Kunstwerk Struycken kan stootje velen

Ook in de kunst wordt de confrontatie op waarde geschat. Toch betreurt Adri Duivesteijn dat Peter Struycken het conflict met het architectuurinstituut over diens lichtproject in de juridische sfeer trekt en zo afbreuk doet aan het publieke karakter van het kunstwerk....

EEN GOED kunstwerk in de openbare ruimte wordt door velen in beslag genomen maar bezwijkt niet. Dat ondervond ik in de Roemeense stad Tirgu Jiu waar Constantin Brancusi een van de mooiste kunstwerken in de openbare ruimte heeft gemaakt dat ik ken. Hij plaatste, in opdracht van de weduwen van de mannen die omkwamen in de Eerste Wereldoorlog, een beeldenlint ter nagedachtenis aan de doden en vermisten.

Onderdelen van het kunstwerk zijn de 'endless colomn', de 'gate of the kiss', de 'avenue of seats' en de 'table of silence'. Het is indrukwekkend hoe het kunstwerk de stad in beslag neemt, structureert en plekken geeft waar men de doden kan herdenken, maar waar ook het leven zich afspeelt. Zo is de 'poort van de kus' de plek waar verliefden en bruidsparen samenkomen en de 'laan van de zetels' de plek om elkaar te ontmoeten en in gesprek te geraken. De 'tafel der stilte', een stenen tafel met er omheen de lege zitplaatsen van de verdwenen, dwingt juist af dat je er niet op gaat zitten. Het is de plek van hen die er niet meer zijn. Maar soms klauteren er kinderen op de stoelen en ineens is de plek van de doden ook de plek van het leven.

De arcade van het NAi van Jo Coenen met het lichtproject van Peter Struyken is ook zo'n plek, gemarkeerd en open. Het is een bijzondere, hybride plek. Hij hoort bij het gebouw en is toch openbaar, hij hoort bij de openbare ruimte en toch niet zonder opstapje.

Het is de materiële plek van een bijna immaterieel kunstwerk. Het is een ontmoetingsplaats van instituut, stad en kunst, een gemeenschappelijk domein dat ze samen hebben gevormd, waar ze elkaar ontmoeten en de ruimte laten. Welke ontmoetingen er zullen plaatsvinden, laat zich niet voorspellen. Kan dan worden vastgelegd wat er in de arcade wel en niet mag gebeuren, en welke activiteit een 'aantasting' van de ruimte en het lichtkunstwerk zouden zijn?

Zo'n plek bestaat bij de gratie van tolerantie, of meer nog, van openheid en nieuwsgierigheid naar wat anderen doen en dromen. Soms gaat het even mis. Op iedere ontmoetingsplaats - straat, plein, terras - vinden ook wel eens ontmoetingen in de vorm van ruzies plaats. Zo is ook het huidige conflict tussen Peter Struycken en het NAi te begrijpen. Het is een van die dingen die in een stad kunnen gebeuren, die de gemoederen een tijdlang verhitten en dan weer wegebben. Zo'n conflict is niet per definitie negatief. Ook in de kunst wordt de confrontatie op waarde geschat. Conflict en confrontatie kunnen juist heel veel opleveren. Tenminste, als de basis van tolerantie en openheid stand houdt.

Dat de kolommen van de arcade tijdelijk omwikkeld zijn met doeken, beschilderd door Zuidafrikaanse kunstenaars als een onderdeel van een manifestatie over de vraagstukken van architectuur, stedebouw en social housing in Zuid-Afrika, dat is ook een voorbeeld van wat Heaney omschreef: 'they marked the spot, marked time'. De confrontatie is inderdaad opmerkelijk. De arcade toont zijn kracht om ruimte te geven aan deze expressieve schilderingen. Ja, 's avonds is het anders. Natuurlijk wringt het tussen een kunstwerk als dat van Struycken en de kunst die de sociale problematiek in Zuid-Afrika tot uitdrukking brengt. Maar doordat niet de kolommen zelf zijn beschilderd en de doeken straks worden geveild, geldt: 'and held it open'. Het kunstwerk van Struycken heeft alleen een paar maanden iets anders in hetzelfde domein moeten dulden. Het is dienstbaar geweest door andere kunstwerken extra te belichten en zo te verrijken. Dat is een contrast, een tegenstem misschien, maar geen aantasting.

In dat licht betreur ik Peter Struyckens actie. Die komt erop neer dat Struycken een exclusief recht opeist in wat principieel een gemeenschappelijk domein is. Hij kan gepikeerd zijn dat het NAi hem niet van tevoren heeft verteld over het Zuid-Afrika project. Hij kan de aanwezigheid van deze specifieke kunstuitdrukking op deze plek wellicht niet appreciëren.

Het is goed hier een een polemiek over te beginnen. Maar hij kan niet een plek die wezenlijk meerduidig is, inlijsten tot uitsluitend zijn plek, wel gemarkeerd maar niet opengelaten. En het is jammer dat hij een debat, over architectuur, de stad, kunst en leven, laat verschralen door het te juridiceren.

Het is een kunstwerk waar ik, als initiatiefnemer en opdrachtgever, trots op ben. Vijf jaar geleden vond ik dat Struycken iets fantastisch had gemaakt en dat vind ik nog steeds. Het lichtproject kan veranderingen aan, het kan tegenstemmen aan. Het laat zich niet kwetsen door de graffiti. Het kan het zelfs aan om een tijdje uit te gaan en dan onverstoorbaar terug te komen. Als Peter Struycken in dit debat, dat ongelukkigerwijze een juridisch geding is geworden, één formidabele tegenspeler heeft, dan is het wel de tolerantie en het opnemingsvermogen van zijn eigen kunstwerk.

Adri Duivesteijn was van 1989 tot 1994 directeur van het Nederlands Architectuurinstituut en is nu lid van de Tweede Kamer voor de PvdA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden