profiel Erik Mattijssen

Kunstenaar Erik Mattijssen bewijst dat we wél ons bezit zijn

De Hoogstraat. Beeld Erik Mattijssen / Tom Haartsen

Vogelkooien, oude radio’s, jerrycans: kunstenaar Erik Mattijssen portretteert mensen en plekken aan de hand van hun spullen. 

Een dik jaar geleden kreeg Erik Mattijssen een aanlokkelijk aanbod. Een conservator van het Stedelijk Museum in Schiedam had zijn nieuwste werk, Izrael, l’épicerie du monde gezien, en wilde het graag kopen. Het werk bestaat uit losse vellen papier die samen het veelkleurige aanbod tonen van een Parijse kruidenierswinkel. Mattijssen: ‘Mijn Franse galerie zei: doen!, maar mij leek het leuker om het in stukjes op een Parijse kunstbeurs aan te bieden.’ Hij hield vast aan dat plan: de conservator viste achter het net: ‘Toen we elkaar later tegenkwamen grapte hij tegen ons gezelschap: ‘Erik is een heel nuffige kunstenaar, die wil alleen verkopen aan Parijzenaren.”

Maar kort daarna besloot men dat Mattijssen voor de Schiedammers een nieuw werk zou maken, en wel over de straat waaraan het museum ligt, De Hoogstraat. Ter voorbereiding ging Mattijsen op bezoek bij de winkeliers aldaar: de man van de inmiddels verdwenen pornotheek, de Curaçaose familie die handgemaakte feestartikelen verkoopt. Hij werd getroffen door hun veerkracht. De monumentale schildering die hij uiteindelijk maakte ademt een vergelijkbaar optimisme. De Hoogstraat (2019) is wederom opgebouwd uit losse vellen papier, pastel en gouache, een reeks vignetten uit het door leegstand geteisterde gebied: een pi­ñata in de vorm van een ananas, een rijtje dildo’s voor een bamboe-hekje begroeid met plastic klimop. Het lullige en goedkope is erop getransformeerd tot iets gloedvol en aantrekkelijks. Nimmer stond de straat er zo zonnig op.

Het is typisch Erik Mattijssen. Zijn stillevens zijn niets als ze niet opgewekt zijn. Tuurlijk, ze kennen somberdere onderwerpen, het lege huis van een overleden tante, kermisrekwisieten waarvan de gebruikers lang geleden zijn gestorven, maar toch is het glas erop altijd halfvol. De werken zijn champagne. De maker zelf ook trouwens. Erik Mattijssen, dat is iemand bij wie je je direct op je gemak voelt. Hij heeft een fraai atelier in een arm van de Amsterdamse Warmoesstraat, op kruipafstand van de Condomerie. De grootste wand is er geheel bedekt met het werk op papier dat hij momenteel onder handen heeft: het interieur van een kas die hij zag in Calcutta – de man die de kas onderhield woonde erin. Hij heeft het al vele uren zitten scannen op onvolkomenheden, vertelt hij. Hij werkt heel bedachtzaam.

De Hoogstraat deel 1, Brazilian Wax. Beeld Erik Mattijssen / Tom Haartsen

Het begin

Zijn geboorte als kunstenaar was in 1994, toen hij als begin-dertiger een jaar in Spanje verbleef. Met een met schildergerei volgeladen Opel belandde hij in het plaatsje Trujillo in de Extremadura. Hij betrok er een appartement boven een slagerij, een primitief gebeuren waar de worsten aan het plafond hingen, en omdat hij niet wist waar te beginnen, begon hij daar, bij dat vlees, dat herinnerde aan het roze rotsachtige landschap rond de stad. Hij maakte er stillevens van. Toen hij ze thuis uitpakte werd hij getroffen door hun eigenheid.

Sindsdien tekent hij dingen; dingen van plastic, dingen van papier. Heel soms schildert hij ook wel eens een levend wezen, al zijn die bijna altijd gemaskerd, waardoor het toch weer dingen worden. Mensen schilderen vindt hij lastig, legt hij uit. De verwachting dat het moet lijken zit hem in de weg. Een cactus kun je zo lang maken als je wilt. Probeer dat eens met een neus! 

De keuze van die dingen luistert nauw. Een Eamesstoel, bijvoorbeeld, scoort laag op de Erik Mattijssen-bruikbaarheids-index. Een plastic vergiet scoort hoger. Een blik van het Duitse augurkenmerk Ogorki dat dient als bloempot: ja, dat is echt een Erik Mattijssen-ding. Een Mattijssen-ding is niet salonfähig en ook niet hip, maar wel kleurrijk en herkenbaar; als het object een ander doel dient dan waarvoor het bedoeld is, dan voelt dat helemaal als winst. Dingen waarvan hij houdt zijn: vogelkooien, oude radio’s, jerrycans, ingeblikt voedsel van onbekende merken en Mexicaanse maskers. Hij verzamelt ze op z’n reizen, onder andere naar Ierland, Spanje, India en Suriname. Hij gebruikt ze zoals een maker van collages zijn knipsels gebruikt: als bouwstenen. Uit een stoel, boeien, blikken, wrakhout en de schoon gespoelde schedel van een dier maakt hij al stapelend een totempaal: een gedenkteken voor een overleden vriend, al hoef je dat niet te weten om het te kunnen waarderen. Van slabakken en vergieten bouwt hij een muur van kleur – een toespeling op het gebruik van Indiase marktlui om indrukwekkende torens te bouwen van hun waar. Erik Mattijssen portretteert mensen en plekken aan de hand van hun spullen. We zijn wél ons bezit.

De Hoogstraat deel 2, Suncentre. Beeld Erik Mattijssen / Tom Haartsen

Kleuren

Maar voordat je dat opmerkt, heb je al iets anders opgemerkt: kleuren. Mattijssen is er niet zuinig mee; hij laat ze knallen als botsautootjes. Zijn kleuren (flamingo-roze, zeegroen) maken hem euforisch en ons ook. De blijmoedigheid van zijn werk is heel aanstekelijk.

Het heeft even geduurd voordat Mattijssen dat kon accepteren, trouwens: ‘Als iemand vroeger tegen me zei: ik word zo blij van jouw kunst, dan dacht ik: shit, dat is niet de bedoeling. Kunst, meende ik, moest ernstig zijn. Vrolijkheid beschouwde ik niet als een volwaardige emotie.’ Inmiddels is hij daar wel overheen: ‘Als ik op de radio weer eens iemand hoor zeggen: het is pas goed wanneer het schuurt, denk ik: man, hou toch op.’ Opgewektheid en zwaarmoedigheid zijn gelijkwaardige tegenpolen: ‘Ik kan genieten van klaagliederen, maar ik maak ook werk dat vrolijk stemt.’

Daarom werkt hij ook zo graag voor de openbare ruimte, waar een ieder die zich geroepen voelt er iets aan kan hebben. Het Leids Universitair Medisch Centrum benaderde hem onlangs voor een wachtruimte – heeft-ie nu al zin in. En in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis hangt een groot interieur van zijn hand, een opdracht van een vermogende ondernemer, een eerbetoon aan diens overleden vrouw: een interieur met stoelen en een tafel met daarop een levensboom: fantasiebloemen, stampers en meer. Van zulk werk wordt verwacht dat het ‘troost biedt’, maar het idee dat een kunstwerk het leed van een ongeneeslijke zieke kan verzachten vindt hij aanmatigend: ‘Voor hetzelfde geld denken ze: lazer op met je bloemen.’ De zinnen verzetten, dat is een betere omschrijving van wat hij ambieert. Dat mensen in peignoir en met slangetjes in hun neus door zijn werk voor even hun zorgen vergeten: ja, dat zou hij mooi vinden.

De Hoogstraat deel 3, Adult Shop. Beeld Erik Mattijssen / Tom Haartsen

Erik Mattijssen, Kermisvrijer, de ezel en andere zaken, Stedelijk Museum Schiedam, t/m 27/10. In de Hoogstraat, Stedelijk Museum Schiedam, t/m 6/10

Werk van Erik Mattijssen is ook te zien op de Gelderland Biënnale, Nijmegen, Het Valkhof, 10/10 t/m 5/1

Carrièreswitch

Eigenlijk wilde Erik Mattijssen helemaal geen kunstenaar worden. Grafisch ontwerpen was zijn ambitie toen hij zich op de Rietveld Academie meldde. Maar toch begon hij te schilderen, onstuimige, Armando-achtige doeken die iets onheilspellends hadden: ‘Toen mijn vader mijn eindexamen-presentatie zag zei hij: ‘Jongen, ik wist helemaal niet dat je zo geïnteresseerd was in de Tweede Wereldoorlog.’’

Verder lezen:

Na decennia van vrije expressie is technisch knappe schilderkunst niet verdacht meer; zie de expositie Virtuoos! in Haarlem.

Ziekenhuiskunst van Erik Mattijsen in Leiden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden