Review

Kurth maakt van A Heavy Heart pure, oprechte epiek

A Heavy Heart overdrijft soms, maar gelukkig heeft de excellent acterende Peter Kurth de film grotendeels voor zichzelf. Kurths overtuigende vertolking van Herberts ziekte wordt nooit een trucje.

Beeld uit A Heavy Heart. Beeld
Beeld uit A Heavy Heart.Beeld

Vroeger, toen de Muur nog bestond, gold Herbert als aanstormend bokstalent. Tegenwoordig werkt hij in het sjofele Leipzig als trainer, uitsmijter en schuldeiser: wie niet betaalt, kan bij Herbert rekenen op een vermorzelde hand. Het maken en breken van lichamen, dat is waar het leven van deze gleufhoed en leren jack dragende kleerkast hoofdzakelijk om draait.

Het is dan ook ironisch wanneer in het Duitse drama A Heavy Heart Herberts eigen lichaam het begeeft. De eerste symptomen, onwillekeurig samentrekkende spieren, houdt Herbert (Peter Kurth) aanvankelijk in bedwang met tape. Maar nog voor de diagnose wordt uitgesproken (ALS), is duidelijk dat Herbert alle controle over de situatie zal verliezen - zo onverbiddelijk slaat de ziekte toe, en zo rauw brengt regisseur Thomas Stuber de aftakeling in beeld. Onthutsend, om dat bonkige, rijkelijk getatoeëerde lijf onderuit te zien gaan in de douche.

Nog schrijnender is Herberts maatschappelijke isolement. Schuifelend met een kruk blijkt hij als uitsmijter of schuldeiser waardeloos, en op de boksschool hoeven ze hem ook niet meer. Zijn trots staat hem eveneens flink in de weg, bijvoorbeeld wanneer scharrel Marlene (Lina Wendel) zich als mantelzorger aandient. Liever dan dat hij zich door haar laat voeren, veegt hij Marlene met servies en al tegen de grond.

Thomas Stuber en coscenarist Clemens Meyer laten het oordeel over hun held aan de kijker. Tegelijkertijd maakt Herbert, zo lang hij daartoe de kracht opbrengt, telkens een nog grotere puinhoop van zijn leven dan het al was. Wat dat betreft overdrijft A Heavy Heart soms. Hoe Herbert het steeds weer verbruit bij zijn van hem vervreemde dochter (Lena Lauzemis), is echt te veel van het goede.

A Heavy Heart. Drama. Regie Thomas Stuber. Met Peter Kurth, Lena Lauzemis, Lina Wendel, Manfred Möck, Edin Hasanovic. 109 min., in 6 zalen.

Onopvallende spel

Voordeel van al dat sociaal onvermogen is dat de excellent acterende Peter Kurth de film grotendeels voor zichzelf heeft. In zijn on-melodramatische, onopvallend krachtige en nergens naar deernis hengelende spel vereenzelvigt hij zich vooral met Herberts psyche, en pas van daaruit met diens ziekteproces. Kurths overtuigende vertolking van Herberts achteruitgang - hij kwam voor de rol eerst 13 kilo aan en viel tijdens de opnamen flink af - wordt daardoor nooit een trucje dat de aandacht op zichzelf vestigt.

Zodoende houdt Kurth de film zelfs op momenten van onvervalste bombast overeind. Zoals wanneer de door zijn ziekte letterlijk gevloerde Herbert in zijn woonkamer probeert op te krabbelen, terwijl het op de achtergrond klinkende televisiecommentaar bij een bokswedstrijd vooral op hém lijkt te slaan. Een in potentie vreselijk pompeuze scène, die door Kurth wordt verheven tot pure, oprechte epiek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden