Zwart, wit en het accentje rood maakten plaats voor overwegend groen en wit.

'Een supermarkt verkoopt etenswaren, als je die in een groene omgeving zet, geeft dat een veel prettiger gevoel. Het oogt frisser, zachter, consumentvriendelijker.' Niet altijd natuurlijk, want je moet kleur ook in de context zien, relativeert hij. 'Als je een man in het groen met een geweer ziet en je denkt er ”leger” bij, werkt dat niet rustgevend. Soldaten lopen niet in het groen omdat dat consumentvriendelijk is, maar omdat ze niet moeten opvallen in het bos.'

'Kleur is een fantastisch en krachtig middel, maar je moet heel goed de beperkingen weten', zegt Mijksenaar. Kleur is bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend, heeft geen vaste betekenis. Er zijn wel associaties met signaalfuncties in de natuur (vuur = rood = gevaar), maar als je kleur voor codering gebruikt, moet je mensen leren waar welke kleur voor staat.

Het gaat vaak mis. Parkeerdekken in een parkeergarage, om eens iets te noemen. 'Hebben ze een blauw, een rood en een geel dek. Zijn op één dek inderdaad alle palen keurig rood geschilderd, maar hebben ze er niet van tevoren bij gezegd: u bent op parkeerdek rood. Dan negeren mensen het rood. Ze herinneren zich het niet, omdat ze niet van tevoren duidelijk is gemaakt dat er achter die kleur een betekenis zit.' Of de kleur wordt niet consequent gebruikt. 'Is er in een ziekenhuis een rode en een blauwe vleugel, maar in het hele gebouw zijn de kozijnen blauw, dus ook in de rode vleugel.'

Vaker nog zijn mensen doof en blind voor alle sigalen door de complete overdaad. Probeer maar eens op te vallen op de Nieuwendijk in Amsterdam. 'Nou kijk, dat logo van de HEMA, dat valt op omdat het zo rustig en overzichtelijk is', zegt architectuurhistoricus Ed Taverne, voorzitter van Sikkens Foundation, tevreden. De HEMA krijgt vanavond op de Kleurbeurs, georganiseerd door de stichting, de Sikkensprijs uitgereikt om haar 'gematigd modernistische vormgeving'.

Taverne loopt naar binnen, langs de nagellakken en de stroopwafels, rechtdoor tot onder de grote lichtkoepel in het midden. Verkoopsters in de blauw-rode HEMA-blousjes halen er net een vak met handdoeken leeg. Bordeaux, roze, lichtblauw, oranje. 'Zelfs als het druk is, heeft je oog hier toch rustpunten', wijst Taverne. Die grote foto's geven aan waar je wezen moet: kussens, nootjes. En waar de worst is, dat ruik je.'

Hij snuift nog eens diep. 'Ja, ik vind het heel fijn om hier te zijn. De Kalverstraat is toch een jungle van ongecontroleerde visuele overvloed. De manier waarop de HEMA tussen al dat gekrijs en kabaal aanwezig is, ervaar ik als een verademing. Dat vind ik echt een daad van cultuur.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden