Kunst na 1960 glorieert in Duitse kubus

Sinds vandaag heeft Hamburg, net als Berlijn, een 'Museumsinsel'. Sinds vandaag heeft Hamburg, net als Bonn, een 'Museumsmeile'. In de Galerie der Gegenwart begint de hedendaagse kunst in 1960....

Van onze verslaggeefster

Lucette ter Borg

HAMBURG

Hij heeft het lood mishandeld. Het is in hoeken gekwakt en tegen muren op gesmeten, geklodderd en losgebeukt. Met een gasmasker op tegen de giftige dampen, zware handschoenen, hittebestendige schoenen en kniebeschermers aan ging de Amerikaanse kunstenaar Richard Serra het lood te lijf. Op 12 maart vorig jaar begon de 57-jarige Serra aan zijn grootste splashing piece. Twaalf ton lood smolt hij en begon er de hoek die een kraakwitte muur maakte met een inktzwarte vloer gewelddadig mee te vullen. Zes uur kostte het hem om een strook lood van elf meter lang en vijftig centimeter hoog te 'gieten'.

Eenmaal afgekoeld werd het lood losgescheurd met behulp van een kraanwagen, en omgekeerd neergelegd op de vloer. Toen Serra vijf van die balken van tweeënhalve ton gesplashed had, stopte hij. Hij rangschikte ze op de vloer, als een landschap, als vijf bruinpaarse golfbrekers. Measurements of Time doopte Serra zijn reusachtige vloerobjecten. En hij voegde aan die naam toe: 'Seeing is believing', alsof hij zelf nog niet geloofde dat het lood zich naar zijn wens had gevoegd.

Serra is een van de 25 kunstenaars die werk hebben gemaakt voor de nieuwgebouwde Galerie der Gegenwart in Hamburg die vandaag opengaat voor publiek. Serra koos een hoek in een zaal van de kelder. De Rus Ilja Kabakov bouwde iets verderop twee kamers van een psychiatrische inrichting na, waar patiëenten onder het luisteren naar Glucks Reigen seliger Geister genezing vinden door naar schilderijen te kijken. De Griekse arte povera-kunstenaar Jannis Kounellis brandde 45 bijna identieke schimmen op de muur, en Rosemarie Trockel koos een zaal ver weg van Annette Messager en Cindy Sherman om haar kookplaten en hondenportretten op te hangen. Anders zou ze weleens in een feministische hoek geduwd kunnen worden.

De Galerie der Gegenwart is de moderne zus van de oude Kunsthalle. Dit uit 1869 daterende museum herbergt een verzameling kunst die zich uitstrekt van de vroege middeleeuwen tot het heden. En zoals bijna elk museum kampte ook de Kunsthalle met ruimtegebrek. In de jaren zeventig werd besloten dat er een nieuwe vleugel voor de hedendaagse kunst moest komen. Het duurde tot 1992 voordat de gemeente Hamburg akkoord ging de 93,5 miljoen mark te betalen om de ruimte van de Kunsthalle te kunnen verdubbelen. De eerste spade ging in 1993 de moerasbodem in.

Een kleine vier jaar later gloort naast de Kunsthalle een kraakwitte kubus op de landtong die de Binnen- van de Buitenalster in het centrum van Hamburg scheidt. 'Een witte klont' is het ontwerp van architect Oswald Mathias Ungers door critici al smalend genoemd. En wie de gebouwen van Ungers in Frankfurt, Karlsruhe en Washington gezien heeft, herkent het handschrift meteen als hij vanaf het Centraal Station de Glockengiesserwall oploopt naar de Kunsthalle toe.

Voor de gevel liet Ungers vierkante kalksteenplaten uit Portugal komen, voor de vloer binnen vierkant zwart graniet. De ramen zijn strikt symmetrisch geordend. Ze vormen twee geometrische, horizontale lijnen die doorsneden worden door één verticale. Het gebouw is neergezet op een sokkel, een afgezaagde piramide van roze graniet. Deze sokkel loopt door in een leeg plein, ook van roze graniet. Het plein vormt de overgang naar de oude Kunsthalle, maar het is een overgang die louter het oog dient, want een ingang tot iets biedt het plein niet.

Bezoekers kunnen het nieuwe museum betreden vanaf de straat - met een trap beklim je de piramide - of via de oude Kunsthalle. Deze, ondergrondse, toegang is het meest spectaculair. Over een brede trap met vijftig treden daal je af, naar de kelder van het nieuwe museum. Jenny Holzer heeft boven de trap een bloedrode ceiling snake bevestigd. Een razend rollend lint van teksten in Engels en Duits ('Protect me from what I want, Kinderschänder ächten und töten. . .') laat je struikelen over de treden.

'Ungers' opdracht was een passepartout te maken voor de kunst', zegt U.W. Schneede, directeur van de Kunsthalle sinds 1990. Ungers' minimalistische ontwerp ontbeert de opsmuk en versieringen die het oude neo-classicistische gebouw van de Kunsthalle zo sfeervol maken. In het nieuwe museum verwijst alles naar het vierkant: van de tl-armaturen aan het plafond en de vier verdiepingen hoge cour in het centrum van het museum, tot de stoelen in het restaurant en de nooduitgangbordjes. Het was toepasselijk geweest als de conceptuele kunstenaar Joseph Kosuth er een drieluik van had gemaakt.

Schneede is belast met het samenstellen van de collectie van de Galerie der Gegenwart. Behalve dat hij internationaal vermaarde kunstenaars tot het maken van een werkstuk in de Galerie verleidde, verzamelde hij ook particuliere hedendaagse kunst-verzamelaars om zich heen. Slechts de helft van de vijfhonderd getoonde kunstwerken is van de Kunsthalle zelf, de rest is bruikleen. Er is geen modern museum in Duitsland dat zo leunt op de hulp van particuliere verzamelaars. Anders dan het vorig jaar geopende Berlijnse Hamburger Bahnhof, waar de collectie van de Neue Nationalgalerie is aangevuld met één enkele particuliere verzameling, die van Ernst Marx, zijn in Hamburg meerdere verzamelaars bereid gevonden de crème-de-la-crème van hun collecties af te staan.

In de Galerie der Gegenwart krijgt de toeschouwer een duidelijke opvatting over kunstgeschiedenis voorgeschoteld. Wie pertinent is, ontmoet kritiek en daarom moet directeur Schneede zijn visie vaak uiteenzetten. Het heden begint volgens hem in 1960, bij de zogenaamde tweede modernen. 'Toen stapten kunstenaars definitief ''uit'' het schilderij,' zegt hij, 'uit het twee-dimensionale beeld. Vanaf 1960 gingen kunstenaars op straat kijken. Er werd nog wel geschilderd, maar kunstenaars haalden hun inspiratie niet meer uit de schilderkunst.'

Dat Schwitters en Duchamp dit ook nastreefden deert Schneede niet. Dat jonge kunstenaars in de jaren tachtig en negentig weer naar hartelust 'in en uit het beeld' stappen evenmin. In Hamburg wordt de kunstgeschiedenis van de afgelopen veertig jaar gedocumenteerd, zegt Schneede. Daarom vind je in Hamburg geen uitstalling van talloos veel kunstenaars, maar in plaats daarvan 'groepstentoonstellinkjes' en kleine retrospectieven van één kunstenaar. Dat er belangrijke kunstenaars ontbreken, dat er geen enkele Oostduitse kunstenaar of niet-westerse kunstenaar in de vaste opstelling te zien is, neemt Schneede op de koop toe.

Het gevolg van deze documenteer-zucht der groten is dat er weinig experimenten te zien zijn. Het teleurstellendst is het keldergewelf, waar alle internationale hot-shots present zijn. Andy Warhol is er, als exponent van de pop-art. Joseph Beuys is er, met onder andere vethoeken en zijn beroemde vilten pak. Vanuit Beuys' achthoekige centrale ruimte kun je direct de zaal met arte povera en minimal art inkijken. Daar liggen vilten sculpturen van Robert Morris, een leistenen cirkel van Robert Long, een iglo van kippengaas van Mario Merz en vloerplaten van Carl Andre. Verder zijn hier vertegenwoordigers van het Amerikaanse abstract-expressionisme te zien, conceptuele kunstenaars zoals Sol Lewitt, Lawrence Weiner, Hanne Darboven en Joseph Kosuth, nouveaux réalistes en fluxus-kunstenaars.

Opwinding onstaat pas op de eerste etage, met jonge Duitse kunst, en vooral op de tweede verdieping, waar jonge Amerikaanse kunst wordt getoond. Twee zalen zijn gevuld met werk van Bruce Nauman, van zijn Studies for Holograms uit 1970 tot z'n ademstokkende Work-installatie uit 1994. Daartussen installaties zoals het op de laatste Dokumenta getoonde Anthro/Socio, de altijd maar lopende Walking Man, een gruwelijke Musical Chair en een vroege variant op de carrousel met dode dieren. Naumans visie stemt niet vrolijk, maar elk museum zou bij zo'n verzameling de handen dichtknijpen.

De bovenste verdieping, onder het door daglicht omspoelde zadeldak, is een schilderijenverdieping. Hier hangen vier Duitse schilders van na 1960: Georg Baselitz, Gerhard Richter, Sigmar Polke en Markus Lüpertz. Het zijn de belangrijkste naoorlogse Duitse schilders, zegt Schneede. Hun uitverkiezing roept vragen op: waarom Baselitz wel en Kiefer niet? Waarom Lüpertz wel en Immendorff of Penck niet? De enige kunstenaar hier die niet ter discussie staat is Richter. De twintig van zijn schilderijen - vroege foto-realistische werken, abstracte doeken, en de prachtige recente figuratieve cyclus 'S. mit Kind' - beantwoorden alle vragen, ook die waarom Richter in Hamburg op de Olympus wonen mag.

Galerie der Gegenwart der Hamburger Kunsthalle, Glockengiesserwall, Hamburg. Inl 0049-4024862612. Geopend di t/m zo 10-18u, do tot 21u.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden