Kunstinstelling weet maar geen mecenassen te vinden

Oerol, het fameuze zomerfestival op Terschelling, heeft al twintig jaar Vrienden. Het zijn er inmiddels zevenduizend. ‘In de kunsten is dat veel’, zegt Janneke Staarink, zakelijk directeur van Oerol....

Staarinks ontdekking is exemplarisch. Dinsdag vond in de Amsterdamse Stadsschouwburg alweer het derde Cultuurbal plaats, een van meet af aan populaire jaarlijkse ontmoeting tussen de kunstsector en (potentiële) gulle gevers ofwel mecenassen. Die worden belangrijker voor de kunsten omdat de overheidssubsidies op de lange termijn stagneren of zelfs teruglopen. Maar ondanks het succes van het Cultuurbal weten de meeste kunstinstellingen nog nauwelijks hoe de mecenas te vinden en te benaderen. ‘Wij proberen bij hen vooral de cultuur van het vragen en ontvangen te stimuleren’, zegt Bastiaan Vinkenburg van Kunst & Zaken, het Rotterdamse bureau dat in opdracht en met subsidie van het ministerie van OCW cursussen mecenaat geeft. Snel gaat dat niet. Vinkenburg: ‘Het vraagt om een mentaliteitsverandering, en die kost tijd.’

Tot aan de Tweede Wereldoorlog kende Nederland een bloeiend mecenaat. Rijksmuseum, Concertgebouw, Stedelijk Museum: al die instituten ontstonden dankzij de inzet en het geld van betrokken burgers. Na 1945, toen de overheid de kunstfinanciering steeds meer naar zich toe trok, ging die cultuur verloren. De noodzakelijke wederopbouw daarvan staat in de kinderschoenen. Nederlandse particulieren gaven in 2005 33 miljoen euro aan giften en nalatenschappen aan de kunsten, zo blijkt uit Geven in Nederland 2007, de laatste publicatie van de VU in Amsterdam. In 1995 was dat dertien miljoen. ‘Geven aan cultuur zit wel in de lift, maar het blijft gaan om lage bedragen’, vindt Theo Schuyt, hoogleraar en leider van de groep.

Nederland scoort over de hele linie laag in het particuliere geven. De non-profitsector – scholen, ziekenhuizen, universiteiten, kunstinstellingen – haalt gemiddeld 7 procent van zijn inkomsten uit die hoek, zo blijkt uit Global Civil Societies, een internationaal onderzoek in 34 landen. In Nederland is dat slechts 2 procent. De noodzaak van dit ‘betrokkenheidsgeld’, zoals Schuyt het noemt, is uit ons denken verdwenen. ‘De meeste Nederlandse non-profit-instellingen zijn subsidiekonijnen geworden, die zich blindstaren op Haagse koplampen.’ Volgens hem doen de kabinetten-Balkenende vrijwel niets om hierin verandering te brengen. ‘Ik kijk met kromme tenen toe.’

Tot Kunst & Zaken versterking krijgt van een breder stimuleringsbeleid voor het particuliere geven, moeten kunstenmanagers als Janneke Staarink het zelf uitzoeken. Oerol moet nog besluiten wat te doen met de uitkomsten van haar onderzoek onder de Vrienden van het festival. Maar Staarink heeft wel een vermoeden welke richting het zal opgaan. ‘Ik denk dat er verschillende tarieven komen, voor verschillende niveaus van Vriend-zijn, met ieder hun eigen servicepakket.’ Eén ding weet zij zeker: ‘Het mecenaat in de kunsten gaat de komende jaren een enorme vlucht nemen. Dat hangt in de lucht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden