Kunsthistoricus met koninklijke connecties

Je kunt ze geregeld voorbij zien komen in het Mauritshuis: een deftig gezelschap toehoorders, met een al even keurige heer ervoor die een geestdriftig verhaal vertelt....

Hier toont zich in één handeling het dubbele talent van Frits Duparc (59), die gisteren bekend maakte dat hij na 16 jaar stopt als directeur om het ‘rustiger aan te gaan doen’. Aan de ene kant is hij de geleerde kunsthistoricus, de onderzoeker die uitstekend op de hoogte is van de kunst die hij toont, en er ook over publiceert. Aan de andere kant is hij de uiterst bedreven netwerker, de aimabele telg uit een Haagse regentenfamilie, met de juiste contacten in de wereld van het oude geld en van het bedrijfsleven.

In het internationale old boys netwerk van de oude kunstwereld – tot het Britse koningshuis aan toe – wist Duparc belangrijke aankopen (in totaal 30, ter waarde van 65 miljoen euro) en bruiklenen te realiseren, zoals voor komende oktober nog de zeldzame bruikleen van Rembrandts Jan Six. Daarbij ging hij als een van de eerste directeuren op zoek naar sponsorgeld, en deed daar niet moeilijk over: sponsoring voor cultuur bleek noodzakelijk, ontdekte Duparc. Hij verwierf in 1999 met behulp van de Sponsor Loterij Rembrandts De oude man, voor een toen ongekend bedrag van 32 miljoen gulden.

Toen Duparc begin jaren negentig begon, veranderden de eisen die aan museumdirecteuren gesteld werden. Tentoonstellingen werden evenementen, en zelfs oude meesters moesten dat kunnen bijbenen. In combinatie met zijn zakelijk directeur Rik van Koetsveld, maakte hij in 1996 Johannes Vermeer tot publieksheld met een relatief nieuw marketingcircus. In zijn expositiebeleid werd een nogal traditionele aanpak (thema’s als ‘bloemstukken’ en ‘winterlandschappen’) gecombineerd met kunsthistorische bijzonderheden, zoals tentoonstellingen over de Duitse schilder Hans Holbein de Jonge, en relatief onbekende Nederlandse 17de-eeuwers als Albert Eckhout en Carel Fabritius.

Hoewel Duparc om zijn niet geheel gebruikelijke dubbelgaven in 1996 genoemd werd als directeur van het Rijksmuseum, bleef hij in het veel kleinere Mauritshuis. Voordeel: hij kon de zaken persoonlijk in de hand houden, en de aandacht kon op de kunst worden gericht. Voor het toch wat deftige Mauritshuis was zijn aanpak een vruchtbare paradox: Duparc wist honderdduizenden bezoekers – inclusief veel toeristen – zover te krijgen dat ze naar een tentoonstelling van ‘slechts’ twintig oude schilderijen kwamen kijken. Die behoorden dan wel tot de beste van de betreffende meester, door Duparc persoonlijk verkregen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden