Kroniek van de Nederlandse Oorlog

Ook voor de hedendaagse lezer valt er veel te genieten in het werk van de man van de boekenkist

Als Hugo de Groot (Grotius) niet op 22 maart 1621 in een boekenkist uit Slot Loevestein was ontsnapt, zou hij bij het grote publiek wellicht volkomen in de vergetelheid zijn geraakt. Zo onrechtvaardig kan het leven na de dood van opmerkelijke mensen zijn.

Want opmerkelijk wás De Groot. Ook naar de maatstaven van zijn tijd (hij leefde van 1583 tot 1645). Als 11-jarige ging hij in Leiden studeren. Als 15-jarige maakte hij deel uit van een Nederlandse goodwill-missie in Frankrijk. Koning Hendrik IV, die in hoog aanzien stond bij de verlichte intelligentsia, zou de jongen als le miracle d'Hollande hebben begroet. De Groot schreef, in het Latijn, tragedies, gedichten en theologische verhandelingen.

Zijn neiging anderen van zijn gelijk te overtuigen, werd als nogal drammerig ervaren. Zo zou de Engelse koning Jacobus I not amused zijn geweest over de manier waarop De Groot hem bij de geloofsstrijd tussen Gomaristen en Arminianen probeerde te betrekken. Evenmin liet Jacobus zich door De Groot overreden inzake het splijtende vraagstuk van de predestinatie.

Als rechtsgeleerde genoot - en geniet - De Groot nog het meest gezag. Zijn werken De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) en Mare Liberum vormen de basis van het moderne volken- en zeerecht. Voor De Groot was een andere hoedanigheid, die van historicus, zeker zo belangrijk. Vooral omdat hij aan de vaderlandse geschiedenis argumenten ontleende in zijn strijd tegen de steile calvinisten, die met hun geloofsijver de vrede verijdelden en de eenheid van de zuidelijke en de noordelijke Nederlanden hadden gefnuikt. Zo beschouwd, kwam hij als geëngageerd historicus in conflict met stadhouder Maurits - hetgeen resulteerde in zijn opsluiting en, uiteindelijk, zijn memorabele ontsnapping.

De Groots magnum opus, Annales et Historiae de rubus Belgicis (Kroniek en Beschrijvingen van de Nederlandse Oorlog) is lange tijd ongepubliceerd gebleven. Hij schreef het werk, dat ongeveer de periode 1559-1609 beslaat, in opdracht van de Staten van Holland. Maar de opdrachtgever zag, om redenen waarover nu slechts kan worden gespeculeerd, ervan af het uit te geven. Pas in 1657, twaalf jaar na de dood van de auteur, werd het gedrukt. In 1681 verscheen het in een Nederlandse vertaling. En nu verschijnt het werk opnieuw in de taal waarvan De Groot zich bij voorkeur niet bediende. Althans: het eerste deel, onder de titel Kroniek van de Nederlandse Oorlog.

Dat de reputatie van De Groot als historicus daarmee alsnog wordt gevestigd, ligt niet in de rede. Daarvoor is Kroniek van de Nederlandse Oorlog te veel een curiosum en daarvoor is de beschrijving van de Nederlandse Opstand - in de stijl van Tacitus - te gedateerd. Dat laat onverlet dat voor de hedendaagse lezer veel te genieten valt, zelfs als die moet vaststellen hoe ver hij mentaal afstaat van Grotius' tijd. Zijn kenschetsen van de, niet altijd karaktervaste, Nederlanders zijn amusant. Die nemen, aldus De Groot, 'naar hun ligging tussen Duitsland en Frankrijk, ook qua aard een tussenpositie in: niet zonder de fouten van beide, noch verstoken van hun kwaliteiten'. De Republiek was 'bij mijn weten de enige natie ter wereld (...) die in oorlogstijd met de handel nog meer voortgang heeft gemaakt dan in vredestijd'.

Met een kwaadaardig genoegen sabelt De Groot de Engelse landvoogd Leicester neer, 'een eminent vervalser van deugden, die de onaangename en onfortuinlijke hoogmoed van het geslacht Dudley onder een uiterst prettige omgang wist te verbergen'. Van zijn onafhankelijkheid van geest getuigt zijn milde oordeel over Parma en de laatdunkendheid waarmee hij zich over de watergeus Lumey ('een woest en overmoedig man') en de beeldenstormers ('het laagste volk') uitsprak. Alleen over Willem van Oranje uitte hij zich zonder voorbehoud positief. Waarbij hij de Vader des Vaderlands postuum inlijfde als medestander in zijn strijd tegen de calvinist

ische geloofsfanatici van zijn tijd.

Vertaling (uit het Latijn) en nawoord van Jan Waszink.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden