Kurtág verklaarde What's the Word onuitvoerbaar, tot De Vries voor de dag kwam

Interview Gerrie de Vries

György Kurtág verklaarde na de dood van Ildikó Monyók zijn compositie What's the Word onuitvoerbaar. Totdat Reinbert de Leeuw met Gerrie de Vries voor de dag kwam.

Gerrie de Vries: `Ik kon het amper geloven.' Foto Adriaan van der Ploeg

György Kurtág - of Kurtág György, zoals ze in Hongarije zeggen - is de enige die nog over is van de grote componisten uit de vorige eeuw. 91 is hij inmiddels. Zijn ideeën vloeien nog als vanouds naar gestolde werken waarin zoveel besloten ligt dat het onmogelijk is dat allemaal in notenschrift te vangen. Toch moet je als musicus juist dat onzegbare voor het voetlicht brengen. Die eis stelt hij aan iedereen die zijn composities op de lessenaar zet.

Toen Reinbert de Leeuw de complete kamermuziek van Kurtág wilde opnemen, was er een probleem: de zangeres Ildikó Monyók, voor wie Kurtág zijn What's the Word had geschreven, was dood. En met haar verscheiden had Kurtág ook deze belangrijke compositie doodverklaard. Na lang zoeken was hij ervan overtuigd geraakt dat niemand van de nog levende zangeressen het stuk kon uitvoeren zoals hij het bedoelde.

De Leeuw wilde daar geen genoegen mee nemen. Hij ging zelf op zoek naar iemand die wél geschikt zou kunnen zijn en kwam uit bij de zangeres en actrice Gerrie de Vries (59). Hij vroeg haar een opname te maken die hij zou kunnen voorleggen aan de componist. Met de pianist van Monyók ging De Vries aan de slag. De eerste repetitie legde ze vast op haar mobieltje en stuurde ze door naar De Leeuw. Die reisde ermee naar Bordeaux, Kurtágs toenmalige woonplaats, en liet hem horen aan Kurtág en zijn onafscheidelijke Márta.

Reinbert de Leeuw. Foto anp

In haar Italiaanse vakantieverblijf vertelt een nog altijd beduusde De Vries het vervolg. 'Diezelfde avond belde Reinbert me op. Het gesprek begon heel raar. Reinbert kon nauwelijks uit zijn woorden komen: 'Dit, dit, heb ik nog nooit meegemaakt. Dit heb ik nog nooooit meegemaakt.' Zo ging het een tijdje door. Ik vroeg: 'Wat dan, wat dan?' Uiteindelijk zei hij: 'We lieten het horen. Márta was in tranen en Kurtág riep uit: 'Wir haben sie gefunden, wir haben sie gefunden! Wunderbar!''

'Ik kon het amper geloven. Het betekende dat ik de opname zou mogen maken en dat ik ook de twee uitvoeringen die gepland stonden, kon doen. We gingen aan de slag, nu met een professioneel opnameteam, en Reinbert reisde met de opname opnieuw naar Márta en Kurtág. Ik dacht: nu zullen we het hebben. Nu zal hij wel met allerlei bezwaren komen over mijn uitspraak van het Hongaars, dit niet goed en dat niet goed. Maar nee, weer dezelfde reactie.

'Voor mij is het een wondertje. Ik heb het stuk 20, 25 jaar geleden gehoord met Monyók en was erdoor verpletterd. Ik had de wens het ooit uit te voeren. Tegelijkertijd wist ik dat die kans heel klein was, niet alleen door de eisen die Kurtág stelt, maar ook door de bijzondere bezetting, met piano en al die musici verspreid over de ruimte: achter mij staan vier instrumentalisten op het podium, plus nog vijf zangers in de zaal.'

Kurtág is een monument, bevestigd door deze uitvoeringen

Een van de eigenaardigste eenlingen die de 20ste eeuw heeft voortgebracht is de Hongaarse componist György Kurtág, geboren in 1926. Zijn oeuvre is niet heel omvangrijk en valt op door een uitgesproken kernachtigheid. Zijn werken zijn bondig en bestaan niet zelden uit korte deeltjes die elk de schittering en de compactheid van een diamant hebben. Lees hier het hele artikel.

Hoe komt het dat Reinbert de Leeuw de stukken van Kurtág zo goed in hun kern kan raken?
'Hij is, net als Kurtág, iemand die tot het uiterste gaat, iemand die begrijpt wat niet opgeschreven kan worden, wat tussen de noten in zit. Bovendien kende Reinbert Kurtág al. Die uitvoering die ik destijds met Monyók heb meegemaakt was ook met Reinbert en het Asko|Schönberg.'

György Kurtág. Foto Getty Images

Wat is er zo bijzonder aan What's the Word?
'Monyók was een zangeres en actrice die na een ongeval haar spraak verloor. Met dat gegeven ging Kurtág aan het werk. Hij koos een gedicht van Beckett, die het geschreven had voor een acteur die net als Monyók leed aan afasie. Het stuk gaat over stamelen, over het zoeken van woorden en de frustratie dat het niet lukt. Het gevecht om één woord. Het wordt niet echt gezongen, maar er zijn wel toonhoogten. Het is geen Sprechgesang, het gaat echt om het onvermogen, om het stotteren bijna, maar tegelijkertijd zijn de toonhoogten heel belangrijk.'

Een week later stuurt De Vries een appje. Ze is net terug uit Boedapest, waar ze voor het eerst heeft kennisgemaakt met Kurtág en zijn vrouw. Ze heeft een foto bijgevoegd van een briefje: 'Für Gerrie mit unendlichen Dank, wie Sie es singen! Kurtág György'.