Kruisweg langs de rugwervels

'HET MENSELIJK lichaam bestaat, naast tal van andere dingen, uit een skelet dat tweehonderd botten telt, en meer dan zeshonderd spieren....

Deze overpeinzing is van de schrijver Tilman Spengler, die - net als zoveel Duitsers - gebukt gaat onder een rugkwaal, het onderwerp van zijn boek Als een man zich vertilt.

Spengler is niet iemand die zich zomaar bij zijn lijden heeft neergelegd. Hij mag dan in zijn bewegingsvrijheid belemmerd zijn door zijn kwaal, zijn geest heeft zich er niet door aan banden laten leggen. Het lijkt wel alsof Spenglers vertellersbloed door de pijn zelfs sneller is gaan stromen. In 24 verhalen legt hij een kruisweg af langs 24 wervels, wat ten slotte een onderhoudend en zelfs baanbrekend egodocument oplevert.

Gewoonlijk beoefenen vrouwen dit genre. Dat Spengler er zich aan waagde, kwam dan ook niet helemaal uit hemzelf voort. Hij begon op aanraden van zijn vrouwelijke neuroloog zijn lotgevallen als ruglijder op schrift te stellen. Alsof het een roman betrof, had zij gezegd, die niet voor publicatie bestemd was. Het werd een 'roman', die terecht de lezers niet is onthouden.

Spengler is een meester in het vertellen van anekdotes. Ze worden met zoveel humor en vaart opgedist, dat je je wel eens afvraagt hoe ziek Spengler eigenlijk is. Niet alleen maakt hij tijdens zijn behandeling van alles mee, dat een nogal komische indruk maakt, ook wat hij in het gewone leven ervaart, wordt door hem vaak kluchtig geassocieerd met zijn kwetsuur.

Maar ook de ironie is hem niet vreemd. Met die houding weet hij alles wat hem overkomt in verband te brengen met pijnlijke en gekromde ruggen. In deze zwakte ziet hij zelfs een cultuurfilosofisch fenomeen. We lezen dat hij zich op Sigmund Freuds beroemde divan mag uitstrekken ter gelegenheid van een documentaire over diens vijftigste sterfdag. Plotseling doemt een inzicht op, een regelrechte aha-erlebnis. Het meubelstuk met zijn oriëntaalse bekleding is in het midden doorgezakt en blijkt een martelplaats voor de gevoelige ruggengraat. Als iemand dat kan weten, is het Spengler wel. Liggend op de divan wordt hem duidelijk dat deze bank de oorzaak van latere freudiaanse complicaties moet zijn geweest. Als immers de ik-sterkte kan worden bepaald aan de hand van de lichaamshouding - zijn pijnlijke ervaringen hadden hem deze waarheid al doen inzien -, dan zou een gewiekste zielkundige om te beginnen een toestand van uiterste nederigheid creëren. Geen middel is daarvoor meer geschikt dan een paar versleten springveren.

Over de relatie tussen Freuds ergonomisch onverantwoorde divan en Spenglers rugklachten mag niet lichtvaardig worden geoordeeld. Verkondigde aan het begin van deze eeuw oudoom Oswald Spengler de spoedige ondergang van de westerse beschaving, zijn naneef constateert aan het einde van deze eeuw een vergelijkbare bedreiging van de cultuur: 80 procent van de mannen kan alleen nog krom lopen. Daarmee lijkt het einde ingeluid van de man als jager, heerser, denker, kortom als de tweebenige kroon op de schepping.

Wie dit boek heeft gelezen, zal nooit meer denken dat rugpijn alleen maar een kwellende privé-aangelegenheid is. Het persoonlijke leed krijgt er een ongekende betekenis door. De situatie in Duitsland, waar bij veel mannen de lage rugklachten na hun dertigste beginnen en jaarlijks zo'n zestigduizend operaties aan tussenwervelschijven worden uitgevoerd, staat niet op zichzelf. Tilman Spengler - behalve schrijver is hij journalist, geschiedkundige en sinoloog - vertelt onlangs nog een omvangrijk onderzoek onder Zuidwest-Chinezen te hebben afgesloten waaruit ondubbelzinnig blijkt dat ook daar de rugkwalen onder mannen zo sterk zijn toegenomen dat traditionele cultische gebruiken niet meer uitgevoerd kunnen worden. 'Alle levensterreinen lijken daardoor geraakt te worden, en het zwaarst getroffen wordt natuurlijk de erotiek.'

Niet alle vragen die de 24 verhalen oproepen, kunnen worden beantwoord, dat begrijp je als lezer ook wel. Freud kan moeilijk de oorzaak van Chinese rugklachten zijn. En de vraag of de alom geconstateerde rugzwakte oorzaak danwel gevolg is van geestelijke zwakheid, is wellicht helemaal niet te beantwoorden. Maar wat een eer is het niettemin om tot de ruglijders te behoren: een grauw krukkenleger wordt naar metafysische hoogten getild.

Duitsers en metafysica, de verbinding kan lichtvoetig zijn. Lichtvoetig werd ook Spenglers romandebuut De hersens van Lenin (1992) al genoemd. Daarin is de hoofdpersoon een hersenonderzoeker die denkt dat goedheid, slechtheid en genialiteit fysiologisch bepaald zijn. Zijn onderzoek mondt uit in de nazi-experimenten. Spenglers stijl en vooral ook weer zijn gevoel voor anekdotiek maakten het ondanks het onderwerp tot een amusant boek. In een Nederlands interview zei de schrijver destijds dat Nederlandse lezers nog wel mochten lachen om het boek, maar in Duitsland vond hij dat ongepast.

Om het burleske egodocument Als een man zich vertilt mag vast en zeker door iedereen gelachen worden, nog het meest door de vrouwen. Feilloos zullen zij de pogingen van de man herkennen zichzelf steeds weer als held te presenteren, zij het als tragische held. 'Toch heb ik geleerd dat mijn eigenlijke sterke punt bestaat uit klagen', besluit Spengler zijn leerproces en zijn therapeute verklaart ten afscheid dat hij misschien inderdaad geholpen is. Als mannelijk zelfmedelijden zo gestileerd kan worden, valt er voor iedereen lol aan te beleven.

Ingrid Paulis

Tilman Spengler: Als een man zich vertilt - Een lijdensverhaal in vierentwintig wervels.

Vertaald uit het Duits door Tinke Davids.

Querido; 160 pagina's; ¿ 34,90.

ISBN 90 214 8263 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden