Review

Kostelijke anekdotes en tenenkrommende toproddels: waarom de verhalen uit de muziekindustrie het leukst zijn

De smakelijkste anekdotes in het boek Gejatte verhalen lezen dan ook als een sleutelroman

De beste anekdotes komen uit de popmuziek. De mooiste - en lulligste - zijn nu gebundeld in het boek Gejatte verhalen. Aanleiding voor de V-redacteuren om ook wat te verklappen.

Beeld Olivier Heiligers

Anekdotes vanaf de werkplek, doorverteld in de bedrijfskantine of bij de vrijmibo? Meh. Sorry hoor, die zijn niet altijd even boeiend. We willen hier niemand beledigen maar de sappige verhalen uit het bankwezen of de gemeentepolitiek gaan toch net iets te vaak over die ene vraag: wie heeft het met wie gedaan?

Nee, dan de verhalen uit de muziekindustrie. Die zijn wel leuk. En als u nu denkt dat wij popjournalisten ons hier schaamteloos op de borst gaan kloppen omdat wij popjournalisten zulk boeiend werk hebben, dan klopt dat. Want lees dat kostelijke boekje Gejatte verhalen, vol tenenkrommende toproddels uit de wondere wereld van de festivalbranche en platenmaatschappijen, de popinterviews en de 'persdagen' met sterren en wannabe-sterren, met rockiconen en over het paard getilde eendagsvliegen. En geef toe dat die behoorlijk smakelijk zijn.

Blunders en aanvaringen

Op de website Gejatteverhalen.nl verschenen vanaf 2011 anonieme anekdotes uit de muziekindustrie. Anekdotes die in het wereldje van perspromotors, toermanagers en popjournalisten steeds maar weer werden doorverteld, totdat niemand meer wist van wie het verhaal precies afkomstig was. En of het eigenlijk wel waar was, of zozeer aangedikt dat de 'kern van waarheid' al lang geleden als een klokhuis in de berm was gesmeten.

De anonimiteit maakte de anekdotes zo aardig. De verhalen op Gejatteverhalen.nl, die nu door een ook al anonieme samensteller zijn gevat in een gelijknamige bloemlezing, lezen als een sleutelroman. Ex-stagiairs van platenmaatschappijen en popfestivals herkennen hun eigen, zéér onverantwoordelijke gedrag. En perspromotors en journalisten stijgt nogmaals het schaamrood naar de kaken bij verhalen waarvan het niet anders kan dan dat ze over hen gaan. En intussen proberen de sympathieke collega's de juiste namen bij de reusachtigste blunders en aanvaringen te puzzelen.

Gejatte verhalen

Non-fictie
Rock N Roll High School; euro 16,50

Leuke binnenkomer

Neem nu het verhaal van de promotor die een niet zo tactische journalist selecteerde als een van de gelukkigen voor een interview met de woeste punkdanceband The Prodigy. Of de heren van The Prodigy zelf ook niet vonden dat ze een beetje de Bon Jovi waren van de dance, was de vraag. Leuke binnenkomer. Wat de journalist in kwestie zelf als antwoord had verwacht zal altijd een mysterie blijven, maar de band beende woedend het pand uit en cancelde voor de rest van de dag ook maar even alle andere interviews.

Schitterend is ook de anekdote over de securityman achter het podium van de Zwarte Cross, die eigenhandig poogt de voortgang van een concert te verhinderen. Een (anonieme) zanger van een op dat moment spelende band is halverwege zijn set naar de coulissen gerend voor een slok bier, maar als hij blij het podium weer op wil, wordt hij bij de arm gegrepen door de ijverige maar niet zo goed oplettende veiligheidsman. 'Wegwezen jij.' De zanger: 'Maar ik ben de zanger.' De veiligheidsman: 'Je hebt niet het goede polsbandje, dus jij hebt hier niets te zoeken.'

Kijkjes-in-de-keuken

En dan het verhaal van de zanger van de Fun Lovin' Criminals die na een serie vermoeiende interviews een graai doet uit een bakje met - volgens hem - borrelnootjes. En vervolgens zijn gebit breekt op wat dus afgekloven olijvenpitten blijken te zijn. Pijnlijke zaak.

In de roemruchte rockjaren zeventig zag de popjournalistiek er anders uit dan nu. Eminente schrijvers van het kaliber Jip Golsteijn klommen doodleuk aan boord van het tourvliegtuig van de Stones, om een paar weken met die band rond te reizen. De kijkjes-in-de-keuken uit die tijd zijn heroïsch, maar soms toch ook wat saai. Omdat ze precies aan de verwachtingen van het sterrendom voldoen. De anekdotes uit de huidige, vergaand geprofessionaliseerde muziekindustrie zijn zo grappig omdat ze zo lullig zijn. En omdat in de verhalen steeds werelden botsen.

Bij bijvoorbeeld een popinterview, dat in deze tijd gemiddeld twintig minuten in beslag mag nemen en waarbij de dames en heren journalisten in een rijtje naast elkaar staan te wachten in een hotellobby, klapt de suffige kantoorwereld van de redacteur tegen het glorieuze sterrenuniversum van de artiest. En dat schuurt, kraakt en knarst en stemt soms uitermate melig.

Rock-'n-roll can never die

Een interview met de rockband Royal Blood bijvoorbeeld dient te worden afgenomen op het kantoor van de platenmaatschappij in Londen. En dus sta je op een regenachtige woensdagochtend, de slaapstrontjes nog in de ogen, met die hardrockband bij een koffieautomaat, tussen de printers. Jij melk en suiker? Extra sterk? Gaap, nou zullen we dan maar?

Het grote en megalomane wordt weer nietig en menselijk bij zo'n bureaucratisch georganiseerde persdag, waarbij iedereen geacht wordt netjes het draaiboek af te werken. Het wordt leuk als het bewonderde onderwerp na acht diepte-interviews (van een kwartier) en 13 plastic bekers koffie ineens niet meer braaf wil meewerken en tóch nog even die ouwe, drugsverslaafde en groupiesverslindende rockgod uit wil hangen, tegen beter weten in. En sierlijk braakt over de vergadertafel met half volgeschreven notitieblokjes.

Het is bijna aandoenlijk, dat uitgekotste verlangen naar vervlogen tijden die natuurlijk nooit meer terugkeren. En misschien een klein beetje ontroerend zijn ook de hier bijgeleverde anekdotes van Volkskrant-collega's: over aftakelende rockmonsters die zich kennelijk het liefst pissend interviews laten afnemen, en bejaarde zangeressen die in een opwelling van jeugdigheid nog even naakt met de journalist in een bubbelbad willen duiken.

Hey hey, my my, rock-'n-roll can never die.


Ozzy Osbourne

Oók op de interviewtape: de bruisende pisstraal van de Blizzard of Ozz.

Ozzy Osbourne; Prins der Duisternis, verwekker van de heavy metal, brute halfgod en dus held van ondergetekende. Maar bovendien een onberekenbaar drankorgel, een soms wat verwarde man met mentale en fysieke uitdagingen.

'Wacht hier maar even', zegt de persagent, die me in een benauwd gangetje in een suite van een New Yorks vijfsterrenhotel parkeert. Het gaat nu echt gebeuren: ik ga de Blizzard of Ozz ontmoeten. O Here God, sta mij bij.

De deur naar de kamer vliegt open. Ozzy komt het gangetje in. Ziet mij staan, moederziel alleen, mept me op de schouder en vliegt me voorbij, naar het toilet. 'Sorry man', roept hij. 'Ik moet vreselijk pissen.' Ozzy laat de deur wijd openstaan. Rukt zijn gulp open, en laat een voor zijn leeftijd best stoere straal tegen het porselein spatten. 'Echt, sorry', zegt de Blizzard, over zijn schouder. 'Misschien kun je vast wat vragen?' Goed idee. Ik had de dictafoon alvast aangezet, trouwens. Daarop staat nog altijd de bruisende ontlading van Ozzy. Ik kan die opname gewoon niet wissen.

Robert van Gijssel

Beeld Olivier Heiligers

Patti Smith

Zangeres en interviewer allebei snotterig? Daar weet de zangeres raad op.

In maart 2007 had de Volkskrant een afspraak met Patti Smith in New York. We ontmoetten elkaar in een café vlak bij haar woning in Greenwich Village. Het was er koud, de koffiemachine werkte niet en Patti mopperde wat tegen de serveerster. Het was haar dochter Jesse, zo bleek.

Patti Smith was snipverkouden en zag dat de verslaggever eveneens met rooddoorlopen ogen aan het snotteren was. 'Momentje', zei ze, en beende haar muts over het hoofd trekkend weer naar buiten. Vijf minuten later was ze terug. 'Ik heb even wat voor ons besteld.' Het gesprek was net op gang toen er een dame met een grote zak van de drogisterij binnenkwam. Smith leefde op. 'Ken je dit? Een paar van deze en je bent zo de oude.' In haar handen had ze een doosje Strepsils. We namen er allebei een en vervolgden het interview. Na afloop pakte ze uit de zak nog een grote fles water. 'Hier, neem deze maar mee. Je moet veel drinken. Alleen dan kom je de vlucht terug goed door.'

Gijsbert Kamer

Beeld Olivier Heiligers

Jesus and Mary Chain

Lijkbleek bandlid wordt groen en produceert gorgelgeluid: einde interview.

Juni 1998. Kantoor van Creation Records, Londen. Ik word geacht Jim en William Reid van The Jesus And Mary Chain te interviewen, maar ze hebben de plaatrelease nogal stevig gevierd. Na een paar minuten 'praten' wordt Jim (of William) eerst lijkbleek en daarna groen. Uit zijn ingewanden stijgt een gorgelend geluid op en weldra klatert een plens buitenlands gedistilleerd op de kantoorvloer, kristalhelder, als uit de fles.

Er valt een diepe stilte. Dan zegt zijn broer: 'Jij lul. Jij gigantische lul. Ik ben weg' - en hij zwalkt de kamer uit, gevolgd door zijn groene broer. Ik neem maar aan dat het gesprek ten einde is. 'Ach jee', zegt de persjuffrouw tegen me. 'Ik hoop dat het tóch goed genoeg was voor een mooi verhaal?'

Jazeker. Het heeft krap twintig jaar geduurd en het is wat kort, maar hier is het dan.

Menno Pot

Beeld Olivier Heiligers

Nick Cave

'Mwah. Grmpfh. Maybe.' Hoe je een onwillige zanger toch aan de praat krijgt.

Nick Cave ging in Londen met zijn rug naar me toe zitten. Mijn vragen ketsten af op de kalende kruin van de berucht humeurige zanger. Mwah. Pfff. Grmpfh. Veel meer kwam er niet uit zijn mond. Dertig minuten had ik gekregen om over zijn 'verzameld werk' tot 1998 te praten.

'No. Maybe. Who knows?' De wanhoop sloeg toe: zo stond ik straks met lege handen buiten. Ik schraapte mijn moed bij elkaar. 'Bij het beluisteren van de Best Of viel het me op dat u de eerste vijftien jaar eigenlijk helemaal niet kon zingen.' Subiet draaide Cave zich om. Hij keek me aan. 'Je hebt helemaal gelijk!'

Oogcontact hadden we daarna niet meer. Maar, goddank, praten deed hij de volgende twintig minuten wel.

Alex Burghoorn

Beeld Olivier Heiligers

Omara Portuondo

Zangeres wil niet praten, maar de journalist mag wél mee het bubbelbad in.

Er was geen chemie. Althans, zo beleefde ik het. Omara Portuondo, de toen 78-jarige zangeres van die fantastische ouderensoos uit Cuba, de Buena Vista Social Club, bracht in 2008 haar soloalbum Gracias uit. Interviewtje? Tuurlijk! Maar elke vraag met ook maar een vleugje interesse voor de gevolgen van de culturele isolatie van haar moederland voor haar carrière, werd gepareerd met een variant van: 'Ik heb al mijn succes te danken aan Cuba.'

Zelfs mijn tolk werd er wanhopig van. Daar moest ik het mee doen. Daarmee en met wat lieve, enigszins misplaatste, complimenten over mijn uiterlijk. Ik had nattigheid moeten voelen. Maar toen Portuondo meer dan drie zinnen achter elkaar sprak en mijn tolk vervolgens in onbedaarlijk geproest uitbrak, bedacht ik dat Cubaanse geestigheid de redding van mijn interview zou betekenen. Nadat ik twintig keer aan mijn tolk had gevraagd 'Wat zei ze nou?' en zij negentien keer naar adem had gehapt, kwam het eruit. Señora had een jacuzzi op haar hotelkamer. Of ik niet liever dit stomme interview wilde afkappen en naakt met haar in de bubbeltjes wilde gaan zitten.

Pablo Cabenda

Beeld Olivier Heiligers
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.