Beschouwing Benetton

Kunst in je handpalm: de kleine kunstverzameling van Luciano Benetton

Men neme een van de rijkste mannen ter wereld (2,8 miljard euro volgens zakenblad Forbes), meer dan 25 duizend kunstenaars en evenzoveel lege stukken linnen van 10 bij 12 centimeter, voeg daar het verzoek aan toen die doeken naar eigen inzicht in te vullen en ziedaar: de kunstcollectie van Luciano Benetton.

Ivanka Vana Prelević, Concreting Of The Landscape Beeld Ivanka Vana Prelević / Imago Mundi

Benetton (82) is een man die dankzij zijn piekerige witte haar meer lijkt op een antieke versie van André Rieu dan op de oprichter van een van de grootste kledingbedrijven ter wereld, United Colors of Benetton, laat staan op een van de actiefste kunstverzamelaars ter wereld.

Want dat is Benetton volgens hemzelf toch vooral. Niet zozeer de man die rijk werd door wereldwijd kleurige truien te verkopen, noch de man die samen met fotograaf Oliviero Toscani de reclamewereld opschudde met campagnes over racisme, seksisme, aids en homofobie. Hij ziet zichzelf als de man die ‘een atlas’ maakt van de kunst wereldwijd, ‘van alle verschillende culturen die onze planeet bevolken; een caleidoscoop van honderden verschillende werkelijkheden die soms heel ver uit elkaar liggen, maar allemaal verbonden zijn via dit gemeenschappelijke project’.

‘Dit’, hier in de statige, aan zee gelegen galerie Salone degli Incanti in de Noord-Italiaanse stad Triëst, is het echte magnum opus van de multimiljardair: een ontelbare hoeveelheid schilderijen, allemaal van hetzelfde formaat, gemaakt in zowel de uithoeken van Albanië, Noord-Korea en Aboriginal Australië, als in de stadscentra van Peking en Parijs.

‘Ik heb altijd van kunst gehouden, vooral van moderne en hedendaagse kunst’, zegt de hoogbejaarde Benetton over zijn verzameling Imago Mundi – beelden van de wereld. ‘En ik hou natuurlijk van kleuren. Ik ben er simpelweg van overtuigd dat de wereld en het leven kleuren nodig hebben.’

Luciano Benetton Beeld Imago Mundi

Het werkt als volgt: de grote Luciano kiest een land uit dat hij nog niet heeft. Daar zoekt hij een curator bij die verstand heeft van dat betreffende land – een museumdirecteur, een kunstjournalist, een criticus – die de taak krijgt kunstenaars te verzamelen. 

In Nederland was dat de Italiaanse kunstkenner Rosa Maria Falvo, die naast Nederland ook al landen als Australië, Fiji, Nieuw-Zeeland en de Salomonseilanden bij elkaar zocht. ‘Benetton vroeg mij omdat ik sinds 2011 een relatie heb met het Prins Claus Fonds’, zegt ze. ‘Ik ben begonnen door bekende galerieën en museumdirecteuren te vragen welke kunstenaars de moeite waard zijn. De bedoeling is een zo breed mogelijk beeld te geven. Uit Brazilië wil je meer dan enkel een foto van Salgado. Je wilt een dwarsdoorsnede van een land, niet alleen de gearriveerde, dure namen.’

Falvo vroeg daarom ongeveer tweehonderd Nederlandse kunstenaars, van wie 140 ja zeiden, waarna ze een leeg doek kregen opgestuurd. Hun werk is nu, samen met de werken van 6.354 kunstenaars uit 39 andere landen, voor het eerst te zien in Triëst, een statige Italiaanse stad waar de mannenknieën altijd bedekt zijn en de vrouwenvoeten immer gehakt, deze zomer en masse rondklakkend richting de galerie aan zee.

Binnen is te zien dat het idee van Benetton uitnodigt al het denkbare materiaal te gebruiken: hout, foto’s, klei, olieverf, tekst, metaal, wol, balpen, alles mag. Er is eigenlijk maar één regel, zegt Benetton, en dat is het formaat. ’10 bij 12 centimeter. Dat is toevallig ontstaan toen ik in 2006 een atelier bezocht in Ecuador. Toen ik de artiest, Miguel Betancourt, om een visitekaartje vroeg, gaf hij in plaats daarvan een klein doek waarop hij iets schilderde. Ik vond dat zo’n genereuze geste dat ik begon na te denken. Het kleine formaat – eigenlijk niet meer dan een ansichtkaart – is behalve diepgaand namelijk ook ideaal om te vervoeren; kunst van over heel de wereld die in je handpalm past.’

Want dat is het idee van Benetton: zijn caleidoscoop – zijn eigen wereldtentoonstelling – moet diezelfde wereld over trekken. Zo was (een deel van) de collectie al te zien in Rome, Venetië, Dakar, New York en Sarajevo, en zo zullen er nog veel steden volgen.

Koen Vermeule, Peace – PIGEON Beeld Koen Vermeule/Imago Mundi

De toegang is altijd gratis en de kosten voor rekening van Benetton. Die rekening is overigens niet bijster hoog want de kunstenaars worden geacht gratis te leveren. Nu word je natuurlijk niet zomaar selfmade miljardair. Zo was United Colors of Benetton een van de grootste afnemers van het in Bangladesh ingestorte naaiatelier waarbij meer dan 1.100 mensen omkwamen. Daarnaast verkeert het bedrijf in een continu conflict met inheemse volkeren uit Zuid-Amerika die zich verjaagd voelen van de bijna 1 miljoen hectare grond die het bedrijf bezit voor de wolproductie. Maar dat Benetton deze kunstenaars niets betaalt, heeft niets te maken met zuinigheid, zegt hij.

‘Het draagt bij aan de democratie van het project. Omdat alle artiesten uit alle deelnemende landen dezelfde waarde hebben, krijgen ze ook precies dezelfde kansen. Hier krijgen jonge westerse artiesten precies dezelfde mogelijkheden om bekend te worden als artiesten uit landen waar geen musea zijn, geen expositieruimten en dus geen markt.’

Wat de kunstenaars wel krijgen in ruil voor hun werk? Een catalogus waarin alle werken uit hun land afgebeeld staan en de kans op hun cv te zetten dat ze tot de collectie behoren van een van de grootste kunstverzamelaars ter wereld. Of in ieder geval van de grootste kleinekunstverzamelaar ter wereld.

Berend Strik (1960, Nijmegen) maakte s.h.a.v.n.s

‘Ik heb lang getwijfeld, want het is wel makkelijk: zij sturen iets op en de kunstenaar moet gratis iets terugsturen. Bovendien twijfelde ik omdat ik zo’n hekel had aan de Benetton-reclames van vroeger; dat ze aids gebruikten om gekleurde truien te verkopen, vond ik vulgair. Maar ergens tussen het moment dat het doek werd opgestuurd en ik aan het werk ging, begon er toch iets te kriebelen. Ik voelde mij uitgedaagd. Een klein, leeg doek dat een paar maanden in mijn atelier stond. En toen ik eenmaal een idee had, dacht ik: waarom ook niet. Wie weet wat het ooit nog brengt.’

Gabrielle van de Laak (1958, Vught) maakte Summer Garden/After Rembrandt

‘Er was een galerie in Amsterdam, die via via in contact stonden met Benetton die mij vroegen mee te doen. Niet lang daarna kreeg ik een doekje opgestuurd, waarna ik dacht: ‘Wat?! Zo klein?’ Ik heb daarom maar zowel de voor- als achterkant beschilderd. Toen het klaar was heb ik het weer naar die galerie gebracht en sindsdien heb ik er niets meer van gehoord. Dat voelt ietwat gek. Ik heb voor mijn gevoel een juweeltje gemaakt, en dat is nu weg. Ik heb geen geld gekregen, nauwelijks een bedankje. Ik had zelfs geen idee dat het nu in Triëst te zien is, totdat jij belde.’

Koen Vermeule (1965, Goes) maakte Peace – PIGEON

‘Er komt jaarlijks van alles op je af als kunstenaar en dit project – het was 2015 geloof ik – vond ik erg sympathiek. Het idee dat je van alle landen in de wereld een beeld wil geven, sprak mij aan. Het leek mij interessant eraan mee te doen. Niet dat het voelt alsof je voor het Nederlands Elftal wordt opgeroepen – dat is meer wanneer je de biënnale van Venetië mag doen – maar het blijft aardig om je land op deze manier te vertegenwoordigen. Hoewel ik eerlijk gezegd ook alweer vergeten was dat ik dit werkje had gemaakt, hoor.’

Join the Dots/Unire le distanze is tot 2 september te zien in Triëst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.