'Kunst schrikt nog steeds erg af'

Bijna 15 jaar was Lily van Ginneken directeur bij het Haags centrum voor beeldende kunst Stroom HCBK. Ze vocht tegen het stereotype beeld dat kunst onbegrijpelijk en duur is.

Van onze verslaggever Rutger Pontzen

Ze kreeg er een punthoofd van. In 1995 zou de eerste spade de grond in gaan voor het kunstwerk van James Turrell bij Kijkduin: een soort vulkaankrater met uitzicht op de lucht. Maanden was er onderhandeld. Uiteindelijk bleek de dag waarop begonnen zou worden precies samen te vallen met het begin van het vogelbroedseizoen. 'Het hele project dreigde uitgesteld te worden. Toen was het plots all hands on deck.'

Het is maar een van de talloze ambtelijke hindernissen waarmee Lily van Ginneken geconfronteerd werd als behartiger van kunst in de openbare ruimte.

Gisteren nam ze afscheid als directeur van Stroom HCBK in Den Haag. De stichting die, opgericht in 1990, verantwoordelijk is voor wat er in Den Haag op kunstgebied gebeurt: het verstrekken van subsidies, opzetten van kunstprojecten, zoeken naar ateliers, tentoonstellingen organiseren, publiceren en dus het realiseren van kunst in de openbare ruimte.

Vijftien jaar lang heeft Van Ginneken die publieke kunst een gezicht gegeven, hoewel het aanvankelijk 'zware tijden' waren, vertelt ze met gevoel voor nuance. Ze weet hoe gevoelig de beginperiode van Stroom lag binnen cultureel Den Haag. Zeker omdat Stroom, na de beëindiging van de BKR, het vrijgekomen geld moest gaan beheren. 'De plaatselijke kunstenaars vonden dat het beschikbare BKR-budget geheel aan hen moest worden toebedeeld.'

Het was de tijd dat openbare kunst nog bestond uit 'een hoop ijzeren palen op de hoek van de straat'. Stroom wilde daarin verandering brengen. Te beginnen met het Sokkelplan: twintig beelden op gelijkvormige sokkels die zich door de Haagse binnenstad slingeren. Later door een serie artistiek vormgegeven fiestenstallingen. En een paar jaar geleden door de knalgele vloer die de Taiwanese kunstenaar Michael Lin ontwierp voor het Haagse stadhuis.

Maar ook door tal van werken die minder als 'kunst' werden gezien. Zoals de herinrichting van de Haagse Schenkkade, door Arno van der Mark en Jan van Grunsven. Hoewel het maar weinigen zal opvallen, heeft Van Ginneken veel waardering voor het project. Temeer omdat ze weet hoeveel moeite het kost te 'infiltreren' binnen de gemeentelijke diensten, met zijn veel commissies.

Van Ginneken: 'Je hebt kunstenaars die wel en kunstenaars die niet geschikt zijn werk voor de openbare ruimte te maken. Sommigen kunnen het omdat ze een antenne hebben voor de sociologie en geschiedenis vaneen stad. Bovendien schrikken ze niet terug voor het sluiten van compromissen. Anderen wel. Die moeten dat dan ook vooral niet doen.'

Zelf kent ze dat verschil maar al te goed. Van Ginneken studeerde rechten, schreef voor NRC-Handelsblad en de Volkskrant ('Ik was de eerste betaalde kunstredacteur van Nederland')en was zeven jaar lang hoofdredacteur van Kunstschrift. Hoewel autodidact had ze in het begin hoge ideeën over kunst: die moest een autonome, afgeschermde plaats hebben.

Daarvan is ze inmiddels teruggekomen. Van Ginneken: 'Ik begrijp nu hoe gigantisch de afstand tussen de kunst en de samenleving is. Kunst schrikt nog steeds af omdat ze als heilig gezien wordt. Iets dat niet te begrijpen is en bovendien een hoop geld kost.'

Het gevecht tegen stereotypen, zo ziet Van Ginneken haar missie. 'Kunst hoeft de wereld niet te verbeteren. Maar het zou wel mooi zijn als mensen het idee krijgen dat niet alles volgens de gebaande paden hoeft te gaan.'

Openbare kunst kan desondanks rekenen op veel publieke waardering: tot haar grote opluchting en verbazing wordt er zelden iets beklad. En dat terwijl er veel werk staat in buurten die berucht zijn vanwege hun vandalisme.

Ervaring heeft haar geleerd ook daarbij niet te veel in stereotypen te denken. 'In het verleden hebben we een project georganiseerd in de Archipelbuurt. Die staat bekend als keurig. Erik Colpaert had daar een Indisch huisje gebouwd. Bewoners hingen er kranten omheen en beschilderden het met leuzen dat het weg moest. Daar is zelfs bij Sonja Barend over gediscussieerd.'

Er is ondertussen veel tot stand gekomen. Zoveel dat het bureau is verhuisd van het Spui naar een nieuw en groter pand aan de Hogewal. Onlangs werd het takenpakket ook nog eens uitgebreid met de zorg voor architectuur.

'Dat is goed voor mijn opvolger, Arno van Roosmalen. Kan hij een nieuwe start maken en zit hij niet opgescheept met mijn erfenis.'

Waar Van Ginneken zich over is blijven verbazen, is de stroperigheid waarmee sommige beslissingen worden genomen.

'In Nederland moet alles met iedereen besproken worden. Met als resultaat: te veel overleg en te veel bureaucratie. Eigenlijk is het misbruik van wat we democratie noemen.'

Van Ginneken, zuchtend: 'Het is elke keer weer een heel gedoe de juiste persoon op de juiste plaats aan te spreken. Maar het is ook een spel: om als we een opdracht krijgen, de grenzen daarvan op te rekken.'

Typisch Van Ginneken: een volhouder, op het drammerige af. Eerder strategisch dan diplomatiek. 'Op het bureau krijgen ze daar wel eens een staart van. Ze zeggen dat ik moet leren tot tien te tellen. Maar het ligt nu eenmaal in mijn karakter. Ik ben een vechter. Hoe meer tegenstand, hoe beter.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden