columnHerien Wensink

Kunstenaar, trouw met een criticus

Ik schrijf recensies, en ik ben getrouwd met iemand die gerecenseerd wordt (niet door mij). Die situatie kan ik elke criticus én kunstenaar van harte aanbevelen: het werkt relativerend en kweekt wederzijds begrip (op goeie dagen tenminste).

Dat is nodig, want er heersen nog altijd grote misverstanden tussen de beroepsgroepen, zoals woensdag ook bleek uit het leuke interview in de Volkskrant met cabaretier Hans Sibbel (‘Lebbis’). Lebbis bliefde geen recensenten meer in de zaal, zo had hij stoer verkondigd, want hij was ‘na dertig jaar optreden wel klaar met beoordeeld worden’. Recensies? Hij had er ‘geen behoefte aan’.

Het onbegrip van makers naar critici lijkt mij vaak groter dan andersom, maar dat heeft ongetwijfeld met de verhouding te maken: de kunstenaar zwoegt maanden (jaren!) met hart en ziel aan een Meesterwerk, en dan komt dat clubje azijnpissers alles met een lullig stukje kapotmaken. Ja, dan vraagt men zich bij mij thuis ook wel eens wanhopig af: waarom?

Maar Lebbis’ gaf in het interview blijk van een wel heel wonderlijk, Oost-Indisch soort onbegrip van de kunstkritiek. Hoewel hij zelf graag recensies leest om te weten ‘wie en wat er speelt’, gaat dat principe kennelijk niet op voor zijn eigen shows. Terwijl het informeren van de lezer over een nieuwe voorstelling (expositie/boek/kunstwerk) toch een van de grondbeginselen van de recensie is. 

Een recensie heeft nieuwswaarde: de lezers van de krant worden op de hoogte gesteld van het ontstaan (en de kwaliteit) van een nieuw kunstwerk. Lebbis’ ‘behoefte’ eraan is dan ook irrelevant – wij hebben enkel een verplichting aan de lezer. Die zullen we ook geen nieuwsbericht over minister Grapperhaus onthouden, omdat de minister daar ‘geen behoefte’ aan heeft. Het is natuurlijk gek dat een artikel over jou, niet voor jou is bedoeld, maar de recensie, sorry, is er voor lezers die willen weten ‘wie en wat er speelt’ (en waar, en hoe).

Volgende misverstand: die lezer is niet automatisch gelijk aan de toeschouwer. Sterker: de meeste lezers zullen de voorstelling waarschijnlijk nooit zien. Een recensie biedt in zekere zin dan ook een plaatsvervangende ervaring: de criticus doet verslag van hoe het was, voor wie het heeft gemist. Vanuit die gedachte zijn spoilers toegestaan (mits nodig voor de helderheid of de argumentatie). Lebbis had liever niet gehad dat een recensent van Het Parool het einde van de show weggaf. In plaats daarvan, suggereerde hij, had die iets kunnen schrijven als: ‘een ontroerend verhaal over zijn vader’. Maar wat heeft de lezer aan zo’n nietszeggende zin? Wederom: ons doel is de lezer zo goed mogelijk te informeren.

Tot slot: als je ervoor kiest om op te treden, om kunst te maken, dan kies je er automatisch ook voor om te worden beoordeeld. Je maakt immers werk voor een publiek, en dat publiek heeft een mening. Natuurlijk is het het mooist als die mening positief is. Maar je kan vervolgens geen ‘nee, dank u’ zeggen tegen de keerzijde, tegen de eventuele kritiek. Lebbis wil wel graag dat zijn toeschouwers luisteren, maar liever niet dat ze terug praten. Thuis zeg ik in zo’n geval: wees blij dat er iets van gevonden wordt; goed of slecht. Wees blij dat het besproken wordt. Dat het ertoe doet.

En op minder goeie dagen zal ik wellicht sneren dat een slechte recensie gewoon het gevolg is van een mislukt kunstwerk. Ik te negatief? Eigen schuld. Jij begon!

Ter redactie De mening van theaterrecensent Herien Wensink is natuurlijk particulier, ‘maar ik heb wel gelijk’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden