Kruis van vergetelheid

Mooie mix van poëzie en ontnuchtering rond een bloedvete

Vlak voor de millenniumwisseling wordt een vlucht van Boedapest naar Amsterdam geannuleerd vanwege noodweer. Twee Albanezen die onderweg zijn vanaf Tirana, raken in de transithal van de luchthaven met elkaar aan de praat. Zij is een schrijfster, die naar haar vriend in Nederland wil. Hij een student, die naar zijn vriendin in Nederland wil. In de koude decembernacht die ze noodgedwongen in Boedapest doorbrengen, vertelt de student aan de schrijfster wat hij achter de rug heeft: hij heeft zijn broer moeten helpen, die ongewild bij een ingewikkelde bloedvete betrokken is geraakt.

De schrijfster uit het boek zou wel eens kunnen lijken op Flutura Açka (1966), de schrijfster die in werkelijkheid ook pendelt tussen Utrecht en Tirana, waar zij met haar partner Richard van den Brink de uitgeverij Skanderbeg Books runt. Van haar vijf romans is de tweede, Kruis van vergetelheid (2004), door Roel Schuyt uit het Albanees vertaald, zodat we na tien jaar ook in Nederland kunnen vaststellen wat ze in Albanië al lang weten; dat de oude meester Ismail Kadare (1936) niet de enige auteur van belang is uit het dunbevolkte land van sneeuw, donkere bergen, raki en oeroude mysteriën.

En bloedwraak dus. Daar heeft Kadare ook over geschreven, maar dan bij voorkeur in de verhulde vorm van de historische roman. Flutura Açka is gedurfder. Ook nu nog, zo veel eeuwen nadat de ruige bergvolken er hun eigen 'kanun' op na hielden, het systeem van gebruiken en regels dat bloedvetes reguleerde maar ze ook in stand hield, kun je er in verstrikt raken. Van een afstand bekeken, zoals de schrijfster in Kruis van vergetelheid aanvankelijk doet, lijkt het romantisch dat een dader aan de rouwmaaltijd van zijn eigen slachtoffer mag deelnemen, en zelfs door de getroffen familie met dankbaarheid wordt ontvangen. Daarna moet hij dan wel maken dat hij wegkomt, opdat de rouwende familie zich kan beraden op de wraak, die zich over decennia kan uitstrekken.

Zo schilderachtig is het niet, klaagt het personage Gjerg tegen de schrijfster. Zijn broer is alleen maar getuige geweest van een moord op klaarlichte dag, en omdat hij daar toevallig bij was, wordt hij door de strijdende families gedwongen partij te kiezen. Hoe kan die noodlottige cyclus van moord en wedermoord, die in dat geval zestig jaar geleden was begonnen met een belediging tussen voorzaten, worden doorbroken?

De magie zit niet zozeer in de verouderde gebruiken, maar in de stijl van Açka, wier beelden en toon soms aan een oude sage doen denken: 'Hij liep naar het raam van de hal, waarachter een loodgrijze hemel ons in al zijn somberheid aanstaarde, als een vergeten kledingstuk dat ineens ergens in een hoek opduikt in een seizoen waarin we het niet nodig hebben.' Als knap contrast met die wereld schetst zij ook Gjergs vriendin Anja, journaliste van Radio1, een Hollandse die na een verblijf in Rome weer ernstig moet wennen aan de gebruiken van haar vaderland: fietst ze door de Amsterdamse binnenstad en roept een man haar na, dan is dat niet om zijn bewondering uit te drukken, maar om Anja er op te wijzen dat ze op een voetgangerspad rijdt. Afstappen, jongedame.

In deze roman wisselen poëzie en ontnuchtering elkaar plezierig af. Zo laat Açka zelf zien waaruit een wending voor de nieuwe eeuw kan ontstaan: door vrij te pendelen tussen tijden en culturen wordt een doorbreking van de verstarring denkbaar.

Uit het Albanees vertaald door Roel Schuyt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden