Kroonprinsenleed

Halfgoden die van geen wijken weten

Ed van Thijn heeft een geweldig boek geschreven over aan de macht verslaafde politici die maar moeilijk afstand kunnen doen van hun toppositie, 'ook als de houdbaarheidsdatum is verstreken'. Joop den Uyl dus. Die blijft de eerste aan wie je denkt. In 1981 naast dat tweede kabinet gegrepen en toen blijven rommelen tot hij in 1986, afgebladderd, ruimte maakte voor Wim Kok. Een jaar later was hij dood. 'Als politiek het leven is', schrijft Van Thijn , 'is stoppen de dood. Dat zou later ook blijken.'

Kroonprinsenleed is begonnen met Den Uyl. In een 'Persoonlijk nawoord' verklaart Ed van Thijn , voormalig parlementariër, minister en burgemeester, dat 'de heftigheid van de gevoelens waarmee het vertrek van Den Uyl gepaard is gegaan' de aanleiding vormde voor een boek over de even precaire als intrigerende kwestie van de opvolging. Twintig jaar lang was Den Uyls opvolging taboe geweest. Niet verwonderlijk was het dat het onderwerp ten langen leste met bliksem en donder op tafel kwam. In mei 1982, een week na de val van het rampzalige kabinet Van Agt-Den Uyl-Terlouw werd de vorst door zijn kroonprinsen, op de kamer van Marcel van Dam op het departement van VROM, de wacht aangezegd: Joop, we kunnen niks meer met je. Joop zou nadenken. Joop dacht na. Joop besloot dat hij bleef.

Nog eens roept Van Thijn 'de heftigheid van de gevoelens' van de omstanders aan, die hij vervolgens vrij precies benoemt: 'De gêne. De gevoelens van trouw en bewondering, die in één opwelling opzij werden gezet, ook door mij. Het idee je te bezondigen aan vadermoord. De onderlinge animositeit. Het grote afdruipen als het signaal genegeerd wordt.'

Men maakt het mee in alle kringen, maar nergens mooier dan in de politiek. Margaret Thatcher, weggezet door de 'nitwit' John Major. Helmut Kohl, overvleugeld door 'het meisje' Merkel. 'Er zijn weinig voorbeelden bekend van kopstukken die een politiek zachte dood zijn gestorven.'

Ed van Thijn is op zoek gegaan naar de Shakespeariaanse drama's, vooral in het buitenland, hij heeft zich uitgebreid gedocumenteerd, hij zocht een patroon en hij lijkt uit te komen bij de angst voor 'het zwarte gat' als belangrijkste drijfveer voor leiders om langer te blijven zitten dan gezond is. Het is 'de vrees voor de onbekende toekomst, voor het einde van de carrière en de mogelijkheid van de aanstaande dood. Zullen anderen mij vergeten?'

Elders schrijft Van Thijn : 'Afscheid nemen van de macht doet pijn', om vervolgens beeldend in te wrijven hoe je als gewezen leider moet toezien 'met lede ogen en gesnoerde mond' dat het politieke leven doorgaat, zonder jou - gisteren nog halfgod, nu een kever op de vuilnishoop van de geschiedenis.

Op grond van wat Van Thijn zelf aandraagt aan gevallen - de neiging om hier ziektegevallen te tikken wordt nog even onderdrukt - is het toch de vraag of het zwarte gat en de angst daarvoor de voornaamste factor is. Het zwarte gat gaat over dat wat volgt na vertrek; in de beroemde woorden van Vasalis: 'Niet het snijden doet zo'n pijn, maar het afgesneden zijn.' Maar het is de vraag of voor de verslingerden aan de macht niet eerder het snijden zelf de grootste pijn veroorzaakt.

Het is tijdens het lezen vooral de opeenstapeling van ziektegevallen die je de adem beneemt. Het gaat telkens om kerels - soms om een vrouw - die domweg van wijken niet willen weten, die iedereen die voor de voeten loopt een rotschop willen verkopen. Dat gaat niet over de dood, dat gaat over de macht en de geilheid daarvan. Wat Van Thijn op dit terrein te bieden heeft is overrompelend.

Je hebt het weergaloze instinct om toe te slaan van Tony Blair nog niet gehad, je hebt je afgevraagd of het nou inderdaad schaamteloze geldingsdrang was van Elco Brinkman die Ruud Lubbers dreef tot de moord op zijn door hemzelf verkozen kroonprins, of je belandt in de strijd op leven en dood die Peres en Rabin dagelijks met en tegen elkaar voerden.

Het was een oorlog die zich uitstrekte to

t de kinderachtigste details en die ongetwijfeld tot op de dag van vandaag zou hebben voortgeduurd als Rabin niet toevallig in november 1995 was vermoord.

Het hoofdstuk over de twee kemphanen is nog betrekkelijk neutraal 'Haat en nijd' gedoopt. Wat volgt gaat meer over moord en doodslag. Van Thijn citeert een biograaf van Rabin, volgens wie Rabin 'een krankzinnige haat' jegens Peres koesterde, 'wel duizend keer zo sterk als Peres' gevoelens ten aanzien van Rabin' - en die waren niet buitengewoon warm, kunnen we melden. Er was volgens Van Thijn geen onderwerp waarover de twee niet in de clinch lagen. Hun animositeit is 'in heftigheid nauwelijks te vergelijken met enige andere broeder- of zustertwist in dit boek beschreven'.

Wilde de een nu niet voor de ander onderdoen uit angst voor het zwarte gat? Van Thijn brengt zelf nog een paar andere mogelijkheden op. 'Blinde eerzucht? Honger naar macht? Geldingsdrang?'

Op 12 mei 1994 stond plotsklaps het hart stil van Labourleider John Smith. Nog dezelfde dag, het lijk was nog warm, meldde Tony Blair zich als de opvolger. Even telde de diepe verbondenheid met 'bloedbroeder' Gordon Brown wat minder. Tien jaar later verklaarde Blair tegenover zijn biograaf Alistair Campbell, tevens zijn spindoctor: 'Ik had nooit verwacht de leider te zullen worden. Ik was er vast van overtuigd, dat het G.B. (Gordon Brown, red.) zou worden. Hij zou het nog zo kunnen worden, ik zou graag onder hem dienen.'

Het boek van Ed van Thijn wemelt van dit type citaten. Er druipt verzorgde huichelachtigheid van af. De politicus, brutaal als de beul, debiteert met droge ogen, met gevoelige stem, als het even kan met brok in de keel zijn mededogen met de rivaal.

Er was een deal gemaakt tussen de twee kameraden Brown en Blair: eerst een tijdje de een, dan de ander. Blair begon. Blair hield niet meer op, totdat hij tien jaar later door de neergang van Labour werd gedwongen ermee op te houden. Toen mocht Brown opdraven, als bezemknecht.

'Zachtzinnig gaat het nooit,' noteert Van Thijn . 'Macht verslaaft nu eenmaal.' En zo is het. Meer dan een boek over angst is Kroonprinsenleed een boek over verslaving.

In achttien bondig geschreven hoofdstukken schildert Van Thijn 24 dwangneuroses, de ene ernstiger dan de andere. Maar bij elkaar vormen ze een fascinerend palet van de political junkie.

En zoals echte verslaafden niet meer kunnen malen om burgermansfatsoen en zich niet laten hinderen door het onmogelijke in de bevrediging van hun behoefte, zo laten de politieke leiders van Van Thijn , althans veruit de meeste van de geportretteerden, zich niet remmen door burgerlijke omgangsvormen en zoiets zwaks als collegialiteit. Loyaliteit is een groot goed zolang het uitbetaalt. Afspraken zijn heilig totdat ze flagrant geschonden worden. Het geheugen is scherp en helder zolang vergeetachtigheid niet de voorkeur verdient.

Over de Franse president: 'Trouw' is niet het eerste woord dat je te binnen schiet als je Sarkozy's weg naar de macht op de voet volgt. In alle fasen van de lange mars gaat het er hard aan toe, worden voormalige 'vrienden' genadeloos opzijgezet en schrikt hij ook niet terug voor vadermoord' - bedoeld wordt Jacques Chirac.

Als je er doorheen bent, door die ruim 250 pagina's, en gefascineerd achterover leunt over zoveel eerzucht, bekruipt je toch de vraag of het schoften zijn, van zichzelf vervulde ego's die zichzelf een maatschappelijk etiket hebben uitgereikt als socialist of hervormer of conservatief, louter en alleen om de macht te vieren. Wie dat erin wil lezen kan gemakkelijk tot de conclusie komen dat alle politici neurotische en ijdele apen zijn. Ed van Thijn is de laatste die zoiets zou willen suggereren, maar des te meer is het jammer dat die vraag blijft hangen. Toch blijft het een geweldig boek over een van de meest eigenaardige en eenzaamste beroepen die er zijn, dat van politiek leider.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden