Kunstwerk en fort zeggen elkaar weinig

Soms lijken alle smaakmakers voor een aansprekende tentoonstelling aanwezig: ambitieuze curatoren, een groep aansprekende internationale kunstenaars en een opvallende tentoonstellingsplek....

Xandra de Jongh

Aardige ingrediënten, lijkt het, en ook met de ambitie van de curatoren, Sven Lütticken en Maxine Kopsa, is niets mis. De openingstentoonstelling in het tot kunstcentrum omgebouwde verdedigingsfort wil reflecteren op de vraag wat er gebeurt met een locatie die door de kunstwereld als tentoonstellingsruimte wordt geannexeerd.

Plekken als voormalige fabriekshallen, brouwerijen of zoals hier een compleet fort. Hoe werkt zo’n kolonisatie uit? Walst de kunst over het toegeëigende territorium heen om het vervolgens te abstraheren tot de zoveelste universele white cube – de tentoonstellingsruimte met vier witte muren? Of blijft wellicht de ‘genius loci’ van een plek behouden, het specifieke karakter van een locatie waartoe de kunst zich op verrassende wijze kan verhouden?

Met een dergelijk vraagstelling mag je verwachten dat de tentoonstelling een spanningsveld of interactie oplevert tussen de opgenomen werken en het fort. Een gebouw, dat met zijn typische nisachtige ruimtes – de voormalige soldaten- en officiersvertrekken – niet bepaald een doorsnee tentoonstellingsruimte is.

Maar daar valt bij weinig van te bespeuren. Werk en locatie hebben elkaar hier bitter weinig te zeggen. Zelfs de schaarse werken die speciaal voor de tentoonstelling zijn gemaakt, bieden weinig perspectief. Zoals de in een van de nissen pontificaal aanwezige laadbak, volgestouwd met popcorn. Het werk van Gabriel Kuri weet bij de kijker niet meer aan te boren dan de vraag hoe de bak eigenlijk in de kleine ruimte is gekomen.

Ook Krijn de Konings Beeld voor Vijfhuizen op het dak van de observatiekoepel van het fort overtuigt niet. De Koning, bekend van zijn werken die ingrijpen in ruimtes, weet de architectonische installatie niet de subtiele autonomie te geven die gewoonlijk de karakteristieke kracht vormt van zijn werk. Zonder enig tegenwicht te bieden wordt het grijze bouwsel simpelweg door het fort opgeslokt.

Voor het leeuwendeel van de tentoonstelling geldt eigenlijk dat werk en fort elkaar rücksichtslos negeren. De werken hadden in ieder willekeurig andere tentoonstellingsruimte opgesteld kunnen worden. Zoals de video van Laura Horelli over de wereld van cruiseschepen, waarin Caribische couleur locale en universele kitsch gemalen worden tot een en dezelfde projectie, waarop de tot eenheidsworsten geworden drijvende steden zijn gefundeerd. Deze onderlinge inwisselbaarheid van echte en meer abstracte locaties vormt ook de basis van Ryan Ganders raadselachtige The Alpinist en de foto-installatie van Sean Snyder over de laatste schuilplaats van Saddam Hoessein. Snyder laat zien dat deze plek, die al snel bekend stond als ‘the site’, door het mediageweld paradoxaal genoeg van een bijzondere locatie tot een ongrijpbare abstractie is geworden.

Best aardige werken, maar ze hebben weinig te doen met de vragen die de curatoren zichzelf gesteld hebben, daarvoor houden de werken zich te algemeen bezig met het begrip locatie. Daardoor komt de tentoonstelling niet uit de startblokken. Eigenlijk bombardeert het merendeel van de werken het fort juist zo ondubbelzinnig tot een plek zonder eigen karakter dat de kijker gedwongen wordt zich af te vragen of de samenstellers niet een vooropgestelde mening tentoonspreiden. Namelijk dat kunst hoe dan ook koloniseert – een gegeven ruimte annexeert en abstraheert tot white cube. Maar een dergelijke opzichtige conclusie is wel een erg pover resultaat, al hadden we vantevoren gewaarschuwd kunnen zijn door de titel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden