Krapp's Last Tape soms verbluffend knap, maar ook zielloos

Het meest Beckettiaanse moment van de avond was na de voorstelling, toen Robert Wilson de jongen met de bloemen niet zag en de coulissen in beende. Een kraakheldere verbeelding van het menselijk onvermogen tot communiceren. Het stuk is secuur gemaakt en technisch soms verbluffend knap, maar ook zielloos.

Robert Wilson in Krapp's Last tape in de Stadsschouwburg Amsterdam.Beeld Lucie Jansch

De schrijver/het stuk

Je moet ertegen kunnen: ruim een half uur luisteren naar een verpletterend geluidsdecor van donder, bliksem en kletterende regen. Het geluid wordt zo meedogenloos hard opgevoerd dat het bijna niet meer te verdragen is. En dan ineens is het stil, zo stil dat het lijkt alsof je in een andere wereld bent aangekomen.

Zo begint Robert Wilsons versie van Krapp's Last Tape, een theatertekst van Samuel Beckett uit 1958. Deze eenakter was aanvankelijk bedoeld als voorprogramma voor Endgame (Eindspel), dat uiteindelijk veel beroemder werd en samen met Wachten op Godot en Happy Days tot Becketts beste werk behoort.

Krapp's Last Tape heeft met Happy Days gemeen dat het laat zien hoe de mens tot het uiterste kan gaan om zich aan het leven vast te klampen. Tot welke onmachtige pogingen hij in staat is om contact te zoeken, desnoods met zichzelf. Winnie in Happy Days zit tot haar nek gevangen in een hoop puin en kan geen kant meer op. Toch borstelt ze haar haar, poetst haar tanden en ze praat aan één stuk door - totdat de taal ten slotte verstomt. Krapp viert zijn 69ste verjaardag door een bandje in te spreken over wat hij dat jaar heeft meegemaakt. Zoals hij ieder jaar doet: hij legt zijn leven vast op plastic tape, in geestdodende regelmaat.

Als het stuk begint, luistert hij op zijn recorder naar het bandje van dertig jaar geleden. Hij hoort zijn eigen stem, maar dan jonger. Hij praat over zijn darmproblemen, over zijn over-leden moeder en over een vrouw, Effi, een geliefde. Over hoe hij zijn hoofd tegen haar borsten legde, over hoe ze samen niet bewogen. 'Alleen wat onder ons was, bewoog - onder ons bewoog alles', horen we. In de herhaling van die zinnetjes zit de schoonheid van een vergane liefde intens verborgen.

Als 69-jarige blikt Krapp met zwartgallig commentaar terug op die tijd, zoals hij altijd somber op zijn leven zal terugkijken. Hij heeft geen fiducie meer in het toen en evenmin in het nu. En de toekomst? Over een jaar zal hij opnieuw een bandje inspreken.

De acteur/regisseur

Samuel Beckett (1906-1989) en Robert Wilson (1941) kenden elkaar. Sterker nog: ze bewonderden elkaars werk. Althans, dat zei Wilson onlangs zelf in een toelichting op zijn voorstelling. Al in de jaren zeventig vroeg Beckett of Wilson niet eens een stuk van hem zou willen regisseren. Pas 35 jaar later durfde hij het aan: het werd Krapp's Last Tape, dat hij zelf speelt, regisseert en waarvoor hij het concept bedacht. De wereldpremière was in 2009, afgelopen weekend werd de productie drie keer in een uitverkochte Stadsschouwburg Amsterdam opgevoerd.

Robert Wilson is vooral bekend als regisseur/ontwerper van grote muziektheaterproducties als Einstein on the Beach, Deafman Glance en Die Dreigroschenoper. Hij was regelmatig te gast op het Holland Festival, voor het laatst in 2012 met het sensationele The life and death of Marina Abramovic.

Zijn producties zijn altijd op minutieuze manier mathematisch vorm-gegeven en technisch perfect. Wilson is een tovenaar met licht en een groot estheet. Dat maakt zijn werk soms ook steriel en wars van emoties en sentiment.

Dat is een bewuste keuze. Ook Beckett wilde mechanische acteurs, geen inleving.

De voorstelling

Met wat tempo zou Krapp's Last Tape in een half uur bekeken en beluisterd kunnen zijn. Doordat Wilson zijn publiek eerst langdurig martelt met zijn helse geluidsdecor en daarna ruim de tijd neemt voor het zorgvuldig uitspelen van de tekst, lijkt het avondvullend. Dat oorverdovende geweld doet denken aan een zondvloed die niemand zal overleven. De scenografie roept associaties op met een onderaardse kerker. Alles is zwart-wit, strak en perfect gekadreerd in rechthoeken en lijnen. De regen wordt door subtiele lichteffecten fraai uitgebeeld.

Krapp's gezicht is wit geschminkt, als een clowneske, ouderwetse komiek. Zijn bewegingen zijn mechanisch, ook als hij tegen het eind een gek dansje maakt. Het geluid van de lopende bandrecorder is eigenlijk het enige dat écht indruk maakt: het illustreert het monotone ritme van de tijd die voorbijgaat. Krapp's Last Tape is secuur gemaakt en technisch soms verbluffend knap, maar ook zielloos.

Het meest Beckettiaanse moment van de avond was het misverstand tussen de acteur en de jongen die tijdens het slotapplaus de bloemen mocht overhandigen. Wilson zag hem niet en beende de coulissen in. De jongen liep achter hem aan en ging ook af. Even later kwamen ze in omgekeerde volgorde terug het podium op. Het leverde een kraakheldere verbeelding van het menselijk onvermogen tot communiceren op. En dat allemaal zonder geluidsdecor.

Krapp's Last Tape. Samuel Beckett door Robert Wilson. In Stadsschouwburg Amsterdam, 6/6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden