Kroniek van Perdepoort

Onthutsende roman over de val van een familie en een natie

Op een stormachtige zondag, zestien jaar na zijn dood, wordt boer Koos Lotriet op zijn voormalig landgoed herbegraven omdat zijn zoons de begraafplaats als landbouwgrond willen gebruiken. De herbegrafenis pakt rampzalig uit. De wind is ondraaglijk, waait de mensen 'doodsbleek' of 'bleker' en de kist van Koos Lotriet valt op de grond in stukken. Van het lichaam is niets meer te zien, omstanders zien alleen 'een paar handenvol grove aarde. Of beendermeel?' en 'een kolonie glazige insecten, krioelend in een hoek'. Zo begint Kroniek van Perdepoort (1975), de onthutsende roman van Anna Louw (1913-2003), in het Nederlands vertaald door Rob van der Veer.

Hoogmoed komt voor de val, zegt de dominee op de dag van de herbegrafenis. En hoogmoedig was Koos Lotriet. Hij maakte van Perdepoort een bloeiend boerenbedrijf maar weigerde elke hulp. 'Alleen in een toestand van oorlog accepteert een mens geschenken - met geheven zwaard.' Nu zijn de bloembedden leeg, de paarden lopen los en de vijf zoons van Koos, van wie er vier op het land wonen, staan elkaar in stilte naar het leven. De roman volgt de familie en hun personeel in de twee dagen voorafgaand aan de begrafenis.

De hoogmoed van Koos is doorgesijpeld in de volgende generatie en heeft zich daar vermengd met andere hoofdzonden. Predikant Chris worstelt met wellust en randt zijn jonge nichtje aan, Klaas is te lui om te leven, Kobus is verslaafd aan de drank, Attie wordt gedreven door gierigheid, oudste zoon Jan is afgunstig op iedereen die beter presteert dan hij en zijn zoon Jaco zit zo vol woede dat zijn eigen vader bang voor hem is. 'De jongere generatie is er een van woestelingen geworden, menseneters. Jaco is een vader-eter.'

Nietsontziend beschrijft Louw haar personages tot op de bodem van hun wankele ziel. Hun levens zijn liefdeloos, ze hebben de verkeerde keuzes gemaakt. Sommigen proberen zich te schikken in hun lot, zoals Annie, de vrouw van Klaas die doodongelukkig haar dagen slijt met het zingen voor de kippen en de hoop dat haar man haar ooit lief zal hebben. 'Ze had nooit veel van het leven verlangd, alleen dat ze mocht blijven leven.'

Anderen nemen zich voor het roer om te gooien. Jan wordt op de wc plotseling overspoeld door een korte vlaag zelfvertrouwen. Het eindigt in een bespottelijke zelfmoordpoging.

Om hen heen bewegen de kleurlingen, de 'zwartjes' die 'braaf' moeten zijn. De enige mensen boven wie de gevallen Lotriets zich nog verheven kunnen voelen en die door hen worden vernederd.

Op de dag van de herbegrafenis wordt ook Fielies begraven, de zoon die Kobus bij zijn werkster Mietje verwekte en die twee dagen eerder verongelukte. Als ze Kobus vraagt om wat planken voor een kist gooit hij een fles naar haar hoofd.

'Het witte bloed dat door je loopt moet vergeten worden', zegt Mietje tegen haar kleinkinderen (en dus ook die van Kobus). 'Maar je moet er wel voor oppassen.'

Kroniek van Perdepoort gaat niet alleen over de val van een familie, maar ook over de val van een natie, een politieke ideologie gebaseerd op hoogmoed en het idee van raszuiverheid. Als een veulen te weinig weg heeft van zijn vader en moeder wordt het door Lotriet afgeschoten. 'Pa verdroeg niets wat geen eersteklasse was.'

Maar het systeem van blanke alleenheerschappij begint scheurtjes te vertonen. Er is verzet, er staat iets te gebeuren, al weet niemand wanneer. Het nieuwe heeft zich nog niet aangediend, maar het oude volstaat niet meer.

De doden liggen boven de grond, de levenden gaan het leven niet aan. Mensen vertonen dierlijke trekken en de duivel waart rond. Het is het verhaal van een cultuur die niet kan doorgroeien, die onvolmaakt is en stokt bij gebrek aan toekomstperspectief, gebrek aan menselijkheid. Kroniek van Perdepoort is een roman die je af en toe naar adem doet happen. Niet alleen omdat de wereld die Louw beschrijft zo pijnlijk is, maar ook omdat ze het zo ve

rschrikkelijk mooi opschreef.

COETZEE EN BRINK

Kroniek van Perdepoort is het eerste boek van Anna Louw dat in het Nederlands is vertaald. In haar geboorteland Zuid-Afrika publiceerde ze sinds haar debuut Die onverdeelde uur (1956) nog zestien romans, novellen en toneelteksten, waaronder Wolftyd en Die donker kind. Louw ontving diverse Zuid-Afrikaanse prijzen voor haar werk en wordt gezien als de grote voorgangster van schrijvers als Marlene van Niekerk, André Brink en J.M. Coetzee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden