Kunstprijzen winnen, wat heb je eraan?

Kunstprijzen: de criteria zijn wazig, de geldbedragen laag en vaak moet een jonge kunstenaar er ook nog op toeleggen. Waarom doen ze eigenlijk nog mee?

Beeld Claudie de Cleen

Het was feestelijk, maar ook ongemakkelijk. Net als de twee andere juryleden feliciteerde ik op de Dutch Design Week onlangs de winnaar van de Manifestations Young Talent Award, een prijs voor net afgestudeerde beeldend kunstenaars. Fotograaf Robin Alysha Clemens was de uitverkorene. Een handdruk was alles wat er te vergeven was; geen geldbedrag, geen 'plastiek', geen oorkonde. We schreven een zorgvuldig juryrapport, in de hoop dat zij daar iets aan zou kunnen hebben.

De winnaar is er nuchter onder als ik haar twee weken later opbel. 'Zo'n prijs zie ik als een schouderklopje en wie weet doet het wat', zegt Clemens. Zo'n klein initiatief kost de kunstenaar vooral geld, voor afdrukken en vervoer bijvoorbeeld, en de beloning is hooguit: erkenning. Maar een beginnend kunstenaar heeft weinig keus. Het is meedoen voor niks, of helemáál niks - blijkbaar valt er toch iets te winnen, zelfs als je niets verdient.

Wat is winnen in de kunst? Wat maakt de ene kunstenaar beter dan de ander? Hoe bepaal je kwaliteit, hoe herken je talent, wat is dat oordeel waard? En: heb je er wat aan, aan winnen?

V buigt zich over het fenomeen van winnen en kwaliteitsbepaling in de beeldende kunst bij het tienjarig jubileum van haar eigen Volkskrant Beeldende Kunst Prijs (VKBK-Prijs). Want los van het feit dat het fijn en eervol is een prijs te winnen, zijn kunstprijzen steeds belangrijker geworden. De kunstsector kreeg er behoorlijk van langs, de afgelopen jaren. Sinds er door de overheid tussen 2011 en 2015 een bedrag van 200 miljoen euro werd bezuinigd op de kunstsector vertegenwoordigen de kunstprijzen, goed voor een kleine 300 duizend euro per jaar (zie inzet) een steeds noodzakelijker potje. Verder stond Nederland altijd bekend om zijn fijnmazige net voor 'talentontwikkeling': opleidingen en presentatieplekken. Die zijn, zie boven, ook uitgedund en deels afgebroken.

Kleine grote prijs

De Volkskrant Beeldende Kunst Prijs werd in 2006 opgericht vanuit de wens jonge kunst te signaleren en ruimte te geven. De samenwerking met een fonds, een museum en televisie bleek een goed instrument. De VKBK-Prijs werd, ondanks het relatief lage prijzengeld (10 duizend euro), een van de bekendste drie prijzen van het land volgens Dutch Heights, een organisatie die alle cultuurprijzen van Nederland bijhoudt. De andere meestgenoemde prijzen zijn de Prix de Rome en de Charlotte Köhlerprijs.

Stimuleren

Kunstprijzen ontwikkelen niet, maar stimuleren wel: los van het prijzengeld (dat er meestal wel is) zitten er hele cordons aan juryleden achter. Ervaren kunstenaars, curatoren en critici die zich grondigin het genomineerde werk verdiepen en het zich hopelijk nog eens herinneren. En wie weet leidt de aandacht tot opdrachten of aankopen. 'Je moet het zo zien', zegt Jos Houweling, oud-docent van de Gerrit Rietveld Academie en oud-directeur van het postacademische Sandberg Instituut, een groot voorstander van kunstprijzen: 'Je hebt een paar werktuigen voor het stimuleren van kunst, en een prijs is er een van. Een werktuig dat glimt.'

Hoe bepaal je kwaliteit? Waar sport of wetenschap duidelijke criteria kennen - sneller, hoger, hard bewijs - zijn die in de cultuur uiterst vaag. In elk gesprek over talent herkennen, tijdens elke jurybijeenkomst, rolt het 'appels met peren vergelijken' over tafel. Hoe is het ook mogelijk om iemand die een filminstallatie maakt te vergelijken met een schilder annex performer? Als er al criteria zijn, zijn die nogal zweverig: potentie en zeggingskracht. Op de kunstacademies werd, in de landelijke herstructuring van het hoger onderwijs, juist geprobeerd alles in vastomlijnde competenties en leerdoelen te vatten. Maar daarbuiten, in de 'echte' kunstwereld, gelden die hoegenaamd niet.

Vraag het maar eens aan mensen die kunstenaars op kwaliteit beoordelen. Fons Welters, succesvol galerist sinds 1985, hanteert bijvoorbeeld helemaal geen criteria als hij overweegt een nieuwe kunstenaar te vertegenwoordigen. 'Ik zie het en ik weet het meteen. Er moet een vonk zijn, ik moet gepakt worden - ja, dat klinkt vaag, hè. Toch is het zo. Als ik dat een dag later nog vind, dan klopt het'. Hij weet wel een argument: 'Ik kan hooguit zeggen dat ik wil worden verrast. Verkoopbaarheid is in dat stadium helemaal niet van belang.'

Vijf genomineerden voor de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs bekend

Bekijk hier de genomineerden van dit jaar.

Het 'jureren' vindt ook continu bij de opleidingen plaats. Doordat de academietijd de afgelopen twintig jaar sterk is verkort, is het voor kunstenaars van levensbelang een postacademische studie te volgen. Wie wordt toegelaten tot bijvoorbeeld de Rijksakademie (zo'n 1.500 aanmeldingen per jaar voor maximaal 24 plaatsen) wint in veler ogen al de hoofdprijs. Kunstenaar Melvin Moti, begeleider aan de Rijksakademie en lid van de selectiecommissie, weerspreekt dat beeld met klem. 'Succesvolle kunstenaars hebben inderdaad vaak een postacademische achtergrond. Maar andersom is het absoluut niet zo dat alle postacademici succesvol zijn of zelfs willen worden.' De commissie waar hij in zit vraagt zich niet af wie 'de beste' is, maar heel andere zaken zoals: durft deze kunstenaar risico's te nemen? Hoe verhoudt hij zich tot zijn eigen medium? En, ook al zo abstract: zit er ruimte in het werk? Bovendien kan de samenstelling van een nieuwe groep ook veel voor iemand betekenen. Moti: 'Die twee jaar hier bestaan niet alleen uit succes. Ontwikkeling gaat met horten en stoten. Je moet niet schrikken van ambitie, maar ook durven falen. Kwaliteitsverschil zit hem echt in de mentaliteit.' Hij vindt de sportmetafoor juist wel van toepassing. 'Winnen is geen interessant begrip. Denk aan Usain Bolt, die alles heeft gewonnen. Die stopt op zijn 31ste en moet nu verder. Ook daar gaat het aankomen op karakter, niet op prijzen.'

Dat beaamt kunstenaar Arie Schippers (64), die de afgelopen jaren grote solotentoonstellingen had en onlangs de Sacha Tanja Penning won. Hij werd al vroeg bekroond, op zijn 24ste, met de Prix de Rome - de oudste en lang enige kunstprijs van Nederland, sinds 1808. 'Ik dacht destijds, in 1977: nu gaan alle deuren open. Maar dat was niet zo; de meesten kenden de Prix de Rome toen niet.' Zijn loopbaan ging op en neer, zonder dat hij destijds kon verklaren waar dat aan lag. 'Pas toen ik dit jaar die penning won, dacht ik: ja, dat klopt. Nu ben ik waar ik wezen wil.' In het effect van prijzen gelooft hij niet. 'Ik geloof dat wat echt de moeite waard is vanzelf boven komt drijven.'

Op Facebook

Volg het laatste nieuws over de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs ook op de Facebook-pagina.

Erkenning

Het is de erkenning die het meest beklijft van een prijs, zeggen bijna alle prijswinnaars. Kunstenaar Floris Kaayk (winnaar VKBK-Prijs 2014) merkte dat vooral zijn vader, zelf kunstenaar, blij was dat er waardering uit kunstkringen kwam. En fotograaf Erwin Olaf schudde met het winnen van de Johannes Vermeerprijs in 2011 - een grote oeuvreprijs van de staat, ingesteld in 2008 - in 2011 de kritiek van zich af dat zijn werk te commercieel en 'geen kunst' zou zijn. Over het geld wordt over het algemeen heel bescheiden gedaan. 'Dat is dat protestantisme', duidt Jos Houweling. Marlene Dumas won diezelfde Johannes Vermeerprijs in 2012 en gaf de ton prijzengeld nog tijdens de uitreiking weg aan De Ateliers, de instelling waar zij begeleider was.

Videokunstenaar overtuigt twijfelende jury Volkskrant Beeldende Kunst Prijs

In 2014 won Floris Kaayk de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs, lees hier meer.

Een nieuwe generatie kunstenaars lijkt het meedingen naar prijzen vooral pragmatisch op te vatten. Tanja Ritterbex won vorige maand (als een van de vier) de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst. Stralend maakte ze een selfie met koning Willem-Alexander. Sinds haar afstuderen in 2006, vertelt ze, stuurde ze acht keer in, werd drie keer genomineerd en won ze één keer - je zou kunnen beweren dat ze zeven keer verloor. Dat ontmoedigde haar totaal niet. 'Het werd een ritme: werk maken voor de prijs. De eerste keer dat ik werd genomineerd en in de tentoonstelling terechtkwam was echt het allermooiste'. En ze won, uiteindelijk. Waarom nu wel? 'Dat ligt vast aan de samenstelling van de jury' zegt ze, 'maar ik heb me als schilder ook wel verder ontwikkeld intussen.' In haar jury zat beeldend kunstenaar Gijs Frieling, die haar vervolgens uitnodigde om volgend jaar in Marres in Maastricht te exposeren, weer een mooie stap voor Ritterbex. Het prijzencircuit als toegevoegde leertijd, zo kun je het ook zien en gebruiken.

Talkshow Winnen in de kunst! o.l.v. Kunstuur-presentator Lucas de Man met o.a. Birgit Donker (Mondriaanfonds), Floris Kaayk (winnaar VKBKP 2014), Nick Terra (galerie Fons Welters) en Sacha Bronwasser (de Volkskrant). 20/11, 13.00 uur, Stedelijk Museum Schiedam. Bijwonen is gratis, aanmelden via de website van het Stedelijk Museum Schiedam.

OOGST, tentoonstelling over het tienjarig bestaan van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs, t/m 22/1, Stedelijk Museum Schiedam.

Bekendmaking jurywinnaar, 11/12, Avrotros Kunstuur. Stemmen voor publieksprijs mogelijk vanaf 19/11.

Zes kunstprijsclichés

Het is elke week prijs. Overdreven. Er zijn zo'n 40 prijzen voor beeldende kunst, waarvan een derde jaarlijks, de helft tweejaarlijks, en de overige driejaarlijks of onregelmatig (12 fotografieprijzen niet inbegrepen) worden uitgereikt. Ter vergelijking: er zijn ruim 80 prijzen in de letteren.

Er zijn er zo veel dat het onopgemerkt voorbijgaat. Het winnen van een kunstprijs is inderdaad geen garantie voor media-aandacht. Dat is echter niet nieuw. Arie Schippers won in 1977 de Prix de Rome, toen nog zowat de enige kunstprijs. Aandacht? 'Een stuk in De Waarheid en twee radio-interviews.'

Oudere kunstenaars maken geen kans. Niet waar. De gemiddelde leeftijd van laureaten in 2015 was 45 jaar, daarbij horen ook zeer jonge winnaars van academieprijzen. Enkele opvallende prijzen hanteren wel een grens van 35 of 40 jaar.

Altijd dezelfde winnaars. Klopt niet. Er zijn weinig kunstenaars met twee of meer grote prijzen op hun naam, zoals Mark Manders of Barbara Visser. Door het vervagen van disciplines wordt er wel veel in dezelfde vijver gevist, namelijk die van de algemene 'beeldende kunst', maar die is navenant gegroeid. Toch is er veel differentiatie: oeuvreprijs of talent, streekgebonden, toch per discipline (de enige 'koninklijke' prijs is voor schilderkunst) of naar leeftijd - elke prijs zoekt een niche.

Binnenlopen. Dat is relatief. Per jaar is er een prijzenpot van bijna drie ton beschikbaar, en nog eens eenzelfde bedrag in natura, in de vorm van exposities en publicaties. In een paar grote happen is dat al bijna op: de tweejaarlijkse Prix de Rome bedraagt 40 duizend euro, de Vincent Award (internationale prijs van de Broere Foundation) en BACA (idem, van het Bonnefantenmuseum) ieder 50 duizend euro, en het grootste bedrag wordt uitgereikt met de Johannes Vermeerprijs (100 duizend euro) die echter incidenteel naar een beeldend kunstenaar gaat (naast architectuur, vormgeving en dans). De meeste prijzen vallen tussen de 5 duizend en 10 duizend euro. Femmy Otten (winnaar VKBK-Prijs in 2013, 10 duizend euro) haalde er haar rijbewijs van. Galeristen zeggen eigenlijk nooit direct iets in de verkoop te merken; soms op termijn.

Een prijs uitreiken gebeurt uit eigenbelang. Een kunstprijs straalt af op de gever. Sikkens, ABN AMRO, ministerie van OCW; dat staat chic, een prijs. Maar het is een dure en arbeidsintensieve manier om aan je imago te werken. Scouting en jurering, artikelen, een expositie, pers en communicatie - het prijzengeld is vaak een fractie van het totale budget.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden