Kunsten in 2006 niet aan de zijlijn

Hoe moet je meten wat de kunsten in 2006 het meest opschudde?..

Was dat het prijzencircus? Ook dit jaar stond de kunstwereld immers weer bol van de prijsuitreikingen, samen met het bijbehorende geestdriftige gekibbel dan wel gejubel. Van de Nobelprijs voor Orhan Pamuk (‘krijgt hij hem als Turk of als schrijver?’) tot de Gouden Kalveren voor Zwartboek van Paul Verhoeven (terwijl de recensenten zeer kritisch waren).

Waren dat de relletjes? Ook in 2006 was er de nodige ophef binnen de culturele instanties, van dirigent Ton Koopman die de oude muziek in Nederland niet genoeg (financieel) gewaardeerd zag en daarom met zijn ensemble naar Frankrijk dreigde te vertrekken, tot een conflict tussen Mondriaanstichting en de museumdirecteuren over wie er nu de meeste macht had. En er waren uiteraard de opvallend vele (zeer) druk bezochte evenementen, gestimuleerd door een ongekend aantal ‘jaren-van ... ’: van Mozartjaar tot Rembrandtjaar. Geheel in de lijn van de eveneens dit jaar afgetreden cultuurstaatssecretaris Medy van der Laan (D66) werden daarmee de banden tussen ‘Cultuur en Economie’ nog eens aangetoond: de kunsten zorgden in 2006 voor flink wat geld voor de toeristensector.

Crucialer dan de interne kwesties was voor de Nederlandse kunstkronieken echter de samenkomst van de kunstwereld met bepaalde bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Tussen de overleden kunstenaars waren er maar liefst twee met grote sociale betekenis, een icoonstatus. Karel Appel was niet de beste kunstenaar, maar met hem verdween wel de man die in Nederland met woeste schilderstijl en de oneliner ‘ik rotzooi maar wat aan’ de definitie van de moderne kunstenaar voor een breed publiek heeft bepaald. Met Gerard Reve viel de één na laatste schrijver weg van de naoorlogse ‘Grote Drie’. Ook al werd direct na zijn dood de vraag opgeworpen of hij na de vroege werken als De Avonden nog zo veel had toegevoegd, zijn invloed op de naoorlogse generatie was, mede om zijn provocaties, zijn openlijke homoseksualiteit en zijn herkenbare ironie, groot.

Ook op de kunstproductie op zichzelf was er de invloed van, veelal internationale, maatschappelijke ontwikkelingen. Zo was er dit jaar de opvallende eerste oogst op het gebied van 9/11-films, United 93 en World Trade Center, die op zichzelf weer mooi aansloot bij de sterke trend in Nederland van actualiteit en engagement in film, kunst en theater (stukken over de moord op Maja Braderic, over zelfmoordterroristen en loverboys). Tegelijkertijd zette zich ook in de Nederlandse schilderkunst de wederopstanding door van de romantisch-figuratieven, die eveneens als een reactie op stormachtige tijden gezien kan worden. In de muziekindustrie bewees zich dit jaar pas echt het belang van internet: sites als MySpace en YouTube bleken een uitstekend kanaal voor bands om door te breken.

Hoe globaal de internationale kunsthandel is geworden, bleek uit de invloed van de nieuwe rijken, vooral uit Rusland en uit China. Nooit heeft het geld zo rijkelijk gestroomd op de kunstmarkt als in 2006. Voor kunst van de late 19de eeuw tot de vroege 21ste- eeuw werden bedragen neergeteld waar men zelfs ten tijde van de kunstmarkt-hype in de late jaren tachtig niet van had durven (of willen) dromen. De nieuwe rijken gingen niet met de duurste werken weg (Gustav Klimt en Jackson Pollock), maar waren vooral geïnteresseerd in het terugkopen van hun eigen culturele erfgoed. Ook Nederland kende wonderlijke uitschieters in de handel: de tot voor kort nauwelijks serieus genomen romanticus Barend Koekkoek bleek goed voor een miljoen euro.

Zelfs de Tweede Wereldoorlog kwam in de kunstwereld van 2006 nog even om de hoek kijken, in de vorm van restitutie van door de nazi’s geroofde kunst: Nederland kende de mediagenieke apotheose van het oorlogskunst-hoofdstuk, met het einde van de al tien jaar slepende Goudstikker-affaire. 202 schilderijen uit de collectie van het Rijk werden teruggegeven aan de erfgenamen van de in 1940 verongelukte kunsthandelaar Jacques Goudstikker. Er bleek, op wat zacht gemompel na, een ruime consensus over het in 2001 geformuleerde overheidsbeleid dat morele argumenten zwaarder moeten wegen dan strikt juridische argumenten.

De meeste deining in de kunstwereld werd echter veroorzaakt door de cartoonrellen. Hoewel de directe woede over de gewraakte Deense cartoons van de profeet Mohammed zich ver weg afspeelde, was hier het onbehagen in menig repetitielokaal en atelier voelbaar. Toen dit jaar in Berlijn ook nog eens Mozarts opera Idomeneo werd geschrapt uit angst voor aanslagen van moslimextremisten, en ook christenen wereldwijd begonnen te protesteren tegen een religieus getinte act van popster Madonna en tegen de strekking van de film The Da Vinci Code, klonken de geluiden over ‘religieuze censuur’ en ‘zelfcensuur’ in de kunst haast even bezorgd als na de moord op Theo van Gogh. In Nederland schreven regisseur Eddy Terstall en cabaretier Hans Teeuwen zelfs een manifest voor de vrijheid van meningsuiting. Het leek erop alsof het hernieuwd religieus bewustzijn van de laatste jaren het steeds meer op de moderne kunsten had voorzien.

Wat de effecten ervan zijn geweest? Idomeneo is zonder problemen vorige week opgevoerd, mét de gewraakte scène waarin het afgehakte hoofd van de profeet Mohammed werd getoond. De The Da Vinci Code werd een kaskraker. En de Volkskrant lanceerde deze maand gewoon een succesvolle boerka-cartoonwedstrijd. De maatschappelijke onrust heeft stevige invloed gehad, maar aan de zijlijn zijn de kunsten in 2006 zeker niet gaan staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden