Kritische blik op het publieke domein

Pierre Bernard maakte met zijn Franse collectief Grapus in de jaren zeventig spraakmakende sociaal-politieke affiches. Nu ontwerpt hij voor grote publieke instituten als het Louvre en het Centre Pompidou....

Die wolkjes zetten we niet op ons briefpapier, het lijken net vetvlekken. Aldus reageerde een zestal conservatoren op het nieuwe logo dat Pierre Bernard eind jaren tachtig voor het Louvre in Parijs ontwierp. Maar twee jaar na invoering van de huisstijl waren ook zij om, en tot op de dag van vandaag hanteert het Louvre een logo dat in de museale wereld als uitzonderlijk geldt. Geen borstbeeld, geen Mona Lisa, geen contouren van een klassiek gebouw maar een rechthoekje met de naam van het museum in kleinkapitalen tegen de achtergrond van een stukje hemel en een kluitje wolken.

Het symboliseert volgens Bernard niet alleen het verglijden van de tijd, maar sluit ook aan bij wat de bezoeker ziet als hij de glazen piramide betreedt die als ingang van het museum dient. Tevens wilde hij benadrukken dat het Louvre niet langer een donker en deftig museum is voor de culturele elite, maar met al zijn schatten toebehoort aan het Franse volk. De man achter deze filosofie ontvangt vandaag de Erasmusprijs 2006, die bestaat uit een geldbedrag van 150 duizend euro.

Met Pierre Bernard (1942) heeft de jury voor de tweede maal in het bestaan van de Erasmusprijs een grafisch ontwerper bekroond die meer wil zijn dan een visueel expert die vooral tegemoetkomt aan de eisen van opdrachtgever en markt – in 1975 ging Willem Sandberg hem voor. Bernard wordt beschouwd als een kritisch denkend ontwerper wiens oeuvre talrijke aspecten van het publieke domein omvat en die zich behalve in de vorm ook verdiept in de inhoud en de context van zijn opdrachten.

Veertig jaar zit Bernard in het vak en sinds 1990 runt hij zijn eigen bureau: Atelier de Création Graphique. In dat jaar valt het ontwerperscollectief Grapus waarvan Bernard in 1970 medeoprichter is, uiteen; onderlinge onenigheid over de opdracht van het als elitair beschouwde Louvre geeft de doorslag. Grapus komt voort uit de Parijse studentenrevolte van mei 1968, verfoeit de wereld van reclame en commercie en combineert grafisch ontwerpen met politieke actie – de leden van het collectief zijn lid van de communistische partij.

In de decennia die volgen, ontwikkelt Grapus een eigen grafische taal in een land waar het vak van grafisch ontwerpen nauwelijks aanzien geniet, waar de publieke sector, in tegenstelling tot Nederland, allerminst een vanzelfsprekende opdrachtgever is, en de gemiddelde wijnboer nog de voorkeur geeft aan een plaatselijke kunstschilder boven een ontwerper wanneer hij een nieuw etiket op zijn flessen wenst.

De affiches die Grapus maakt voor de communistische partij, vakbonden, experimentele theatergroepen en andere culturele instellingen zijn rauw, met primaire harde kleuren en niet zelden volgepropt met beelden en slordig ogende belettering; grafische esthetiek is ver te zoeken. Maar de beelden doen de toeschouwer halt houden, gaan met hem in debat en irriteren dan wel overtuigen. Grapus spreekt de burger rechtstreeks aan – grafische vormgeving als voertuig van sociaal-politieke actie. Het maakt Grapus beroemd, vooral buiten Frankrijk.

Na twintig jaar samenwerking gaat het mis: het verlies van ‘politieke naïviteit’ verlamt de spontaniteit van de ontwerpen en de uitputtende discussies – er werken zo’n twintig mensen bij Grapus – raken sleets. Na opheffing van het collectief blijft Pierre Bernard zich samen met Dirk Behage en Fokke Draaijer concentreren op de publieke sector. Grote instituten als de Parcs Nationaux de France en het Centre Pompidou worden klant. Tevens ontwerpt hij bewegwijzering voor autosnelwegen en verzorgt hij de presentatie van vooraanstaande wetenschappelijke instellingen.

Wie het speelse en poëtische symbool voor de nationale parken ooit zag, vergeet het nooit meer: een spiraalvorm die bestaat uit met elkaar vervlochten silhouetten van talloze dieren en planten. Het ontwerp is als een boswandeling: hoe langer je speurt, hoe meer dieren je ontdekt. Deze symbolische kracht is kenmerkend voor Bernard, die met zijn beelden de sociale communicatie op gang wil brengen. ‘Mijn werk is effectief wanneer het een emotie veroorzaakt die vervolgens leidt tot nadenken.’

Met de toekenning van de Erasmusprijs aan Bernard wordt de discussie over de rol van de ontwerper in de samenleving weer actueel: wordt hij uitsluitend aangestuurd door marketingmodellen of heeft hij ook een sociale en maatschappelijke taak? In het publieke domein is wat dat aangaat nog een wereld te winnen, ook in Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden