InterviewMicha Hamel

Kunst is alles voor dichter en componist Micha Hamel, maar geen troost

Kunst kan alles zijn volgens dichter en componist Micha Hamel, die thuis werkt aan zijn voorstelling Luistermutant. Maar een ding is het niet: troost.

Beeld Daniel Cohen

Toen de pandemie een streep zette door het oude normaal en het culturele leven stilviel, kwam er in Nederland een gesprek op gang over het belang van kunst. Al snel ging het woord ‘troost’ van mond tot mond. De dichter en componist Micha Hamel (49) schreef er iets over op Instagram.

‘Ik vind het raar dat iedereen die nooit wist waar kunst voor was het nu ineens wél weet, en wel door de hele tijd van andere mensen die het kennelijk wel al wisten (maar het misschien geheim hielden?) het woord ‘troost’ na te bauwen. Voor mij ligt dat anders: ik weet nog altijd niet waar kunst voor is, maar ik weet wel dat het absoluut geen troost geeft.’

Even een polemisch bericht tussendoor, dat kon best, terwijl Hamel in thuisquarantaine werkte aan een trits schrijfprojecten en de onderzoeksvoorstelling Luistermutant 2020. De première in het Amsterdamse Muziekgebouw tijdens het Holland Festival in juni mag dan van de baan zijn, samen met regisseur en game-ontwerper Arlon Luijten wil hij het happening-achtige muziektheater later alsnog uitvoeren.

De opzet van Luistermutant is om een concertprogramma met muziek van het 19de-eeuwse componeergenie Felix Mendelssohn te verrijken met games. Tussen de uitvoering van de verschillende stukken legt het publiek een theatrale ‘gameroute’ af in de foyer en de gangen. De spellen zijn zo ontworpen dat ze bezoekers bewust maken van hoe ze eigenlijk luisteren – hoe bijvoorbeeld hun vooroordelen in de weg kunnen zitten. Als het lukt om uiteindelijk met frisse oren naar Mendelssohn te luisteren, bepalen publiek en musici aan het eind van de avond of zijn muziek eigenlijk wel relevant is om in de 21ste eeuw op de lessenaars te blijven staan.

Het liefst laat Hamel het publiek van Luistermutant naar huis gaan met ‘drie paar oren extra’. Dat is wat kunst bijvoorbeeld kan doen. Daarover zometeen meer, eerst nog even over wat kunst níét kan doen.

‘Als je het hebt over troost, dan is het alsof wij in ons innerlijk een huilend kleutertje hebben, dat bij mama op schoot moet worden getrokken om het leed te verzachten. Ik heb geen huilend kleutertje in mij. Ik heb allerlei mensen in mij natuurlijk, te veel zelfs, maar die hoeven niet getroost te worden.

‘Het komt uit die documentaire van twintig jaar geleden, Van de schoonheid en de troost. Ik vind het een soort verkleutering van wat kunst is. Kunst heeft juist dat integrale, dat het alles kan zijn. Kunst is mijn gesprekspartner, iets waar ik mij tegen afzet, waar ik mee boks en mee vrij. Je kan er alles mee, het is elastisch en het is groot. Het heeft ambitie en het geeft vergezichten. Het breekt je open en legt je problemen bloot.

‘Troost… Natuurlijk, we lijden aan het leven. Maar ik ga toch geen plaat opzetten, omdat ik getroost wil worden? Voor dit lijden ofzo? Ik vind het kitsch. Het klinkt natuurlijk goed: het is niet al te filosofisch en niet precies, dus je kan het er ook niet mee oneens zijn. Behalve ik dan, ik ben het er wel mee oneens.’

De kunstenaarspraktijk van Micha Hamel ligt buiten de grote stad en is gemengd van aard, zoals een boerenbedrijf in vroegere tijden tegelijk akkerbouw en veeteelt bedreef. Zijn kameropera Caruso a Cuba (2019) – waarin hij een liefde laat opbloeien tussen vette Napolitaanse melodieën en Afro-Cubaanse mystiek – kreeg een laaiende ontvangst op het Opera Forward Festival in Amsterdam (5 sterren in de Volkskrant). Zijn vijfde dichtbundel, Toen het moest (2017), slingerde met typografisch vuurwerk van ecoduct, naar profielfoto en een 3D-geprinte loop van een pistool. ‘Hamel strijkt met opgewekte levenswanhoop langs het bestaan’, schreef de Volkskrant toen.

Hamel schrijft teksten voor virtualrealityervaringen (ja, met zo’n VR-bril). Hij coachte eerder BN’ers in het dirigeren van een orkest in het televisieprogramma Maestro. En hij onderzoekt als lector ‘performance practice’ aan de Rotterdamse kunsthogeschool Codarts de manieren waarop (moderne) klassieke muziek in de 21ste eeuw tot zijn recht komt – de eerste resultaten kwamen terecht in het academische boek Speelruimte (2016).

Zijn werkkamer is zijn belangrijkste domein, en zodoende heeft de quarantaine niet meteen de dagelijkse routine overhoop gegooid. Hij zoomt en skypet nu over de voortgang van Luistermutant – zoals ook dit interview via Skype is gehouden. ‘Het is afgrijselijk, al die collega’s die zo veel moeten cancelen, en ik ben er ongelooflijk dankbaar voor dat ik kan doorwerken aan de schrijf- en componeerprojecten die momenteel lopen.’

De dichtbundel Toen het moest kreeg van Hamel een motto uit de roman Iemand, niemand en hondderdduizend van Luigi Pirandello. De Italiaanse schrijver kroop in die roman van bijna honderd jaar geleden diep in de aloude vraag ‘wie ben ik?’. Het citaat dat Hamel eruit pikte, kan ook zomaar het motto van de lockdown zijn.

‘Als we gewend zijn geraakt aan een bepaalde manier van leven, vermoeden we in de stilte van een plek die we niet goed kennen een geheim (…), en een ondefinieerbare angst maakt zich van ons meester, omdat we denken dat als we dit geheim kunnen doorgronden, in ons leven misschien ongekende ervaringen mogelijk zijn, net alsof we in een andere wereld leven.’

Is de periode van quarantaine een moment waarop we in de stilte een geheim kunnen ontdekken?

Hamel zwijgt even. ‘Je biedt me nu een heel onverwachte invalshoek. Ik heb dat citaat al minstens een jaar niet gelezen, want behalve als ik er uit moet voordragen, lees ik mijn eigen bundels niet. Ik ben het wel met je eens dat het op een wondere manier past.’

Kunt u zich nog herinneren waarom u het toen als motto koos?

‘Met de dichtbundel die daarvoor zat, Bewegend doel (2013), had ik afscheid van de dichtkunst genomen. (Lachend.) Ik heb af en toe de neiging te theatraal te worden over mezelf en mijn leven.

‘Ik raakte daarna bezig met typografie. Grote en kleine letters, doorhalingen, cursiveringen en blokken zwarte inkt. Ik sprak de dichter Astrid Lampe, die heel extreem is, en zei tegen haar: ik kan niet meer dichten, want zo’n ‘gedicht’, daar kan ik niets meer in kwijt. Ze zei: ‘Als jij het doet, mag het wel.’ En toen dacht ik: ja, dat is ook zo, ik mag gewoon doen wat ik wil.

‘Ik ben al 27 jaar kunstenaar en het was een ontdekking die ik bijna niet kan beschrijven. Het was de poort naar een ander soort kunstenaarschap, waarin ik vrijer werk en veel meer verschillende soorten dingen toelaat. Ik mocht zelf bepalen wat ik deed, hoefde helemaal geen voorschriften van iemand anders te accepteren. Dat is misschien dat geheim: er is ook nog iets héél anders dan de wereld die je kent.’

Waarom is het zo moeilijk de poort door te gaan?

‘Omdat we leven in een script. Ieder van ons. Externe omstandigheden bepalen hoe je je gedraagt. Wij zitten in een neoliberale maatschappij en dat betekent dat je op een bepaalde manier gaat consumeren en dingen gewoon gaat vinden die eigenlijk heel vreemd zijn.

‘Het Holland Festival had het thema ‘Op zoek naar een nieuw wij’. Dat is raak getroffen voor een festival dat niet doorgaat omdat mensen afstand van elkaar moeten houden. Ons individualisme is tot een kritische grens opgerekt. We merken aan alle kanten dat we daar vanaf moeten en we elkaar veel meer moeten ondersteunen en verbinden.

‘Voor de kunsten vind ik interessant wat er gebeurt met het genie-idee: één persoon met een unieke stem, die iets kan zeggen voor ons allemaal, of namens ons allemaal, of tegen ons allemaal.’

Moeten we daar in een nieuwe wereld afscheid van nemen?

‘Toen ze het individu net aan het uitvinden waren, gingen ze dat in de 19de eeuw heel groot maken. Het Duitse idealisme zette het genie centraal, en dat paste bij de tijd. Net zoals in de sixties het informele werd uitgevonden en de Rolling Stones heel groot werden. Het rauwe innerlijk moest er ineens zijn.

‘We moeten ons nu afvragen welke mens wij nu in onszelf moeten ontdekken, en dat is denk ik de samenwerkende mens. We moeten een actuele manier vinden om het exces van het ego te verlaten. Ik ben zelf veel meer gaan samenwerken de afgelopen drie, vier jaar. Veel meer. Ik voel dat die verbinding in mijn eigen praktijk belangrijker aan het worden is.

‘Het betekent niet dat je elke noot samen schrijft, maar het betekent dat je samen op weg bent naar iets dat er nog niet is. Het is een opdracht voor onze maatschappij en kunst kan daarbij helpen. Die hele troostkitsch gaat ons niet helpen. De kunst moet nieuwe gedachten, gevoelens en werelden voorstelbaar maken.

‘Heb jij Oog in oog met Gaia gelezen, van Bruno Latour (de Franse filosoof, red.)? Het gaat erover dat we de laatste jaren eindelijk tot het besef zijn gekomen dat we het met déze aarde moeten doen. Het is net of we dat een paar honderd jaar vergeten waren en nu zijn we er door een ecologische crisis op uitgekomen dat het echt zo is. Dit is dus de aarde! We ontdekken als het ware onze eigen leefomgeving voor het eerst. Alsof er een sluier vanaf is getrokken. Dat is wat deze crisis ook doet.’

Hoe doet deze crisis dat dan ook?

‘Ik kan niet zo goed genieten van dingen die worden gestreamd. Ik gun het iedereen, maar ik vind een toneelstuk op een scherm niet zo interessant. Het is als wanneer je op wereldreis gaat en je hebt een foto van je vriendin bij je. Elke keer als je naar die foto kijkt, mis je haar meer in plaats van dat ze dichterbij komt. Elke keer denk je: zal ik nou naar die foto kijken of niet, want het doet me meer pijn als ik er wel naar kijk.

‘Ik denk daarom dat deze tijd enorm hard bewijst hoe ongelofelijk geweldig live is. De technologische ontwikkelingen van de laatste decennia hebben ons zoveel indirecte ervaringen gebracht. We komen er nu achter dat er iets ontbreekt als we alles digitaal doen. Ik hoop dat mensen straks heel hard naar de theaters en de operahuizen gaan rennen, omdat we hebben ingezien hoe waanzinnig het is om in dezelfde ruimte met iemand te zijn die met een stuk hout en een paar darmsnaren muziek voor jou speelt. Dat je wordt aangeraakt door het geluid dat op dat moment uit iemands keel komt. Dat je leeft in dat fysieke moment, dat wezenlijk een erotisch moment is.

‘Het is een beetje technisch misschien voor de Volkskrant, maar dat heet het ‘integrale ervaringspotentieel’ van kunst. Het erbij zijn. Het verschil tussen iets ondergaan en iets echt aan je voltrokken voelen worden. Als dat niet kan vanwege de regels over afstand houden, dreigen we steriele zombies te worden, die niet kunnen verbinden. (Grinnikend.) We moeten uitkijken dat we niet muteren.’

Welke poorten wilt u met Luistermutant openen?

‘Naast de muziek van Mendelssohn hebben we de jonge Nederlandse componist Bram Kortekaas gevraagd een stuk te componeren om verschillende manieren van luisteren te oefenen. Zoals je naar de sportschool gaat om je biceps te trainen, zo kan je ook naar de concertzaal gaan om je oren te trainen. Om daar uit te komen en een betere luisteraar te zijn.’

Hoe ziet uw ideale luisteraar er dan uit?

‘Iemand die op allerlei manieren kan luisteren. Om een eenvoudig voorbeeld te geven: vooroordelen zitten ons luisteren heel erg in de weg. Ze maken dat je bij de eerste noten al bepaalt of het goed is of niet. Maar ook: kun je oplettend luisteren en toch je gevoelens de vrije loop laten? Dat is een kunst. De games moeten het publiek daar tussendoor bewust van maken, en je helpen een virtuoze luisteraar te worden.’

Holland Festival

Het Holland Festival rees in 1948 op uit de brokstukken van de Tweede Wereldoorlog, en tekende het verlangen naar nieuwe kunst in die jaren. Het maandlange festival zou in Amsterdam op 4 juni zijn 73ste editie beginnen met de voorstelling The Planet – A lament van de Indonesische regisseur Garin Nugroho, die was aangekondigd als ‘een klaagzang in de nasleep van een natuurramp’. Van de muziektheaterproductie Luistermutant 2020 van Micha Hamel stonden twee voorstellingen gepland. Het Holland Festival streeft er naar de productie volgend jaar weer op het programma te zetten om haar alsnog in première te laten gaan.

Ineens speelt het culturele leven zich volledig af op internet, dat tot nog toe vooral voor marketing werd gebruikt. Hoe moet je het onlinepodium bespelen, om ook daar je publiek te ontroeren? Maak kennis met net art kunstenaar Annie Abrahams en anderen. ‘Laat je niet opeten door het scherm.’

Micha Hamel haalt het werk van de de Franse filosoof Bruno Latour als inspiratiebron aan. Twee jaar geleden interviewde de Volkskrant hem over zijn klimaatboek. 

Alle technologische vooruitgang ten spijt zijn de vraagstukken van het leven niet erg veranderd. Nog steeds worstelen we met angst, verlies en liefde. De Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum vertelde aan het begin van de coronacrisis  hoe muziek en literatuur helpen daarmee om te gaan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden