Krotten, wrakken en straten zonder vuilnis

EEN VAN de verrassendste foto's uit het boek Cuba, gebogen niet gebroken van de Nederlander Pieter Griffioen is die van de Valle de la Prehistoria....

door Arno Haijtema

Zo'n themapark verwacht je in Californië, dat elke fantasie omzet in werkelijkheid. Niet in het communistische Cuba.

Vreemd hoe zo'n Jurassic Park met kolossen van beton in de Cubaanse context contra-revolutionaire gedachten prikkelt. Die dino's, dat zijn de politieke leiders, metaforen van een systeem dat passé is. Bij die kaken met tanden als messen denk je aan de revolutie die zijn eigen kinderen opeet, of aan potentaten die dissidenten te grazen nemen. Het woord Cuba alleen al is een uitnodiging aan politiek te denken, en zelden in positieve zin.

Toch moedigt Griffioen (1949) dat in zijn boek nauwelijks aan. Slechts in enkele straatbeelden duiken ze op, de bidprenten op megaformaat van Ché Guevara, de bustes van José Marti, besnorde vader van het onafhankelijke Cuba, en de posters met de bebaarde Fidel Castro.

Blijkbaar zijn de iconen van de revolutie niet te vermijden, zoals een fotoreportage over Las Vegas ondenkbaar is zonder flikkerend casino-neon. Maar Griffioen heeft waar mogelijk gezocht naar het leven áchter de schuttingen waarop het communisme zijn sleetse leuzen - 'Het Vaderland of de dood', 'Viva la Revolucion' - heeft gekalkt. Dat alledaagse leven op Cuba is, de titel van het boek geeft het al aan, niet gemakkelijk maar evenmin vreugdeloos. Het lijkt erop dat nu ook de op één na laatste slee uit de jaren vijftig tot stilstand is gekomen. Her en der staan mannen gebogen over de motorkap van de ooit sierlijke auto's, nergens heeft Griffioen een exemplaar gefotografeerd dat op het moment van de opname daadwerkelijk in beweging is. De vermoedelijk allerlaatste nog rijdende personenwagen op Cuba, een zwart, glanzend voertuig van (zo te zien) Sovjet-makelij, is ingezet om een stralend bruidspaar de dag van hun leven te bezorgen.

Ooit golden de bejaarde auto's in het Cubaanse straatbeeld als een bewijs voor het doorzettingsvermogen van de bevolking. Die liet zich niet klein krijgen door het handelsembargo dat de Amerikanen na de communistische revolutie instelden. De Cubanen lapten hun wagens, de tastbare erfenis van de 'imperialistische' aanwezigheid tot 1959, telkens weer op. Maar na veertig jaar sleutelen lijken velen het gereedschap in een hoek te hebben gegooid; Griffioen vond vooral wrakken zonder wielen op zijn weg.

Ook elders accentueren de beelden de economische stagnatie. Een jongetje rijdt op een eigenhandig in elkaar geknutselde driewieler; een paar stukken hout met kogellagers vormen de wielen. Twee mannen vervoeren, op eenzelfde soort kar, een geslacht varken. Een tabakverkoper slijt zijn sigaretten (per stuk, gezien het geopende pakje dat hij voor zich houdt), terwijl hij in een lege vitrinekast zit.

Krotten, wrakken en - bij gebrek aan consumptiegoederen - straten zonder vuilnis, dat is het ene gezicht van Cuba. De bevolking die in deze treurigheid het leven toch doet glanzen, toont het andere.

De ballerina van het Nationaal Ballet, elegant gezeten in een fauteuil. Groepjes vrouwen met krulspelden in het haar, aan een tafel in de tuin. Mannen met kemphanen tegenover elkaar, om ze op te fokken voor het gevecht. Een meisje in een draaimolen (lunaparken functioneren, zo schijnt het, in communistische landen altijd). Een prostituee met een magnetische aantrekkingskracht op een oude man in een wachthokje. Allemaal voegen ze iets toe aan het veelkleurige beeld dat Griffioen wil schetsen.

Griffioen heeft na zijn reizen op Cuba gedonder gehad met de douane. Die nam in 1998 zijn fotorolletjes op het vliegveld in beslag. Na lang onderhandelen op de Cubaanse ambassade in Den Haag, kon hij zijn werk alsnog gaan ophalen. Die inspanningen worden nu beloond met een gedegen zwartwitfotodocumentaire in boekvorm.

Werkelijk groots is de fotografie niet. De composities zijn zelden verrassend. Huizen en straten registreert Griffioen rechttoe rechtaan. De mogelijkheden van een afwijkend camerastandpunt ten behoeve van het perspectief, of om een draaimolen extra schwung mee te geven, benut hij niet.

Tegenover expressieve portretten staan krachteloze beelden. Zoals dat van twee trainende honkballers. De slagman staat, gespannen als een veer, te wachten. De werper heeft de bal al tot naast het oor geheven. Maar door zijn sullige houding lijkt het er vooral op dat hij niet zozeer de bal met vernietigende kracht af gaat vuren, maar controleert of zijn horloge nog wel tikt.

Griffioen houdt de Cubanen letterlijk op een afstandje, of zij hem. Maar zijn liefdevolle kijk op de Cubanen en zijn nieuwgierigheid naar het land achter de clichés compenseren dat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden