Kuis Kant

Welke gedaante kant ook aanneemt, het materiaal doet altijd een uitspraak. Over erotiek, romantiek of luxe. Maar interessant wordt het vooral als kant op een ongebruikelijke manier wordt ingezet....

Op 17 januari 2008 meldde zich een afvaardiging van modehuis Prada bij de firma Forster Rohner, kantmakers gevestigd in het om kant bekend staande stadje St. Gallen in de Zwitserse Alpen. Om in de archieven te neuzen. Iets meer dan een maand later, op 19 februari, toonde Miuccia Prada haar najaarscollectie 2008 in Milaan. Bijna alle van de 42 outfits waren van kant. Een zware soort met een bloem- en bladerenmotief, binnen een paar weken door Forster Rohner speciaal voor het huis gemaakt, geïnspireerd op een kant dat in 1950 was gebruikt door de couturier Cristobal Balenciaga.

Het Prada-kant was zo groot en dik, dat het bijna een uitvergroting van het materiaal was geworden. Op sommige stukken waren bovendien nog losse bloemen van kant bevestigd, die tijdens de show op en neer deinden. Miuccia Prada was lang niet de enige ontwerper die kant prominent in de najaarscollectie had, maar niemand maakte er zoveel indruk mee als zij.

De catalogus van Kantlijnen, een aan modern kant gewijde reeks tentoonstellingen die tot maart op verschillende plekken in Brugge is te zien, citeert een niet bij naam genoemde trendwatcher, die voorspelt dat 2009 dankzij Prada een ‘Lace Odyssey’ zal worden. Dat is misschien een beetje overdreven, maar Prada heeft wel degelijk een trend gezet. Niet alleen was de collectie van het merk de grote hit van het najaar, een versimpelde versie van het Prada-kant dook op in een heleboel confectiecollecties en zal daar waarschijnlijk ook nog wel even blijven; dit soort modes zijn meestal niet in een of twee seizoenen voorbij.

Ook in de voorjaarscollecties 2009 van Marni en Fendi speelde kant een rol. Bij Fendi was het groot en grafisch, bij Marni bestond het kant uit rondjes, bij elkaar gehouden met draad.

Is dat nog kant, kun je je afvragen. Ja, dat is kant. Textiel met gaten en een patroon, veel preciezer is de definitie van kant niet. Van oudsher zijn er twee manieren om kant te maken. Het klossen, waarbij van losse draden een patroon wordt gemaakt (de Vlaamse methode), of naaldkant, waarbij geborduurd wordt op bestaande stof waar later gaten in worden gemaakt (de Italiaanse methode) - het Prada-kant is een voorbeeld van het laatste. Uiteraard worden beide, en andere, kantsoorten nu machinaal gemaakt, en zijn er veel meer varianten.

Het bijzondere van kant is dat het een materiaal is dat bijna altijd een uitspraak doet. Tenminste, als er een heel kledingstuk van wordt gemaakt – als randje aan een hemdje zegt kant niet veel. Om Miuccia Prada te citeren: ‘Een beetje kant is alleen maar versiering.’

Kant is doorzichtig, en daarom bijna per definitie erotisch. Zelfs als je door het kant heen alleen maar naar andere stof kijkt, is er de suggestie van onthulling. En kant gebruikt vaak motieven uit de natuur, en is daardoor meestal romantisch.

Maar daarbinnen kunnen de betekenissen van kant ver uit elkaar liggen. Voor een groot deel ligt dat aan de kleur. Wit kant is onschuldig en romantisch, en dus geschikt voor baby’s en bruiden en vrouwen die er lief uit willen zien. Zwart is rouw, maar ook feest en verleiding, vooral wanneer het gevoerd is met satijn. Rood kant moet van wel heel goede huize komen, wil het niet hoerig zijn.

Interessant wordt het als kant buiten de vaste context wordt gebruikt. Kant dat zo grafisch van vorm is dat het eerder hard dan romantisch is. De verre van maagdelijke Madonna in haar witte kanten korset en met lange handschoenen in Like A Virgin. Een man in een overhemd van kant – kant is tegenwoordig een vrouwenstof – of nog een stap verder: mannenondergoed van kant, iets waarmee de jonge Nederlandse ontwerper Sebastiaan Kramer, oftewel Sebastic, experimenteert. Zo controversieel bleek zijn mannenlingerie, dat hij afgelopen zomer geen modellen kon vinden die het wilden showen.

En, uiteraard, de verrassende kanten kleren van Miuccia Prada. Alleen al om de hoeveelheid was het een opzienbarende show. Een paar kanten kledingstukken aan het einde van de show, dat is heel gebruikelijk. Maar een show die bijna helemaal om kant draait, en dan nog zulk opvallend kant, dat zie je zelden.

Het kant in haar compromisloze show, meestal zwart, maar ook oranje, lichtblauw, goud en beige, was niet gevoerd, maar het effect was niet ondubbelzinnig erotisch. Het ondergoed dat onder de rokken zichtbaar was, was zedig, om de halzen van de modellen zaten losse kollen van een dikke stof, die bijna medicinaal aandeden. Maar vooral: het kant was te dik om verleidelijk te zijn. Zelden zagen vrouwen er in kant zo streng, zo kuis uit als de modellen in de show van Prada.

Wat de Prada-collectie wel luid en duidelijk uitstraalde: luxe. Kant – ‘zo licht als een veer, maar te zwaar voor onze beurzen’, zoals een 17de-eeuws vers het beschreef – werd vanaf de 16de eeuw gedragen door de rijke vrouwen en mannen. Manchetten en vooral kragen konden zo duur zijn als sieraden. Pas in de 19de eeuw, toen het machinaal werd geproduceerd, werd kant bereikbaar voor het grote publiek. In die tijd begon het ook een opmars te maken in het interieur.

Ondanks dat het synthetische kant van tegenwoordig bijna niks meer kost, is kant de associatie met rijkdom nooit helemaal verloren. In de haute couture is kostbaar kant altijd een grote rol blijven spelen. Ook de goudkleurige rok uit de laatste collectie van Prada (dat uitsluitend prêt-à-porter maakt) is met een winkelprijs van bijna 2500 euro een ongegeneerd statussymbool.

Net als St. Gallen staat ook Brugge bekend om kant, al wordt het kant nauwelijks meer ter plekke gemaakt en wordt het tegenwoordig uitsluitend verkocht aan toeristen. Het historische stadscentrum stikt van de souvenirwinkels, en er is er niet een waarvan de etalage niet vol ligt met al dan niet handgemaakt wit kant: kleedjes, met kant afgezette jurkjes voor kleine meisjes, schorten en andere huishoudelijke accessoires.

Tuttig kant dat weinig raakvlakken met het heden heeft, kortom. Met Kantlijnen wil Brugge nu ook een eigentijdse kijk op kant laten zien. De expositie werd samengesteld door de Nederlandse ontwerpers, interieurstylisten, auteurs en curatoren Hanneke Kamphuis en Hedwig van Onna, die begin 2006 ook een tentoonstelling over kant organiseerden in museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

Kantlijnen speelt zich af op buitenlocaties en in verschillende musea (behalve, opmerkelijk genoeg, het officiële kantmuseum, dat verder ook niet veel te bieden heeft). De nadruk van de tentoonstelling ligt op design en interieur: er is werk van ontwerpers als Tord Boontje en Marcel Wanders te zien, om een molen staat een kanten hekwerk van Demakersvan, er zijn kantmotieven gemaakt op straat en op een grasveld, en als het donker is worden kantpatronen geprojecteerd op gebouwen, en er is een installatie van Thonet-stoelen, die in elkaar geschoven een kantpatroon vormen.

Mode, de derde pijler van de tentoonstelling, komt er bekaaid van af. De in een omslag van wit papieren kant gevatte catalogus begint met Prada, maar werk van dat of van andere grote modehuizen is niet te zien, noch wordt er heel veel verteld over de plaats van het materiaal in de modegeschiedenis. Kamphuis en Van Onna hebben zich vooral beperkt tot jong Nederlands talent.

De tentoonstelling werd geopend met een modeshow rond experimenteel kant, gemaakt door modestudenten uit Nederland en België, en in museum Gruuthuse is een aantal van die ontwerpen op foto te zien. Dat museum is de plek waar de meeste mode wordt getoond. Op fluwelen kussens liggen antieke kragen en manchetten uitgestald, er is een muur met replica’s van oude schilderijen waarop de geportretteerden grote kanten kragen en manchetten dragen, er zijn foto’s van kledingstukken van experimenteel kant dat speciaal voor de tentoonstelling werd gemaakt door modestudenten.

En er is een mooie zaal met werk van de Nederlandse modeontwerper Merel Boers, die een heel eigen draai aan kant heeft gegeven. Boers is ook illustrator, en dat is te zien aan haar kleren. Ze ‘tekende’ zakken, knopen, plooien, kantrandjes (!) en andere trompe-l’oeils door met een naaimachine vele malen heen en weer te gaan over kledingstukken van in water oplosbaar materiaal. De fragiele stukken van zwart draad die overbleven, worden over licht gekleurde kledingstukken heen gedragen.

Stoerder is het kant van Conny Groenewegen, een ontwerper die zich in het midden beweegt van mode en textielvormgeving. Haar kantmotieven, te zien in het Museum voor Volkskunde, zijn met een laser uitgesneden in zwart en wit leer, waarvan ze een sjaal, een top, een schort en manchetten maakte. Het motief van de top en de sjaal, een patroon met doodskoppen, ontleende Groenewegen aan een 17de-eeuws doodskleed voor de Spaanse koning.

Kant, vindt Groenewegen, is een heel interessant materiaal. Een paar jaar geleden liep ze voor een project een tijdje rond in een kantfabriek in Calais. ‘Ik had allerlei ideeën, maar de deur werd voor me dicht gegooid.’ Omdat ze zelf geen echt kant kan maken, gebruikte ze uiteindelijk leer. Maar als ze de kans zou krijgen, zou ze dolgraag echt kant maken. ‘De meeste merken gebruiken kant alsof we nog in de jaren vijftig leven. Maar die digitale machines die in de fabrieken staan, kunnen alles. Ik zou het geweldig vinden om bijvoorbeeld kant met teksten te maken. Er is nog zoveel mogelijk met het materiaal.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden